Fassbinder: van grote brombeer tot knuffelbeest

Ich will nur nicht, dass ihr mich liebt, Duitsl.2, 23.30-1.20u.

Gisteren was het de tiende sterfdag van Rainer Werner Fassbinder. Zeker in Duitsland kan dat bijna niemand ontgaan zijn. De voormalige burgerschrik, agent-provocateur en brombeer heeft sinds zijn dood op 37-jarige leeftijd een opmerkelijke herwaardering ondergaan. Het culturele establishment, waarmee de filmmaker, theaterregisseur, schrijver, acteur en beroepsbohémien bij leven in permanente staat van oorlog verkeerde, knuffelt de nagedachtenis van een waarlijk groot Duits kunstenaar. Alleen al in Berlijn - en niet in zijn eigen München - werd een handvol exposities en retrospectieven georganiseerd, ook van de films die RWF bewonderde. De Duitse televisie doet een duit in het zakje met herhalingen van zijn magnum epos, de tv-serie Berlin Alexanderplatz, en van geselecteerde meesterwerken uit Fassbinders omvangrijke oeuvre: 39 lange speelfilms tussen 1969 en 1982.

De titel van de documentaire van de vooraanstaande Duitse filmcriticus Hans Günther Pflaum, die vanavond uitgezonden wordt, doet vermoeden dat de maker de bijverschijnselen van de nieuwe RWF-hausse enigszins wil relativeren. Een aantal aan Fassbinder en zijn werk ontleende uitspraken zijn inmiddels gevleugelde uitdrukkingen geworden. “Schlafen kann ich wenn ich tot bin” werd niet alleen de titel van een boek over Fassbinder van zijn ex-medewerker Harry Baer, maar zou ook de slogan kunnen zijn van de house-generatie. De uitspraak van de zangeres Lili Marlene over haar carrière tijdens het Derde Rijk heeft ook semi-klassieke status verworven: “Ich sing' nur ein Lied”.

Een minder bekende Fassbinder-film uit 1976 heette Ich will doch nur dass ihr mich liebt. Die kreet is eveneens een eigen leven gaan leiden, als motto van de om aandacht en bewondering schreeuwende, niets en niemand ontziende geldingsdrang van de meester (en van zijn permanente alter ego, Franz Biberkopf, lang voor de verfilming van Alfred Döblins roman Berlin Alexanderplatz al het voornaamste, door de regisseur zelf vertolkte personage in Faustrecht der Freiheit).

Pflaum noemde zijn documentaire, die ongezien de moeite van het bekijken waard is: Ich will nur nicht, dass ihr mich liebt. De kleine correctie is een essentiële voetnoot bij leven en werk van een kunstenaar, die misschien in laatste instantie om onze liefde smeekte, maar in de praktijk erg zijn best deed om die wens niet in vervulling te laten gaan.