Ambitieus plan voor inventariseren van flora van Nederland; Plantenatlas op de vierkante kilometer

"Soortsbescherming stelt in Nederland niet veel voor', zegt dr. Ruud van der Meijden, hoofd van de Afdeling Nederland van het Rijksherbarium in Leiden, "wat hier aan natuurbescherming wordt gedaan is voornamelijk gericht op landschappen. Ik heb bemerkt dat beheerders van erkende natuurterreinen van Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten soms nauwelijks weten wat voor soorten planten er binnen hun hekken groeien.'

"Voor soorten en de verspreiding ervan bestaat in Nederland opmerkelijk weinig belangstelling. Misschien komt dat wel door de vegetatiekundigen, die planten altijd in samenhang met elkaar bekijken. Een soort op zich vinden ze niet erg interessant, ze kijken een beetje op ons floristen neer. En omdat zij in de meerderheid zijn en veel invloed hebben op de natuurbescherming, hebben wij floristen het moeilijk. Maar misschien komt daar binnenkort veranbdering in.'

Sinds hij klaar is met het laatste deel van de Atlas van de Nederlandse Flora (1989) en de 21e druk van de Heukels' Flora van Nederland (1990) is Van der Meijden druk bezig geweest met het opzetten van een Floradatabank. Het is een gedigitaliseerd databestand met 3,5 miljoen vondsten van planten. De meeste gegevens zijn van na 1980, enkele vanaf 1975. Dat is een grote sprong vooruit, want de Atlas van de Nederlandse Flora had de scheidslijn vanaf 1950.

Een groot verschil met die atlas is dat de vondsten nu gelokaliseerd zijn binnen vierkanten van 1x1 kilometer. De Atlas werkte nog met blokken van 5x5 kilometer. Terwijl Nederland in de Atlas nog in 1650 landhokjes is verdeeld, telt de Floradatabank 35.812 hokjes van 1x1 kilometer.

Een uitdraai van de Floradatabank geeft voor de verspreiding van een soort dan ook een veel verfijnder beeld te zien dan de "oude' Atlas. Kreeg je in de Atlas nog het idee dat het met de verspreiding van een soort wel meeviel, doordat de zwarte blokken op elkaar aansloten waardoor de suggestie bestond van een massief verspreidinggebied, op de nieuwe kaarten zie je pas dat die soort heel versnipperde groeiplaatsen heeft.

Van der Meijden: "Die versnipperde verspreiding kenden de specialisten natuurlijk wel, al kon je het op de atlas niet zien. De nieuwe kaarten tonen de versnippering in een oogopslag. Maar het grote voordeel van de nieuwe Floradatabank is dat we er programma's op los kunnen laten. Op deze fijne schaal zijn ook gegevens beschikbaar van grondsoort en hydrologische gegevens. Een paar specialisten zijn nu programma's aan het schrijven, zodat we over enige tijd allerlei verbanden kunnen onderzoeken. Het zou mij niets verbazen als we opmerkelijke verbanden vinden, bijvoorbeeld dat sommige planten helemaal niet zo aan leefgemeenschappen gebonden zijn als vegetatiekundigen denken, maar gewoon gebonden zijn aan een bepaalde grondsoort.'

Het verkrijgen van de gegevens voor de nieuwe Floradatabank was geen gemakkelijke zaak. Van der Meijden: "70 procent van de gegevens is afkomstig van de provincies. Die hebben de afgelopen jaren mensen in dienst gehad die voor een salaris een heel bestand hebben opgebouwd. Het rijk wilde al die gegevens best allemaal hebben. Geef maar hier, werd er gezegd, wij beheren die gegevens wel voor jullie. Daar wilden die provincies natuurlijk niets van weten. Gelukkig heb ik ze na lang praten toch over de brug gekregen. Het hielp dat wij daar nog 30 procent vondsten van particulieren verenigd in Floron aan konden toevoegen.'

Grondwaterstand

De Floradatabank zal waarschijnlijk een belangrijke rol spelen bij het vaststellen van de toestand van een gebied. Hogere planten zijn zeer gevoelig voor veranderingen van de kwaliteit van de bodem en de grondwaterstand. Waterplanten zijn een goede indicatie voor de kwaliteit van het water. Minder geschikt zijn mossen en korstmossen. Van der Meijden: "Mossen en korstmossen zitten niet in de Floradatabank. Die worden gedaan door een heel ander soort mensen. Bovendien blijken de microklimaatjes van mossen nauwelijks iets te maken te hebben met de standplaats. Ze wortelen nauwelijks. Waar mossen wel geschikt voor zijn is voor het het signaleren van luchtverontreiniging.'

Wat een chemicus en een hydroloog met veel monsters en analyses moeten vaststellen, kan een florist in een oogopslag zien. De dynamiek over de jaren heen kan hij er met de Floradatabank met een druk op de knop bij leveren. Zo wordt een bijdrage geleverd aan de Milieueffectenrapportage voor Drink- en Industriewatervoorziening die dit voorjaar in de Kamer behandeld wordt.

Van der Meijden: "De Floradatabank is van het Rijksherbarium, de stichting Floron en van de drie "groene' departementen: VROM, Rijkswaterstaat en Landbouw. Het lijkt allemaal heel wat, maar in werkelijkheid stelt het niet veel voor, hoor. Ik zit hier eigenlijk helemaal in mijn eentje. De databank moet het echt hebben van een netwerk van persoonlijke contacten, mensen die mij helpen omdat ze het belang ervan inzien. Via de formele weg krijg ik nooit wat voor elkaar.'

Ambitieus plan

Maar daar komt binnenkort misschien verandering in. Van der Meijden heeft het ambitieuze plan om Nederland weer helemaal opnieuw te inventariseren. Maar dan goed. Van der Meijden: "Het bestand dat we nu hebben heeft zoveel artefacten, dat je in de praktijk voortdurend aan het corrigeren bent. Zo missen we Friesland helemaal om de simpele reden dat de provincie Friesland in de afgelopen jaren geen florist in dienst had. Er zijn nu wat versnipperde gegevens van Floron, maar Friesland blijft een witte plek. Alleen de Randstand, Utrecht en Zeeland zijn volledig geinventariseerd, de overige provincies zitten daar zo'n beetje tussen in.'

Wat Van der Meijden nu wil is niet minder dan met twintig beroepsmensen gedurende tien jaar heel het land systematisch in kaart brengen. De kosten schat hij op 25 miljoen gulden. Van der Meijden: "Dat lijkt een hoop geld, maar het is in feite goedkoop als je het vergelijkt met andere vormen van monitoring van het milieu. Ik denk bijvoorbeeld aan de chemische inventarisatie van Nederland met snuffelpalen. Wat kost dat wel niet? En wat komt eruit? Ja, dat in het Rijnmondgebied minder SO2 wordt uitgestoten. Alsof we dat zonder die palen niet wisten. Maar met een up-to-date databestand van meer dan duizend plantensooreten, kun je veel meer doen.'

Op dit moment wordt in Nederland het Natuurbeleidsplan uitgevoerd. Twintig procent van Nederland valt binnen de ecologische hoofdstructuur, grote natuurgebieden zonder veel bebouwing. Van der Meijden: "Het zou toch leuk zijn te weten of die 20 procent ook van grote waarde is. Je kunt wel natuurparken hebben, maar als die hekken om gebieden staan met allemaal doodgewone soorten en buiten het hek staan de zeldzame, dan lijkt me de keuze aanvechtbaar. Maar het blijkt erg mee te vallen. 60 procent van de Rode-lijstsoorten, soorten die met uitsterven bedreigd worden, liggen binnen het kerngebied van de ecologische hoofdstructuur. Dus met die twintig procent van Nederland is een redelijke keuze gedaan. Wat natuurlijk niet wegneemt dat de overige Rode-lijstsoorten ook beschermd moet worden.'

Vuilnisbelt op heide

Een nieuwe, volledige opname van Nederland kan de gegevens leveren voor bijstelling van het Natuurbeleidsplan. Van der Meijden: "De huidige Floradatabank heeft daarvoor veel te veel hiaten. Ik geef het bestand ook absoluut niet uit handen, omdat buitenstaanders in allerlei valkuilen zouden stappen. Ik noem maar wat: is een vuilnisbelt op een heide voor de natuur een verbetering? Als je alleen naar de aantallen soorten kijkt: ja! Je ziet rond de belt een geweldige toename van soorten temidden van een monotone heide. Is maximalisering van het aantal soorten je doelstelling, dan moet je vuilnis op de heide dumpen. Dat soort fouten is in het begin van het Natuurbeleidsplan wel gemaakt.'

Hoe krijg je tegenwoordig nog twintig goede plantenwaarnemers bij elkaar? Onder de biologiestudenten zit al jaren bijna niemand meer die een varen van een bosaardbei kan onderscheiden. Van der Meijden: "Van biologen moet je het al lang niet meer hebben, dat was in mijn tijd al zo. Toen ik als studentje hier in 1962 hier op het Rijksherbarium mijn opwachting kwam maken, riep Van Ooststroom, de vorige bewerker van de Heukels: "Hé, jongens, kom eens hier. Een student, er komt hier een student!' En hij zei tegen mij: "Ha, jij wordt later mijn opvolger'. Ik ben gillend weggelopen en heb me jaren niet meer op het Rijksherbarium laten zien. Ik dacht die zijn allemaal gek daar. Maar Van Ooststroom heeft gelijk gekregen, ik ben zijn opvolger geworden. En ik zucht ook nog steeds onder een gebrek aan interesse van studenten. Gelukkig hoef je helemaal niets van biologie te weten om een goede florist te zijn. Soortsherkenning is iets dat je je voornamelijk zelf moet leren. Goede floristen vind je dan ook onder alle beroepen. Die twintig man heb ik zo bij elkaar, ik ken er genoeg die het willen doen.'

Kaarten: Links De vindplaatsen van moerashertshooi (Hyperican elodes) in Nederland volgens de klassieke uurhokken, vierkanten van 5x5 kilometer, zoals deze wordt toegepast in de Atlas van de Nederlandse flora.

Rechts Vindplaatsen van dezelfde plant zoals weergegeven door de nieuwe Flora- databank met hokken van 1x1 kilometer. Nu wordt pas zichtbaar hoe geïsoleerd de populaties eigenlijk zijn.