Kamer: sterke positie nodig voor beheerders van nieuwe regiopolitie

DEN HAAG, 11 JUNI. De regeringsfracties van CDA en PvdA vinden dat de korpsbeheerders van de regionale politiekorpsen, die volgend jaar ontstaan, een doorslaggevende stem moeten krijgen in de besluitvorming.

Dat bleek gistermiddag in de Tweede Kamer tijdens een debat over de hoofdlijnen van de nieuwe Politiewet. Het is de bedoeling dat volgend jaar april de 148 korpsen van gemeentepolitie met het korps rijkspolitie samengaan in 25 regionale politiekorpsen. Daarnaast komt er een korps Landelijke Diensten.

Het debat gisteren spitste zich toe op de wijze waarop in de nieuwe Politiewet het bestuur over de politieregio's is vormgegeven. Kanttekeningen worden geplaatst bij de bestuurlijke inbedding van de regio's. Deze zullen worden bestuurd door een regionaal college waarin alle burgemeesters van een regio zitting hebben onder voorzitterschap van de korpsbeheerder, de burgemeester van de centrumgemeente in een regio. Deze heeft tezamen met de hoofdofficier van justitie de verantwoordelijkheid over het beheer van het korps. Daarbij gaat het om de verdeling van materieel en mankracht over het gebied. Het gezag, beslissingen over de operationele inzet van politiemensen, behouden de burgemeesters in hun eigen gemeente.

Eerder hebben burgemeester Vos van Utrecht, die voorzitter is van het korpsbeheerdersberaad, en de Amsterdamse hoofdcommissaris Nordholt gepleit voor extra bevoegdheden voor de korpsbeheerder omdat zij in haar regio gemerkt heeft dat de slagvaardigheid van het bestuur gefrustreerd wordt wanneer alle burgemeesters in het regionaal college gebruik maken van hun medezeggenschap.

CDA en PvdA komen nu aan die wens tegemoet. “Indien een patstelling dreigt, beslist de korpsbeheerder,” aldus CDA-afgevaardigde Van der Heijden. Maar ook D66-woordvoerder Kohnstamm wil een “vetorecht” voor de korpsbeheerder.

VVD-afgevaardigde Dijkstal is daar mordicus tegen. Hij noemde het ongewenst de ene burgemeester meer bevoegdheden te geven dan de andere.

Minister Dales (binnenlandse zaken) en minister Hirsch Ballin (justitie) zullen de Kamer volgende week antwoorden.