Kamer wil geen Maastricht-referendum

DEN HAAG, 11 JUNI. Het was aangekondigd als een debat over de consequentie van de uitslag van het Deense referendum inzake de Europese Unie, maar het mondde gisteravond in de Tweede Kamer uit in de vraag of er in Nederland ook een referendum moet komen. De meningen over die vraag lagen echter vast: de grote fracties waren en bleven tegen.

I. Brouwer (Groen Links) probeerde via omwegen toch daarop aan te sturen en diende een motie in. Zij pleit voor een raadgevend referendum, maar wil de uitslag “doorslaggevend” laten zijn als er een hoge opkomst is. D. Eisma (D66) hield Brouwer voor dat zo'n opzet toch een bindend referendum zou opleveren. “Als U "ja' zegt tegen de uitslag betekent dat dat het voor U bindend is. We moeten elkaar geen sprookjes vertellen. Dan is het een bindend referendum”.

Eisma wil bij gebrek aan de mogelijkheid van zo'n referendum in Nederland toch een "brede maatschappelijke discussie' over Maastricht houden. “De noodzaak daaraan is erg groot. Daarbij denk ik niet aan een voorlichtingscampagne via Postbus 51, maar misschien kan er wel een voorlichtingscampagne worden georganiseerd, compleet met hoorzittingen en debatten”. J. Lonink (PvdA) pleitte ook voor een “publiek debat”, maar wees een brede maatschappelijke discussie van de hand. “Daar hebben we ook een les van geleerd”. Lonink wil het debat toespitsen op de concrete gevolgen van Maastricht. Minister Van den Broek wees er echter op dat in Denemarken zo'n debat is gevoerd en het resultaat juist een "nee' was. En ook staatsscretaris Dankert twijfelt aan het effect van een voorlichtingscampagne. “Er zijn miljoenen in de Europese verkiezingscampagnes gestoken om informatie over te brengen. Uit het rendement blijkt toch dat dit niet de manier is om het debat tot stand te brengen”. Volgens Dankert wordt de discussie over Europa in te kleine kring van ambtenaren en politici gevoerd. “Waar het om gaat is dat een zeer groot deel van de publieke opinie daarbuiten valt”. Het Kamerdebat was deels een bevestiging van zijn stelling: de publieke tribune was leeg, en in de plenaire zaal zaten vrijwel alleen fractiespecialisten.

Volgens de meeste fracties is het Deense "nee' een uiting van de kloof tussen politiek en burger, een proteststem. Vervreemding, de macht van een anonieme bureaucratie in Brussel, verlies van eigenheid waren de sleutelwoorden bij de verklaringen die de Kamerleden voor het Deense nee gaven. E. van Middelkoop (GPV), tegenstander van Maastricht, zag in het Kamerdebat een kans om “zijn gelijk” alsnog aan te tonen. “De Denen hebben een steen gegooid in de glazen stolp waaronder de Europolitici werken aan hun Europolitieke idealen”. Veel begrip toonde hij voor minister Pronk die de uitslag van het Deense referendum “gezond” noemde. Van der Broek hield de GPV'er echter voor dat zijn “medebewoner op het ministerie van buitenlandse zaken” niet het regeringsstandpunt verwoordt. “Dat is niet de terminologie die de andere collega's hebben gebruikt. Wij hebben de uitslag teleurstellend genoemd”. Van Middelkoop en ook F. Weisglas (VVD), noemden de reactie van de Nederlandse regering “arrogant”. In de brief aan de Kamer stelt de regering dat in de overige lidstaten het ratificatieproces gewoon doorgaat en de Denen ruimte hebben gekregen voor een reflectieperiode. “De opstellers van het Verdrag van Maastricht mogen zich beschouwen als aangeschoten wild”. Hij herinnerde de fracties van het CDA en de VVD aan dat zij vorig jaar de mogelijkheid van een correctief referendum hadden afgewezen.

R. van der Linden van de CDA-fractie liet weten niets te zien in een referendum. “Het belangrijkste argument is dat een zorgvuldige afweging van de voor- en nadelen in de volksvertegenwoordiging dient plaats te vinden”. Van der Linden vreest dat Denemarken vastloopt in het verschijnsel referendum omdat het na de reflectieperiode, en nadat andere EG-lidstaten de ratificatie hebben afgewerkt, wellicht weer een referendum over Maastricht zalhouden. “De vraag komt dan aan de orde wat de waarde van een referendum is. Gaat men door met het houden van referenda tot de gewenste uitslag uit de bus komt?”

De CDA'er vraagt zich bovendien af of het referendum in Frankrijk een ja zal opleveren. “Ik heb de indruk dat dit referendum vooral om partij politieke redenen wordt ingesteld. Ik zou het buitengewoon kwalijk vinden als Europa om partijpolitieke redenen in de waagschaal werd gesteld”.