Islamitische Raad (1)

R. Abdur Rahman van de Islamitische Raad (NRC Handelsblad, 9 juni) reageert in wezen niet op de analyse van W.A. Shadid (1 juni) over een van de facetten van de landelijke moslimproblematiek.

De tekst waarmee Rahman de lezer tracht te manipuleren is doordrongen van één idee: "We've got the power'. De huidige Raad vertegenwoordigt slechts drie van de twaalf landelijke organisaties en heeft in zijn statuten een zetelverdeling toegepast die is gebaseerd op het sprookje dat de in de Raad zitting hebbende vertegenwoordigers van de drie genoemde organisaties alle moslims in Nederland vertegenwoordigen.

“Niemand kan meer om de Raad heen” schrijft Rahman. In welk land in welke eeuw leeft hij eigenlijk? Het zou ongezond zijn als er een grijze machtskolos ontstond die voortdurend via zijn woordvoerders de reëel bestaande problematiek van moslimmigranten verdoezelt. Tijdens de Rushdie-affaire, de Golfoorlog en de nu enigszins op gang komende culturele integratie-discussie, is gebleken dat we blij mogen zijn dat de islam geen paus heeft en geen centraal leergezag, dat voor de hele wereldmoslimgemeenschap bepaalt wie de dienst uitmaakt en wie zuiver in de leer is. De IRN denkt door de communicatiestoornis die door de VVD debatteren wordt genoemd, groter te maken, de belangen van de moslims in Nederland te behartigen, maar die liggen op andere terreinen en bij andere politici.

De VVD-woordvoerders denken politiek te scoren in een debatje met een organisatie die een redelijk seculiere achtergrond heeft. Zowel Shadid als het wetenschappelijk bureau van de VVD hebben scherpe kritiek geuit op de opvattingen van Bolkestein. Het gaat erom dat er over oneigenlijke zaken wordt gediscussieerd door de verkeerde mensen, en de IRN zet deze slechte gewoonte voort. Het lijkt erop dat beide partijen van een koude kermis zullen thuiskomen.