"Deetman heeft verloren, filosofie bestaat nog steeds'; Hoogleraar De Boer neemt afscheid van de Universiteit van Amsterdam

Volgens de Amsterdamse hoogleraar filosofie De Boer hebben de reorganisaties bij filosofie het vak geen goed gedaan. Er zijn teveel specialisten gekomen. Opmerkelijk genoeg stromen de studenten nog steeds toe.

Schoon genoeg had de Amsterdamse hoogleraar filosofie Theo de Boer (60) van de ""vrijwel permanente reorganisatie'' die zijn faculteit sinds 1982 in de greep hield - terwijl buiten de muren van de universiteit de behoefte aan filosofie steeg, getuige het debat over de verzorgingsstaat, het moderne leven en de milieuproblematiek.

""Juist nadat onder het "no nonsense'-bewind van Lubbers de universitaire filosofie een klap is toegebracht, komen politici tot de ontdekking dat het in de samenleving om zingevingsvragen gaat'', zegt hij. ""Zelfs Lubbers maakt zich er nu zorgen om, nadat hij van Vaclac Havel heeft gehoord dat de moderne mens de zin van het leven niet meer kent.''

Begin dit jaar waagde De Boer de overstap van de Universiteit van Amsterdam naar de Vrije Universiteit, waar hij een jaar eerder al eens was gepolst voor een hoogleraarschap systematische wijsbegeerte. Een paar kilometer verder, maar een wereld van verschil voor de filosoof. ""Filosofie aan de VU is kleiner, homogener en minder bureaucratisch. Confessionele universiteiten zijn altijd filosofievriendelijker geweest dan niet-confessionele.''

De bezuinigingen onder de eerste kabinetten Lubbers hebben volgens De Boer tot ""onophoudelijke onrust'' aan de Universiteit van Amsterdam geleid en ""het plezier in mijn werk daar vergald''. Hij was het bovendien oneens met het beleid van het faculteitsbestuur: ""Metafysica, geschiedenis, esthetica en antropologie - de vakken die tweederde van de studenten trekken werden allemaal in één vakgroep gestopt.'' De Boer werd voorzitter van die "supervakgroep' en knapte erop af. ""Het werd veel te zwaar, ik wil liever nog een paar boeken schrijven.''

De Boer, die aan de VU filosofie studeerde, werd in 1968 hoogleraar wijsgerige antropologie in Amsterdam, twee jaar na voltooiing van een proefschrift over de grondlegger van de fenomenologie, Edmund Husserl (""De ontwikkelingsgang in het denken van Husserl''). Hij publiceerde over fenomenologie en hermeneutiek, de joodse filosoof Levinas, de verhouding tussen filosofie en theologie en de grondslagen van de mens- en cultuurwetenschappen. In de jaren tachtig was hij nauw betrokken bij de Tsjechische dissidentenbeweging Charta '77 en onderhield hij onder meer contacten met de Praagse filosoof Ladislav Hejdanek.

Maar de afgelopen tien jaar hield De Boer zich als bestuurder en vakgroepsvoorzitter noodgedwongen even intensief bezig met reorganiseren. Sinds 1982, toen de eerste grote operatie "Taakverdeling en Concentratie' van de toenmalige minister Deetman van start ging, is het aantal vakgroepen in de faculteit verminderd van acht naar drie (de "supervakgroep' van De Boer, één voor taal- en wetenschapsfilosofie en één voor ethiek en sociale filosofie). Een laatste reorganisatie moet dit jaar zijn beslag krijgen.

Met zijn overstap - afgelopen vrijdag belegden zijn studenten van de Universiteit van Amsterdam nog een studiedag over zijn werk - is voor De Boer een einde gekomen aan tien jaar bemoeienis tegen wil en dank met bezuinigingen en reorganisaties. In 1984, bij zijn 25-jarig jubileum, voorspelde hij een "rampjaar' voor de filosofie als de plannen van minister Deetman doorgingen om het vak aan een aantal universiteiten te concentreren. Is 1984 achteraf bezien een rampjaar geworden?

""Nee, want Deetman heeft verloren. Zijn oorspronkelijke opzet is niet doorgegaan. Gelukkig, want je moet er toch niet aan denken dat er alleen nog maar aan wetenschapsfilosofie zou worden gedaan - en dat waren ze van plan, vanuit het "no nonsense'-denken dat toen heerste. Ik heb indertijd verschillende ambtenaren gesproken die zeiden: het staat er niet met zoveel woorden, maar de bedoeling is dat vakken als metafysica, sociale wijsbegeerte en ethiek gewoon verdwijnen. Dat is niet gelukt, mede dankzij ons verzet. Jammer genoeg is dat succes tot op zekere hoogte weer teniet gedaan door latere bezuinigingen, de instelling van de voorwaardelijke financiering van het onderzoek en allerlei plaatselijke reorganisaties.''

Dupe van de reorganisaties en de toenemende nadruk op specialisatie is volgens De Boer de algemene filosofie geworden: traditionele vakken als geschiedenis van de filosofie, metafysica, ethiek, sociale filosofie en wijsgerige antropologie. ""Toen ik 24 jaar geleden begon waren er zes hoogleraren systematische en historische wijsbegeerte, nu nog maar twee. Je ziet het ook aan het oordeel van de verkenningscommissie over het filosofische onderzoek. Die moedigt vooral het specialistische onderzoek aan: logica, taalfilosofie en in het algemeen specialistische studies over de geschiedenis.''

Waarom die nadruk op specialisatie in een vak als filosofie?

""Het maakt het vak beter te beheersen, voor de overheid en de universitaire bestuurders. Iedereen moet van tevoren precies opgeven wat hij gaat doen en achteraf kun je dat controleren - dat is het principe van de voorwaardelijke financiering van het onderzoek. Terwijl het maar zeer de vraag is of de kwaliteit van filosofisch onderzoek toeneemt met de beheersbaarheid ervan. Ik denk eigenlijk van niet. Filosofie is volgens mij beter af zonder dat soort beleid.

""Wat in de hang naar specialisatie ook wel mee zal spelen is de behoefte om de filosofie respectabel te maken in de ogen van de wetenschap, die per definitie specialistisch is. En het is natuurlijk ook gemakkelijker om specialist te zijn: je hebt één klein plekje en in no time ben je een internationale autoriteit. Dan schrijf je in specialistische, Engelstalige vakbladen - die niemand leest, behalve een paar andere superspecialisten.''

U vindt dat filosofie beter af zou zijn zonder beleid. Maar is het dan wel een universitair vak?

""Wel degelijk, vind ik. Een universiteit is niet alleen een instelling voor wetenschappelijk onderzoek, maar ook een cultuurbezit, met een belangrijke functie voor de samenleving. Je merkt de laatste tijd een sterk toenemende interesse in de samenleving voor algemene filosofische problemen, het milieu, de verzorgingsstaat, de zin van het leven. Juist het type filosofische vraag dat in het beleid van de jaren tachtig aan de universiteit uit de gunst raakte - dat is de paradox van het overheidsbeleid van die jaren.''

Trekt filosofie daarom jaarlijks nog steeds twee- tot driehonderd studenten?

""Ja, dat vind ik verheugend en ook wel opmerkelijk, in deze tijd. Toen ik in 1968 begon kwamen er vier studenten, ik zie hun gezichten nog voor me. Een paar jaar later kwamen er al hordes: tachtig per jaar in Amsterdam - en sindsdien is dat eigenlijk zo gebleven, hooguit iets minder geworden. Ik verklaar dat uit het feit dat de crisisverschijnselen in onze cultuur de mensen naar de filosofie drijven. Het heeft volgens mij niets te maken met het geboortecijfer, zoals ambtenaren van het ministerie altijd hebben gezegd.''

Welke crisisverschijnselen bedoelt u?

""Het milieu bijvoorbeeld, of meer in het algemeen: het onbehagen in de post-industriële samenleving. De vraag naar de zin van het leven. Je ziet dat overal weer opkomen. Een paar docenten die ik ken zijn bezig met een boek over zingeving. Het ministerie van onderwijs geeft ook geld aan allerlei projecten over dat onderwerp, van de School voor Wijsbegeerte bijvoorbeeld. Het ministerie subsidieert nu dus de zingeving waar het tien jaar geleden op bezuinigde. Je ziet het ook aan de discussies die Lubbers, Hirsch Ballin, Brinkman en Bolkestein beginnen over burgerplichten en de grenzen van de welvaartsstaat.''

Is dat een herleving van het gedachtengoed van de jaren zestig: kritiek op de consumptiemaatschappij?

""Opmerkelijk genoeg staan nu soms de veertigers die er destijds niets aan deden vooraan: Brinkman bijvoorbeeld heeft zich als student voor zover ik weet helemaal niet beziggehouden met dit soort dingen. Die ontdekt het nu. Wat daarbij natuurlijk een rol speelt, is het wegvallen van het communisme als tegenkracht. Zolang je dat als anti-kader had, kon je onze identiteit altijd nog negatief bepalen: dát zijn we in elk geval niet. Nu dat is weggevallen, komt de vraag: ja, wat zijn eigenlijk onze westerse waarden? Je verdwaalt tegenwoordig in de symposia over Europa en de Europese identiteit.''

Is er nog een weg terug voor de filosofie naar dat maatschappelijk debat?

""Ik hoop het, want ik vind het eigenlijk een aanklacht tegen de filosofie dat zulke debatten worden gemonopoliseerd door figuren als Bolkestein, al is hij zelf een filosoof. Maar het onderzoeksbeleid heeft de laatste tien jaar precies in de tegenovergestelde richting gewerkt. Specialisten kun je wel afschrijven voor dit soort dingen, die hebben er geen kaas van gegeten en ze hebben er ook geen belangstelling voor. En de anderen, de generalisten die het erbij moeten doen, krijgen problemen met hun onderzoeksoutput. Dat neemt, vind ik, niet weg dat Nederlandse filosofen ook wel wat meer lef zouden moeten hebben om iets te beweren, om eens een standpunt in te nemen zonder wetenschappelijke verantwoording. Zoals in Frankrijk, waar Levinas in Le Monde pas nog zijn mening heeft gegeven over de betekenis van de Bijbel voor de Grieken en - alweer - Europa. Gewoon, zonder voetnoten. Zo kan het ook.''