CHANTAL AKERMAN HERVINDT ELAN IN PARIJSE LIEFDESGESCHIEDENIS; Slapen kan volgend jaar nog wel

Nuit et jour. Regie: Chantal Akerman. Met: Guilaine Londez, Thomas Langmann, François Negret. Amsterdam, Desmet; Rotterdam, Lantaren/Venster; Utrecht, 't Hoogt; Nijmegen, Cinemariënburg.

Er zijn regisseurs die heel goede films gemaakt hebben en algemeen bewonderd worden. Er zijn ook filmmakers met een wisselende carrière, waar je toch een levenslange, op persoonlijke affiniteit gebaseerde relatie mee onderhoudt. Zelfs wanneer hun film mislukt, blijft het een dierbaar ding, als een brief van een goede vriend. Tot mijn filmvrienden behoren Paul Schrader, Woody Allen, James Toback, Clemens Klopfenstein, Frans Weisz, François Truffaut en Chantal Akerman.

Getuige Nuit et jour gaat het weer iets beter met Akerman, en niet alleen omdat haar laatste film over de hartstocht van een vrouw voor twee mannen eer betuigt aan Truffauts Jules et Jim. Een tijdje moest de liefde voor de Belgische regisseuse van één kant komen; een ernstige psychische ineenstorting hield Akerman van het filmen af en Histoires d'Amérique (1989) was een noodzakelijk zelfonderzoek naar haar verzwegen joodse wortels, waar we beleefd en belangstellend kennis van namen. Met Nuit et jour vindt Akerman de vorm terug van Toute une nuit en de minimalistische kracht van Jeanne Dielman en de andere vroege films. Het decor van Brussel is verruild voor dat van Parijs, een meer volwassen en veelomvattender stad. In Toute une nuit vormden Brusselse zomernachten de warme bedding voor pluriforme en polygame ontmoetingen tussen onbekenden; in Nuit et jour streven een jonge vrouw en man naar de absolute liefde en sluiten zich af van de buitenwereld. Julie (Guilaine Londez) en Jack (Thomas Langmann) komen uit de provincie en kennen niemand in Parijs. Ze hebben geen telefoon, krijgen nooit bezoek en horen zelfs de buren niet. Overdag bedrijven ze voortdurend de liefde en 's nachts rijdt Jack in zijn taxi, terwijl Julie door de straten van Parijs zwerft. Slapen is zonde van de tijd; misschien komt dat volgend jaar, net als de telefoon en de gedachte aan kinderen.

Op een dag zegt Jack dat ze een half uur langer kunnen blijven liggen, want de dagchauffeur komt de taxi thuis afleveren. Joseph (François Negret) blijkt het evenbeeld te zijn van de androgyne, ongecorrumpeerde en gevoelige Jack. Zoals de stem van de vertelster het uitdrukt: Julie houdt zo veel van Jack dat ze geen wantrouwen koestert, jegens Joseph noch jegens zichzelf. En zo brengt ze voortaan de nachten door met Joseph, veelal in goedkope hotelletjes, en de dagen met Jack. Totdat ze op een nacht in slaap valt, naast Joseph. De magische almacht is verbroken, de realiteit klopt op de deur.

Het is het begin van de verdrijving uit het paradijs. De buren dringen binnen, er wordt een muur geschilderd en doorgebroken, Jack voelt zich om hem duistere redenen niet meer zo gelukkig, Joseph begint zo zijn eisen te stellen. Voor ze het weten zijn alle drie de personages volwassen aan het worden en verantwoordelijkheid aan het herkennen. De absolute liefde maakt plaats voor de voorwaardelijke; Julie vertelt Jack alles en loopt even later het appartement uit, weg van Jack en Joseph.

Akerman vertelt dit simpele verhaal over een vrouw en haar twee mannen sierlijk eenvoudig. De camera beweegt zich teder door het tweekamerappartement van de gelieven en volgt Julie bij haar nachtelijke wandelingen door een leeg en majesteitelijk Parijs, bijna als een vierde personage in de film. Er wordt niet dramatisch gedaan over de dilemma's van Julie, haar gevoelens stromen vanzelfsprekend dag en nacht tot ver buiten de oevers. Soms zingt ze haar gedachten op rijm uit, en dat verstoort nauwelijks de realiteit à la Akerman, die in Golden Eighties even vanzelfsprekend winkelmeisjes tot musicalsterren promoveerde. Hoogstens moeten niet-Franstalige kijkers even wennen aan de spitsvondige en filosofische dialogen van de hoofdrolspelers die naar onze begrippen zeer welbespraakt over hun eigen bestaan reflecteren. Toch hoor ik liever Jack, Julie en Joseph in gesprek met elkaar dan de even oude personages van Eric Rohmer, die anders, meer rationalistisch kunstmatig geconstrueerd zijn.

Nuit et jour is zo teder, lichtvoetig, hypersensitief en charmant als Akermans films maar zijn kunnen. De regisseur neemt de kijker bij de hand en voert hem binnen in een wonderland van compromisloze en symbiotische liefde, zoals misschien alleen kinderen die kunnen beleven. De moraal aan het einde doet daaraan geen afbreuk, want wie goed naar het gezicht van Julie kijkt, ziet dat ze zich ook bevrijd voelt van het primaat van de liefde. Het is waarschijnlijk een sleutelfilm in het oeuvre van Akerman, die weer eens een voor een breder publiek toegankelijk verhaal kon vertellen en het niet uitsluitend meer over zichzelf heeft. Slechts bij het voor de tweede keer kijken naar Nuit et jour breekt de betovering en stapt de kijker te gemakkelijk uit de door Akerman rond haar hoofdrolspelers gesponnen cocon om objectief gebreken in met name het tempo en de rigiditeit van de constructie te kunnen gaan ontdekken. Het zij Akerman vergeven, ze heeft tenminste haar elan hervonden.