JACQUES DELORS; Niet de koning van Europa

BRUSSEL, 11 JUNI. Zit Commissie-voorzitter Jacques Delors op de schopstoel of niet? Na de afgang van de Europese Gemeenschap in Denemarken hangt er onmiskenbaar een slagschaduw boven de stoel van de voorzitter van het dagelijks bestuur van de EG. Gisteren hield Delors een toespraak tot het Europese Parlement in Straatsburg waarin hij haast deemoedig aangaf dat de Eurocraten hun leven ingrijpend moeten verbeteren. Ook trok hij daar voor het eerst in het openbaar consequenties uit het Deense "nee' tegen het Verdrag van Maastricht.

Volgens Delors moet de Gemeenschap “veel doorzichtiger besluiten nemen”. Brussel moet z'n pogingen verdubbelen om de Europese burger uit te leggen wat er precies is besloten, en vooral ook waarom. Tevens moet de Gemeenschap zich beperken tot die terreinen waar "eendracht macht maakt' en zich zo min mogelijk mengen in nationale of regionale bevoegdheden.

Het moet de Deense Nej-stemmer als muziek in de oren hebben geklonken. Een "mea culpa' van de voorzitter zelf - het Franse symbool van het Imperium Europeanum. In Brussel sloegen de speculatie-machines over de politieke toekomst van Delors na deze belijdenis onmiddellijk in een hogere versnelling. Kan iemand die zoveel zelfkritiek oefent nog wel met de voorzittershamer vertrouwd worden? Of betrof het hier slechts een politieke manoevre van Delors, bedoeld om de oppositie in Ierland waar volgende week een referendum wordt gehouden, de wind uit de zeilen te nemen? De voorzitter pleegt immers altijd vlak voor een Europese top ergens het spreekgestoelte te beklimmen om het politieke proces op het juiste moment te kunnen beïnvloeden.

Het lijkt echter onwaarschijnlijk dat de positie van Delors nu werkelijk in gevaar komt. Hoewel zijn toespraak in de politieke context van de Deense uitslag extra betekenis kreeg, behandelde hij louter vertrouwde thema's. Als er iemand in Brussel zich bewust is van het imago van de Gemeenschap als technocratisch, bureaucratisch en machtsbelust, dan is het wel de Commissie-voorzitter zelf. Het is mede daarom dat hij door alle lidstaten steeds wordt gesteund. Delors is al jaren kampioen van het "subsidiariteitsbeginsel', het principe om besluiten zo dicht mogelijk bij de burger te laten nemen. Het Verdrag van Maastricht, dat na "Denemarken' is gaan gelden als een voorbeeld van Brusselse expansiedrang, was paradoxaal genoeg de eerste keer dat subsidiariteit als leidend beginsel werd vastgelegd. Dat die boodschap niet bij de burger is overgekomen is zeker niet alleen aan de Commissie te wijten, zo voelen de lidstaten aan, maar is ook hun verantwoordelijkheid. "Brussel' is immers het meest gebruikte alibi voor nationale regeringen om de schuld voor plaatselijk omstreden wetgeving af te schuiven.

Van Delors is bovendien bekend dat hij zich gepassioneerd verzet tegen de regeldrift van collega-Commissarissen en Euro-ambtenaren. Het wetgevingsprogramma dat Brussel op de rails heeft gezet voor de voltooiing van de interne markt was Delors eigenlijk een gruwel. In Straatsburg zei hij gisteren dan ook bij wijze van troost, dat deze stroom van EG-regels na 1 januari 1993 snel zou opdrogen. Ook de voorzitter begrijpt dat het ideaal van produkt-standaardisatie inhoudt dat Brussel zich moet bezighouden met de snijhoogte van grasmaaimachines en de definitie van gehakt. Maar als milieu-commissaris Ripa di Meana de aanleg van een weg in Engeland laat stilleggen omdat er tegen EG-regels gehandeld zou zijn, dan wordt Delors boos. Dààr moet Brussel zich dus juist niet mee bemoeien. Net zo min als met produktievoorschriften voor (Franse!) kaas. Dat leidt tot irritatie bij het publiek en beschadigt het èchte werk van de EG. Het vormen van een economische en politieke federatie waarin historische rivaliteiten zijn gesmoord, bedoeld voor welvaart, vrede en vrijheid voor heel Europa, en dan liefst met een bescheiden bestuurlijk centrum.

Niet dat Delors niet meer macht zou willen - hij zou het alleen graag over minder terreinen willen. Keer op keer bepleit Delors het “teruggeven van bevoegdheden” aan de lidstaten. Begin mei liet hij nog weten na een eventuele herbenoeming alvast de bevoegdheid voor milieu-wetgeving aan de lidstaten terug te willen geven. Hij hekelde toen een recente EG-richtlijn voor de kwaliteit van zwemwater als typisch voorbeeld van nodeloze inmenging in nationale kwesties. In Straatsburg noemde hij gisteren nog eens expliciet op waarin de nationale overheden wat hem betreft in ieder geval exclusief bevoegd blijven. Binnenlandse veiligheid, justitie, ruimtelijke ordening, onderwijs, cultuur en volksgezondheid. Op andere terreinen is er wat Delors betreft hooguit sprake van een gedeelde bevoegdheid met de andere Europese landen.

Wie Delors beschuldigt van imperiale neigingen wordt dan ook getracteerd op een scherpe repliek en een ijzige blik. Dat overkwam gisteren de Nederlandse Europarlementariër N. van Dijk (Groenen) die de Commissie ervan beschuldigde na uitbreiding van de Gemeenschap met de EVA-landen, kleinere lidstaten te willen uitrangeren. “Dat is volkomen onjuist. Ik protesteer daar scherp tegen, ik meen dat U dat niet kunt zeggen zonder bewijzen daarvoor te presenteren.” Die bewijzen zijn er niet - eerder het tegenovergestelde. De beste garantie tegen Euro-inmenging in nationale bevoegdheden lijkt nu juist Delors zelf te zijn. Hem nu de laan uitsturen zou precies het verkeerde signaal zijn en zou de crisis waarin de EG verkeert juist versterken. Het zou bovendien de lidstaten voor een groot praktisch probleem stellen. De volgende termijn van de voorzitter duurt slechts tot 1995: in Maastricht is immers afgesproken de zittingsperiodes van parlement en Commissie voortaan gelijk te laten lopen. Voor zo'n relatief korte periode een vervanger voor Delors zoeken is erg moeilijk, temeer daar voor de volgende volle periode van 4 jaar al twee kandidaten klaar staan. Ruud Lubbers en Felipe Gonzalez, die geen van beide nu al beschikbaar zijn.

Delors heeft nog tot 18 juni, de datum van het Ierse referendum, om het Verdrag van Maastricht te redden. Ooit was het een fait accompli, nu lijkt het een zinkend schip. Het liefst zou de voorzitter alle Eurocraten onder hun bureaus jagen - Europa kan immers alleen geregeerd worden met “een zo licht mogelijke pen”, zei hij gisteren.