Israel gaat onverschillig de verkiezingen tegemoet

De Israeliërs zijn, geplaagd door werkloosheid en groeiende binnenlandse onveiligheid, bekaf van de hun overbekende politici, die de verkiezingsrevue opnieuw passeren en nalaten realistische oplossingen te bieden voor hun problemen. In een langdurig en door schandalen gemarkeerd afmattingsproces, hebben talloze Israeliërs het geloof in de politici verloren. Zij worden gezien als corrupte machtsmannetjes, die in de wandelgangen van de Knesset meer oog hebben voor het kraken van de schatkist ten bate van hun kleine belangen dan voor de grote nationale problemen. Op 23 juni worden de algemene verkiezingen gehouden.

Het onontkoombare verlies van respect en waardering voor de beroepspolitici knaagt ook aan het democratisch besef van de Israeliërs. Heel veel Israeliërs hebben het gevoel dat zij in de hoge Ivoren Torens van de politiek niet serieus worden genomen. De verbijsterende onverschilligheid in de huidige verkiezingscampagne is de uitdrukking van deze groeiende kloof tussen burgers en politici, en als gevolg daarvan tussen het volk en de democratie.

Opiniepeilingen hebben de afgelopen jaren dit verschijnsel al verscheidene malen gesignaleerd. Volgens een recente peiling kijkt 42 procent van de Israeliërs uit naar een "sterke man' die de problemen van het land langs buitenparlementaire weg kan oplossen. De Arbeidspartij speelt op die verontrustende gemoedstoestand in met een overconcentratie van haar verkiezingscampagne op de persoon van partijleider Yitzhak Rabin. “Israel wacht op Rabin” is de socialistische strijdkreet die alle andere geluiden in de nogal pluralistische Arbeidspartij overstemt.

De keuze van Rabin als partijleider in plaats van de door de Likud-propaganda vernietigde Peres heeft weliswaar wegens diens militaire imago (opperbevelhebber tijdens de Zesdaagse oorlog in 1967) het Likud-hoofdkwartier de zenuwen bezorgd, maar is in wezen door de vergoddelijkte presentatie van zijn persoonlijkheid een teken van armoede. Zou het niet beter zijn geweest indien de Arbeidspartij, en natuurlijk ook Likud, in deze verkiezingscampagne het volk de waarheid had verteld over de onvermijdelijkheid van een realistische benadering van de Palestijnse problematiek? Israel gaat vervroegd naar de stembus omdat de indruk bestond dat het volk hierover in verband met het in Madrid begonnen vredesproces met spoed moest worden geraadpleegd. Daarom werden de verkiezingen bij voorbaat gedoodverfd als misschien wel de belangrijkste uit Israels geschiedenis.

Dat gevoel is vrijwel helemaal vervlogen. Als de Israeliërs van de politici duidelijke signalen hadden gekregen dat de toekomst van de bezette gebieden echt op het spel stond, zou de verkiezingsstrijd misschien niet zo'n saaie vertoning zijn geworden. Likud zou zelfs al hebben besloten een massa-bijeenkomst op het grote plein voor het stadhuis in Tel Aviv te annuleren, uit vrees voor te grote open plekken op het op het asfalt. De Arbeidspartij staat voor een zelfde dilemma.

Alleen aan de linker- en rechtervleugels van de Israelische politiek wordt duidelijke taal voor en tegen gesproken. Daar variëren de standpunten van inlijving van de bezette gebieden en de daaraangekoppelde massa-uitzetting (uit vrije wil, volgens het kromme denken van de Vaderlandspartij) tot onderhandelingen met de PLO en de stichting van een Palestijnse staat naast Israel. In het centrum, waar Likud en de Arbeidspartij domineren, klinkt een opvallende consensus tegen Palestijnse onafhankelijkheid, die als de verkiezingsuitslag geen andere uitkomst toelaat de basis kan zijn voor een nieuwe regering van nationale eenheid.

Shamir en Rabin, die al met pistool en geweer in de weer waren voordat de staat Israel werd gesticht, kunnen zich niet met Palestijnse onafhankelijkheid verzoenen. Zij zijn de laatste vertegenwoordigers van de pioniersgeneratie aan de top van de Israelische politiek, en misschien daarom niet in staat om een wezenlijke bijdrage te leveren aan de oplossing van het Israelisch-Palestijnse conflict.

Het door Rabin uit naam van zijn partij bepleite territoriale compromis en de Jordaans-Palestijnse confederatie zijn oude socialistische ideeën die voor de huidige verhouding tussen Israeliërs en Palestijnen nauwelijks nog relevant zijn.

Toch duimen de Palestijnen voor een dermate stevige zege voor de Arbeidspartij, dat Rabin in staat zal zijn zonder Likud, met actieve steun van de religieuze partijen en passieve steun van de Arabische lijsten, een regering te vormen. Deze Palestijnen kennen de samenstelling van de lijst van kandidaten van de Arbeidspartij uit hun hoofd. Zij weten dat er onder de eerste negen parlementskandidaten achter Rabin duiven schuilgaan, die wel de Palestijnse knoop willen doorhakken. Dat is de nieuwe generatie socialistische politici, die zich ervan bewust is dat de Palestijnse bestuursautonomie uiteindelijk zal uitmonden in Palestijnse onafhankelijkheid.

De Palestijnen veronderstellen dat Rabins standpunten onder druk van het gewicht van de duiven in een door hem te vormen regering zonder Likud zullen worden bijgesteld. Ook zien de Palestijnen in Rabins vurige wens als premier de ernstig door Likud verstoorde vertrouwensband met Washington te herstellen, politieke winst voor hun zaak. Rabin is van harte bereid voor applaus uit het Witte Huis de nederzettingenpolitiek van Likud te bevriezen, om alsnog de door Shamir verguisde kredietgarantie van tien miljard dollar in de wacht te slepen om werkgelegenheid te scheppen voor immigranten en gedemobiliseerde soldaten. Sarcastische aanvallen op de “politieke nederzettingen” van Likud zijn het opvallendste aspect van Rabins verkiezingscampagne. Omdat Rabin voor snelle implementering van de Palestijnse bestuursautonomie is, geloven de Palestijnen dat Rabin als premier vaart kan zetten achter het thans stagnerende vredesproces.

Nog voordat de verkiezingsuitslag bekend is moet de vraag worden gesteld wat voor regering Israel krijgt indien de strijd tussen beide Yitzhakken in zoverre onbeslist blijft dat de socialistische Yitzhak geen regering zonder de Likud-Yitzhak kan vormen. De meest doorgewinterde waarnemers van de Israelische politiek houden het erop dat de verkiezingsuitslag een wegwijzer zal zijn voor een nieuwe regering van nationale eenheid. Zo'n tweekoppige regering, met of zonder rotatie van het premierschap, kan niet anders dan de handrem op het vredesproces zetten indien er in de huidige anti-Palestijnse standpunten van Likud geen kentering komt.

Het door de Amerikanen aangezwengelde vredesproces loopt helemaal vast indien het Israelische volk Shamir opnieuw een mandaat zou geven een ultra-nationalistische coalitie te vormen. De opiniepeilingen, wat hun betrouwbaarheid ook moge zijn, geven die richting niet aan en de stemming in Israel er ook niet naar. Maar zullen de twijfelaars onder de kiezers niet naar rechts zwenken indien er zich de komende dagen ernstige ontwikkelingen aan de Libanese grens voordoen, of een Palestijns commando Israelische slachtoffers maakt? Hooggeplaatste kringen in de Arbeidspartij ventileren de gedachte dat de in het nauw gedreven Likud-regering op escalatie in Libanon uit is om de verkiezingsuitslag te beïnvloeden.

Voor de ontwikkelingen in het Midden-Oosten, anderhalf jaar na de Golfoorlog, is de verkiezingsuitslag op 23 juni van het allergrootste belang. Het is teleurstellend dat het Israelische volk voor de verregaande implicaties daarvan bijziend is, alsof de kwestie van oorlog en vrede dit land na zoveel ellende niet aangaat.