Werkgevers: "Den Haag heeft nieuwe melkkoe ontdekt'; VNO: tarieven teveel omhoog

DEN HAAG, 10 JUNI. De gemeentelijke tarieven zijn de laatste vijf jaar “schrikbarend” gestegen en tussen de gemeenten bestaat een “concurrentievervalsend” verschil. “Den Haag heeft de gemeentelijke melkkoe ontdekt”, aldus voorzitter dr. A.H.G. Rinnooy Kan van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO) vanmorgen bij de presentatie van een onderzoek naar de gemeentelijke lasten.

In opdracht van het VNO heeft het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven een onderzoek gedaan naar de onroerend goedbelasting, een aantal milieuheffingen en een aantal specifieke lasten zoals parkeergelden en bouwleges.

Uit het IOO-onderzoek onder 125 gemeenten (bijna 20 procent van het totaal aantal Nederlandse gemeenten) blijkt dat de retributies - de financiële vergoeding voor specifieke overheidsdiensten - in de periode 1988-1992 met ruim 70 procent is gestegen. Bij de reinigingrechten valt de grootste stijging waar te nemen: ruim 80 procent. De onroerend goedbelasting (OGB) steeg in deze periode met 20 procent.

“Zorgelijk” en “concurrentievervalsend” noemde Rinnooy Kan de grote diversiteit in de hoogte van gemeentelijke lasten en tarieven. Het tarief van de OGB voor een eigenaar/gebruiker varieert tussen 3 gulden en 20 gulden per eenheid van 3000 gulden (economische waarde). “Voor een bedrijfspand van één miljoen gulden scheelt dit bijna 5700 gulden”, aldus de VNO-voorzitter. Bij de bouwleges gaat het om een verschil van 0,14 procent van de bouwsom tot bijna 2 procent. Dat komt neer op een verschil van ruim 18.000 gulden voor een pand van één miljoen gulden.

De gemeentelijke belastingen en tarieven zijn sterker gestegen naarmate een gemeente groter is. Voor een deel is dit volgens de VNO-voorzitter te wijten aan de scheefgroei in de financiële verhoudingen tussen "arme' centrumgemeenten en "rijke' randgemeenten. “Bij de komende reorganisatie van het binnenlands bestuur moeten lusten en lasten eerlijker worden verdeeld”, aldus Rinnooy Kan. Om een concurrentiestrijd tussen gemeenten te voorkomen moet het rijk duidelijke voorschriften aangeven.

Uit het onderzoek blijkt dat de omvang van gemeentelijke belastingen en retributies in verhouding tot de collectieve lasten op centraal niveau klein is: 6,2 miljard gulden. De collectieve lastendruk (som van belastingen en sociale premies) van lagere overheden bedraagt dit jaar 1,7 procent tegenover 51,8 procent op centraal niveau (rijk en sociale verzekeringen). “Bij het VNO bestaat de vrees dat de lastenstijging bij lagere overheden alleen nog maar verder zal oplopen”, aldus Rinnooy Kan.