Rijksdienst wil af van kunstwerken

RIJSWIJK, 10 JUNI. De Rijksdienst Beeldende Kunst wil de komende drie jaar een collectie van ongeveer 213.000 kunstwerken afstoten. De werken zijn gemaakt in de tijd dat de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR) van kracht was. Minister d'Ancona (WVC) heeft gisteren een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin ze dit project nader toelicht.

De Rijksdienst Beeldende Kunst trekt 1 miljoen gulden uit om de BKR-kunst die al jaren in depot ligt op een "zorgvuldige manier' kwijt te raken, aldus Rijksdienst-directeur R. de Haas. De Rijksdienst wil vijf procent van de BKR-werken die een bijzondere culturele waarde hebben, zelf houden. De rest zal worden weggegeven. Allereerst zal men proberen musea voor delen van de collectie te interesseren. Daar verwacht De Haas echter weinig van, omdat het voornamelijk om kunst gaat die uitsluitend een "decoratieve culturele waarde' heeft.

Daarom benadert de Rijksdienst vervolgens sociaal-culturele instellingen als artotheken, bejaarden- en ziekenhuizen, die wellicht in deze kunst zijn geïnteresseerd. Om de kunstmarkt niet te veel te verstoren, zoekt men bij voorkeur instanties die geen eigen aankoopbudget voor kunst hebben.

De kunst die daarna nog over is, zal zo mogelijk aan de kunstenaars worden teruggegeven. Daartoe zal de dienst zo'n tienduizend ex-BKR-kunstenaars aanschrijven. Beschadigde kunstwerken die niet door hun makers worden teruggenomen, zullen worden vernietigd. De Haas sluit niet uit dat niet teruggehaalde kunstwerken die in redelijke staat verkeren, aan geïnteresseerde burgers geschonken kunnen worden. “Dan zetten we het depot open, en kan men komen kiezen.” Het project is het vervolg op een eerdere afstoting van BKR-kunst, waarbij ongeveer 35.000 werken die in bruikleen waren gegeven, aan de bruikleennemers, meest rijksinstellingen, zijn geschonken.