Wie verkeerd tilt, krijgt arbo-specialist op z'n nek

Driekwart van de Nederlandse beroepsbevolking behoort tot de wereldelite, de rest is ziek of arbeidsongeschikt. Om dat te verbeteren verdienen ook arbeidsomstandigheden meer aandacht. Aflevering 4: de nieuwbouw van het ministerie van Vrom.

DEN HAAG, 10 JUNI. Mannen met helmen lopen door het zand bij de nieuwbouw van het ministerie van Vrom in Den Haag. Een ongebruikelijk gezicht bij een Nederlandse bouwput, maar dit geldt dan ook als een voorbeeld- en leerproject voor arbeidsomstandigheden. Goede arbeidsomstandigheden blijken vooral een kwestie van aandacht en afspraken maken, en dat is moeilijker dan alleen maar helmen en oordoppen verstrekken.

Weinig sectoren hebben een hoger ziekteverzuim en een grotere WAO-uitstoot dan de bouw. In weinig sectoren gebeuren meer ongelukken. In de bouw was dan ook al relatief vroeg aandacht voor arbeidsomstandigheden. In 1972 werd een speciale bedrijfsgezondheidsdienst opgezet voor de sector en in 1986 werd de stichting Arbouw opgericht, tot nog toe het enige bedrijfstakinstituut voor arbeidsomstandigheden. De CAO kent een hele trits arbo-bepalingen, variërend van de verplichting voor grotere bedrijven om een arbo-beleidsplan op te stellen tot het verbod om zakken cement of andere grondstoffen van meer dan 25 kilo te gebruiken.

De bonden moeten, als het om arbeidsomstandigheden gaat, manouvreren tussen de Scylla van de zuinige werkgevers en de Charybdis van de stoere achterban die een paar gulden meer belangrijker vindt. “We moeten oppassen dat we niet het verwijt krijgen: leuk die arbo-bepalingen, maar mijn vrouw moet ook boodschappen doen”, zegt Roel Scheper, bestuurslid van de Hout- en Bouwbond CNV. “Ik zeg altijd tegen mensen: ga nou niet zitten kankeren in de keet, maar ga praten met de uitvoerder. Voor ons is een belangrijke taak een mentaliteitsverandering teweeg te brengen bij werknemers.”

Zowel bij werknemers als bij werkgevers groeit de belangstelling voor arbeidsomstandigheden. Bij de werkgevers zijn het in het algemeen de grotere die voorop lopen, is de ervaring van de bond. Wilma, de bouwaannemer van de nieuwbouw van Vrom, is een van die grote.

De nieuwbouw van Vrom zou gelden als voorbeeld- en leerproject op het gebied van arbeidsomstandigheden. In de aannemingsovereenkomst werd meteen een aantal zaken vastgelegd over de samenwerking met de installateurs, de inzet van materieel, zoals bouwsteigers, en faciliteiten op de bouwplaats. Zo werd de steigerbouw in handen van één firma gelegd, waarmee wordt vermeden dat de een een steiger bouwt, de volgende hem verbouwt en de derde eraf valt.

Er is het meeste te doen aan arbeidsomstandigheden wanneer daarmee al in de ontwerpfase rekening is gehouden. Dat is bij dit project niet gebeurd. Wel is het bestek volgens standaardcodes ingedeeld, wat het gemakkelijk maakte per onderdeel aan te geven wat de risico's waren, wat eraan gedaan moest worden en wie ervoor verantwoordelijk was. Om de hele aanpak te evalueren werd door de directie coördinatie bouwbeleid van het ministerie van Vrom in N. van Nuland van VNC Adviseurs een onafhankelijk adviseur aangetrokken. Medewerkers van Aboma (een arbo-instituut dat door de grote bouwwerkgevers in het leven is geroepen) en de bedrijfsgezondheidsdienst houden wekelijks inspecties op de bouw. “Iemand die verkeerd tilt krijgt dan meteen instructie van een arbo-deskundige”, vertelt project-directeur C. van 't Hoog. “Dat gaat spelenderwijs. Er zijn ook geen sancties.”

Voordat een neven- of onderaannemer aan het werk mag wordt een voorgesprek met hem gevoerd. In elk contract is een arbo-paragraaf opgenomen, waarin bijvoorbeeld staat dat alle werknemers verplicht zijn op de bouwplaats een helm te dragen. Bij het begin van de werkzaamheden krijgt een neven- of onderaannemer algemene werkinstructies over zaken als verlichting, steigerwerk en toegankelijkheid (mag hij niet aankomen, want wordt door één bedrijf geregeld), chemische toiletten (op elke etage een) en het toelaatbare volume van radio's (er is meer dan 85 decibel gemeten: daar word je op den duur doof van, dus zo hard mag niet).

In de ruwbouwfase waren de meeste werknemers in dienst van Wilma zelf en had men de realisatie van alle fraaie arboplannen dus nog grotendeels in eigen hand. Nu de afbouw in volle gang is, is dat niet meer het geval. Van Nuland: “Het is helaas niet gelukt ieder in de arbogreep te krijgen.” Van 't Hoog: “De cultuur is er niet klaar voor. Je kunt wel mooie hekken op elke verdieping zetten, maar dan zie je dat iemand toch op de vijftiende verdieping met zijn benen over het randje gaat zitten om zijn brood op te eten. Er is nu eenmaal een cultuur van stoerheid, van risico's nemen en van radio's”.

“Verbetering van arbeidsomstandigheden is vooral motiveren, motiveren en nog eens motiveren”, zegt Van 't Hoog. “Ik heb geen sancties. Ik moet een helm verstrekken, maar ik kan niemand verplichten hem te dragen.” Van Nuland wil niet te pessimistisch zijn: “Als je meer randvoorwaarden creëert, lukt er ook meer. Je ziet bijvoorbeeld dat de oordoppenautomaat volop wordt gebruikt. De vegers gebruiken stofkapjes”.

In de begroting van de nieuwbouw is geen extra budget opgenomen voor arbeidsomstandigheden. Niet alle maatregelen kosten echter geld. Zo werd besloten een groot deel van de geplande cementdekvloeren te vervangen door een gietvloer op basis van rookgasontzwavelingsgips. Daarmee was een van de zwaarste klussen op de bouw, het strijken van cementvloeren, overbodig geworden. Twee man gieten duizend vierkante meter per dag. Anders zouden daar ruim vijftien man aan het smeren zijn. Van 't Hoog: “Die vervanging heeft zeker een positief effect op de WAO-uitstoot. Toch is het budgetneutraal opgelost”.

Wat bij dit project gebeurt is zeker geen gemeengoed in de bouw. Vooral sommige kleinere aannemers willen per se het goedkoopste van het goedkoopste, aldus vakbondsbestuurder Scheper. Die werken soms nog met vijftig-kilobalen cement, hoewel dat volgens de CAO niet mag. “Wij willen dan ook dat de arbeidsinspectie meer aan advisering en controle doet.”

Foto: "Ga niet zitten kankeren in de bouwkeet, maar ga praten met de uitvoerder. Een mentaliteitsverandering teweeg brengen onder bouwvakkers, daar gaat het om', zegt vakbondsman R. Scheper. (Foto NRC Handelsblad/Freddy Rikken)