Amsterdams Gerechtshof wil niet verhuizen naar "kille kantoorkolos'

AMSTERDAM, 11 JUNI. Ruim binnen de drie minuten spreektijd die hem gisteravond was toebedeeld wist mr. P.M. Witteman, vice-president van het Gerechtshof in Amsterdam, zijn pleidooi af te ronden. Als inspreker bij de commissie wonen en werken van de stadsdeelraad Zuid trachtte de raadsheer strafzaken de lokale politici aan zijde te krijgen. Dit ter voorkoming van de “historische blunder” die Amsterdam volgens Witteman dreigt te begaan: de verplaatsing van het Gerechtshof uit het sfeervolle, zeventiende eeuwse Paleis van Justitie aan de Prinsengracht naar een kille kantoorkolos in Amsterdam-Zuid.

De verplaatsing zal niet alleen in een verschraling van de binnenstad resulteren, maar ook in een overbelasting van het kantorengebied rond de Parnassusweg, aldus de raadsheer, die namens zijn collega's bij het Hof het woord voerde. “U moet niet zwichten voor een dictaat van de Rijksgebouwendienst”, zo hield Witteman zijn gehoor op gedecideerde toon voor. Na het uitdelen van een speciaal vervaardigde actie-folder trad de raadsheer terug van het spreekgestoelte.

Hoewel het definitieve besluit voor het vertrek van het Hof nog niet genomen is, voelen de raadsheren zich het slachtoffer van handjeklap tussen de Rijksgebouwendienst en de gemeente Amsterdam. Er zou reeds een overeenkomst bestaan over een uitgebreide grondruil, als gevolg waarvan het Hof in een nieuw te bouwen toren naast de reeds bestaande gerechtsgebouwen in Zuid geplaatst zal worden. Onder voorbehoud dat de stadsdeelraad Zuid met een en ander akkoord gaat, vermeld het principe-akoord dan ook bijna terloops.

Teruggekeerd op de publieke tribune luisterde Witteman dan ook met nauwelijks merkbare weerzin naar het verhaal van de tweede inspreker, ir. J. van Staalduinen van de Rijksgebouwendienst. “Onze cliënt, het ministerie van justitie, vindt dat de gerechtshoven geïntegreerd moeten worden met de arrondissementsrechtbanken. Het gaat om de efficiency”, aldus van Staalduinen.

Bij de lokale bestuurders van stadsdeel Zuid overheerste de twijfel. Met de nieuwe bebouwing zou het laatste voetbalveldje in de buurt verdwijnen, terwijl de vrees bestaat dat de overlast van het verkeer en parkerende auto's alleen maar toeneemt. Men concludeerde dat de vestiging van het Hof weliswaar niet wordt uitgesloten, maar slechts onder een aantal stringente voorwaarden voor de leefbaarheid van de buurt. Pas na de zomer, veel later dan de Rijksgebouwendienst had geschat, zal een definitief besluit worden genomen.