Jurist: voor "Maastricht' tweederde meerderheid

DEN HAAG, 11 JUNI. Voor parlementaire goedkeuring van het Verdrag betreffende de Europese Unie ("Maastricht') is een tweederde meerderheid nodig, omdat het op twee punten in strijd is met de Nederlandse grondwet. Dat schrijft mr. A.W. Heringa, universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Limburg, in het Nederlands Juristenblad.

Volgens Heringa zijn de in het verdrag afgesproken monetaire unie en het visumbeleid in strijd met de grondwet. Daardoor treedt naar zijn mening artikel 91, lid 3 van de grondwet in werking, waarin wordt bepaald: “Indien een verdrag bepalingen bevat welke afwijken van de grondwet dan wel tot zodanig afwijken noodzaken, kunnen de kamers de goedkeuring alleen verlenen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.”

De overdracht van de monetaire beslissingsbevoegdheid is volgens Heringa in strijd met artikel 106 van de grondwet, dat bepaalt: “De wet regelt het geldstelsel.” Deze bepaling van artikel 106 in de in 1983 herziene grondwet is te danken aan een amendement van het Tweede Kamerlid Wöltgens. De PvdA, aldus Heringa, was bevreesd dat bij het zwijgen van de grondwet over het Nederlandse geldstelsel al te gemakkelijk de weg werd gebaand voor een eventueel toekomstig prijsgeven van een eigen Nederlandse valuta. In dat verband wezen zij op de “eerste schreden in de richting van een Europese Monetaire Unie”.

Ook de visumpolitiek zou strijdig zijn met artikel 2, lid 2 van de grondwet. Daarin wordt bepaald dat de zeggenschap over het toelatingsbeleid ten aanzien van vreemdelingen bij de wetgever ligt. In het Maastrichtse verdrag wordt die zeggenschap echter overgedragen aan de Raad van Ministers die met een gekwalificeerde meerderheid kan beslissen.

Volgens de Limburgse staatsrechtdeskundige zou een bijkomend voordeel van een ratificatie met tweederde meerderheid zijn dat ook in Nederland het inhoudelijk debat over de toekomst van Europa intensiever kan worden.

Het formele wetsvoorstel van de regering om het Verdrag betreffende de Europese Unie te ratificeren ligt bij de Tweede Kamer.