VS en Rusland nog niet eens over kernwapens

WASHINGTON, 10 JUNI. De Verenigde Staten en Rusland hebben een week voor de ontmoeting tussen de presidenten Bush en Jeltsin nog geen volledige overeenstemming kunnen bereiken over verdere vermindering van hun arsenalen strategische kernwapens.

De Russische minister van buitenlandse zaken, Andrej Kozyrev, aanvaardde in twee dagen van besprekingen met zijn Amerikaanse ambtgenoot, James Baker, wel een beperking van de lange-afstandsraketten van 8.500 tot 4.700 kernkoppen. Met de nagestreefde vermindering zou de Russische kernmacht worden teruggebracht tot het niveau van 1977 en die van de Verenigde Staten naar dat van 1971.

Maar aan de eis van Washington de Russische te land gestationeerde SS-18 raketten met tien kernkoppen af te schaffen, werd door Kozyrev slechts gedeeltelijk tegemoetgekomen. Hij heeft aangeboden het aantal SS-18's te beperken zodat zij niet meer dan eenderde van het totale Russische arsenaal vormen.

De VS beschouwen de SS-18 als een bijzonder gevaarlijk wapen. Washington had voorgesteld alle op land gestationeerde raketten met meer dan één kernkop af te schaffen. Dit was onacceptabel voor Moskou. De op land gestationeerde raketten vormen de ruggegraat van de Russische nucleaire macht, terwijl Washington een belangrijk deel van zijn wapens gestationeerd heeft op onderzeeërs.

Baker zei dat het nog onzeker is of voor de ontmoeting van Jeltsin en Bush in Washington volledige overeenstemming kan worden bereikt. Kozyrev is teruggevlogen naar Moskou voor overleg met Jeltsin en diens adviseurs. Eerder deze week verklaarde de Amerikaanse minister ook te betwijfelen of het Amerikaanse Congres op korte termijn zal instemmen met een hulpprogramma voor Rusland. Dat zou kunnen betekenen dat Jeltsin volgende week wat dat betreft met lege handen uit Washington terugkeert. (Reuter, AP)