Een lot uit de meubelloterij

De Amsterdamse meubel- loterijen door Reinier Baarsen. Uitg. Waanders i.s.m. Gemeentearchief Amsterdam. Gebonden 144 blz. Prijs ƒ39,50.

In de rij fundamentele menselijke behoeften als seks, eten en bescherming tegen het klimaat hoort nog één diepe drift thuis: het wagen van een gokje. Dat wisten de Amsterdamse meubelmakers aan het eind van de achttiende eeuw ook, en tot woede van hun eigen gildes en het stadsbestuur buitten ze de menselijke goklust uit door hun werkstukken te verloten. Over deze kortstondige opflakkering van particulier initiatief binnen een specifieke beroepsgroep heeft conservator Reinier Baarsen van het Amsterdamse Rijksmuseum het boekje De Amsterdamse Meubelloterijen geschreven. Voor een breed publiek is het boekje niet direct bedoeld - het is bij Waanders verschenen in een reeks van het Amsterdamse Gemeentearchief - maar een zekere curiositeitswaarde heeft het wel.

Baarsen baseert zijn onderzoek op advertenties in kranten, een gebrekkige bron maar wel de enige beschikbare. Van de gedrukte "Conditien' die kosteloos werden verspreid en waarin de reglementen en prijzen werden uiteengezet, is er niet één teruggevonden. “Wat zou men er nu niet voor over hebben er één enkele terug te vinden!” roept de schrijver met hartstochtelijk verlangen.

Het feit alleen al dat men durfde te adverteren - hoewel soms in bedekte bewoordingen als "Verdeelinge' of "Verkoopinge' - beschouwt hij als bewijs, dat het in 1754 uitgevaardigde verbod op het houden van loterijen niet werkte. Er werden af en toe fikse boetes uitgedeeld - in 1773 moest ene Coenraad Hasley liefst duizend gulden betalen - en ook de gildes waren erop tegen, maar het tij was niet te keren. Tussen 1773 en 1798 werden meer dan 120 meubelloterijen gehouden.

De centrale figuur was Johan Christian Molle, die de eerste verloting organiseerde en bij zeker 48 van bovengenoemde 120 betrokken was: de loterij was zelfs zijn voornaamste afzetgebied. In 1788 organiseerde hij ook als eerste een verkooptentoonstelling, met onder andere "12 Differente soorten van gebloemde Roozen- en Mahonyhouten Kabinetten, 12 dito Celinder-Bureaux en nieuw uitgevonden fynhoute Laa-Tafels'. Vanwege zijn ondernemende, vernieuwende instelling beschouwt Baarsen hem als een Nederlandse tegenhanger van zijn Engelse tijdgenoot, de keramiekfabrikant Josiah Wedgwood.

Bij ontstentenis van een hof en een aristocratie waren de belangrijkste klanten “de machtige klasse der koop- en handelslieden en vooral de grote, niet onbemiddelde middenstand die hun interieur graag met een goed uitgevoerd meubel verfraaiden”, aldus Baarsen. “De mogelijkheid voor een gering bedrag een nieuw meubel te verkrijgen moet daarom een zeer omvangrijke groep hebben aangesproken.” Het feit dat de deelnemers geen invloed op de vormgeving en uitvoering hadden, was kennelijk geen bezwaar. Voor een inleggeld van zeven gulden kon men al een rozenhouten spiegelkabinet of veertien mahoniehouten "cabriolet'-stoelen, beide met een waarde van driehonderd gulden, in de wacht slepen. Bij enkele verlotingen van "Konst-Horologien', grote staande klokken, kostte een lot 21 gulden.

De vaak uitgebreide opsommingen in de advertenties vertellen niet alleen het economische verhaal. Ze zijn ook een goudmijn van kennis over toen courante meubelen, materialen, buitenlandse invloeden zoals de rijk versierde Franse marqueterie, en af en toe zelfs over stilistische ontwikkelingen, bij voorbeeld de entree van de rococo en het neo-classicisme.

In 1791 en 1792 werd door het hele land een overstelpende hoeveelheid loterijen gehouden, volgens Baarsen vermoedelijk onder druk van de slechte economische omstandigheden. In antwoord daarop kwamen er nieuwe verordeningen en de stroom droogde op: in 1800 verscheen er in de Amsterdamsche Courant niet een advertentie meer voor een meubelloterij. De Meesterkastenmakers moesten andere wegen zoeken om hun "Veld-, Onderschuif-, Dam-, Servies-, Bed-, Speel-, Thee- en Draiom-Tafels, Birou-Orgel, Lessenaars, Nai-Kisjes, Hoek-Bufette en andere Goederen zonder weerga' aan de man te brengen.