Britse Conservatieven hervatten debat over EG

LONDEN, 11 JUNI. De Britse premier John Major heeft gisteren van grote afstand een potentiële kabinetscrisis moeten bezweren over ratificatie van het Verdrag van Maastricht.

Major verklaarde krachtig dat er geen kabinetscrisis is. Maar de prominentste Euro-scepticus onder Major's ministers, Peter Lilley (sociale zaken), later gevolgd door de gelijkgestemde staatssecretaris voor begrotingszaken, Michael Portillo, zag zich desondanks gedwongen een verklaring uit te geven dat hij de premier steunt in zijn beleid om het verdrag voor een Europese politieke en monetaire unie overeind te houden - daarmee bevestigend dat de interne spanning in de Conservatieve Partij over het onderwerp Europese integratie opnieuw het kookpunt nadert.

Geruchten als zou de partij tot op kabinetsniveau gespleten zijn over de voortgang van "Maastricht' nadat Denemarken dat verdrag bij referendum heeft afgestemd, zijn de afgelopen week steeds sterker geworden. Vermoedelijk ingestoken door verklaarde Euro-sceptici onder de Tories kwam er in een deel van de media een campagne op gang tegen het Foreign Office en tegen Douglas Hurd, de minister van buitenlandse zaken. Hem wordt verweten dat hij te star aan de resultaten van Maastricht vasthoudt en niet bereid is tot heronderhandeling over een “better deal for Britain”. Uit het kabinetsberaad van vorige week werd gelekt dat Hurd's staatssecretaris, Douglas Hogg, niet gelooft in de tactiek van de regering om Maastricht overeind te houden. En vervolgens werd bekend dat de prominenten Peter Lilley en Michael Portillo aanwezig zouden zijn geweest op een bijeenkomst van Euro-skeptici in de nasleep van het Deense nee.

De campagne kreeg gisteren de omvang van een crisis toen de Londense Evening Standard berichtte dat Lilley's baan op het spel stond. De hitte van de dag, de afwezigheid van beide onderhandelaars uit Maastricht (Major in Zuid-Amerika, Hurd met de Koningin in Frankrijk) en een ingelast radio-optreden van de minister van financiën, Norman Lamont, teneinde te verzekekeren dat het hele kabinet unaniem was over de koers ten aazien van Europa, speelden allemaal hun rol. Majors partij-disciplinatoren in het parlement, de whips, achtten het raadzaam de premier op 6000 kilometer van huis via een satellietverbinding met parlementaire journalisten in Londen te laten ontkennen dat er van een verschil van opvatting binnen het kabinet sprake is. Major sprak vanuit Colombia, waar hij een bezoek bracht op weg naar de milieutop in Rio de Janeiro. De aablik van de premier, in hemdsmouwen, oproepend tot het hanhaven van “een koel hoofd”, stelde ook de City gerust. Die was korte tijd in paniek geweest door een gerucht dat Major's helicopter in Zuid-Amerika was neergestort.

De opwinding over het toenemend ongemak in de Tory-gelederen leidde de aandacht grotendeels af van het wijder worden van de haarscheurtjes in het veronderstelde eenheidsstandpunt van de Labourpartij. Labour-Lagerhuisleden waren gisteren intern verdeeld over drie opties: opnieuw onderhandelen (radicaal links), aandringen op een referendum (uiterst links, Tony Benn) of even wachten hoe de wind waait (de partijleiding). Besloten werd het oordeel over de meest wenselijke koers met een week uit te stellen: de nieuw geëtaleerde Europese gezindheid van Labour is daarmee niet in diskrediet gebracht en de kans dat de Tories verder in moeilijkheden geraken blijft open.

Het bezweren van de onrust in de Tory-gelederen wordt een vuurproef voor Major. Zijn beleid is erop gericht zijn kruit droog te houden, in elk geval tot duidelijk is geworden wat de Ieren volgende week in hun referendum over het resultaat van Maastricht zullen zeggen en tot na de Europese topontmoeting in Lissabon, die daarop volgt.

“Het verdrag belichaamt veel van datgene waarnaar wij altijd hebben gestreefd in Europa”, herhaalde hij gisteren.“Het is het waard om daaraan vast te houden. Het zou dwaasheid zijn om het resultaat van de onderhandelingen in het verdrag nu weg te gooien.”

Een complicerende factor in de Britse opstelling is het feit dat Groot-Brittannië op 1 juli het voorzitterschap van de Europese Gemeenschap op zich neemt. Jacques Delors, in de ogen van de Brit-in-de-straat de grote boosdoener-onderkoning van Europa, waarschuwde gisteren dat de Britten hun tijdelijke (machts-)positie niet mogen gebruiken om daarvan zelf beter te worden.

“Het voorzitterschap is niet bedoeld om de belangen van een natie te dienen”, zo zei hij, “maar om een goed compromis te vinden, een dynamisch compromis, tussen de twaalf lidstaten. Ik blijf erop vertrouwen dat premier Major zich van die plicht bewust is.”