PTT Telecom bereidt zich met Zweedse partner voor op vrije markt; Nieuw net moet grote klanten vangen

AMSTERDAM, 10 JUNI. PTT Telecom en het Zweedse Televerket hebben gisteren een internationaal telecommunicatie-netwerk gelanceerd waarmee de nu nog hoofdzakelijk nationale bedrijven zakelijke klanten op de Europese markt hopen te werven. De twee bedrijven hebben daartoe hun internationale activiteiten ondergebracht in een nieuwe organisatie, Unisource, waarvan het hoofdkantoor in Hoofddorp is gevestigd.

Telecom en Televerket, die al op beperkte schaal in een joint venture samenwerkten, hopen zich op die manier te profileren als internationale telecom-onderneming. Unisource wil binnen vier jaar een aandeel van 20 procent van de Europese markt voor zogenoemde netwerkdiensten te verwerven. Daarmee wordt dat deel van de telecommarkt bedoeld waarop vrije concurrentie is toegestaan, zoals het transport van computerdata. De markt voor de zogenoemde "diensten met hoge toegevoegde waarde' is in Europa 6,4 miljard gulden groot. Later, als de monopolies op het gesproken telefoonverkeer vervallen, wil de nieuwe onderneming zich ook op die markt richten.

Door de fusie van de internationale activiteiten en een beperkte groei in de komende maanden wil de onderneming in 1993 een omzet behalen van 300 miljoen ecu (700 miljoen gulden), aldus de moederbedrijven gisteren tijdens de officiële start van Unisource. Tot 1996 moet de omzet verdubbelen. Bij Unisource zullen tussen 500 en 600 voormalig medewerkers van PTT Telecom en Televerket in dienst treden. Daarnaast zullen 200 nieuwe werknemers worden aangetrokken.

Dit jaar wordt de onderneming actief in negen Europese landen. In 1993 wil Unisource ook wereldwijd diensten kunnen aanbieden. Daartoe is al een verdrag gesloten met het Amerikaanse Sprint en worden nog gesprekken gevoerd met bedrijven in Azië. In de Europese landen zal Unisource een technische en commerciële vestiging neerzetten die moet concurreren met de plaatselijke PTT en andere internationaal opererende telecombedrijven als British Telecom en het Amerikaanse AT&T. In eerste instantie wil Unisource dataverkeer van grote, internationaal opererende bedrijven op zich nemen. Klanten zoekt de onderneming vooral onder de 500 grootste bedrijven in Europa. PTT Telecom zal een deel van zijn internationaal opererende klanten als KLM en Neddloyd inbrengen in Unisource.

Onder de in Hoofdorp gevestigde houdstermaatschappij ressorteren nu nog slechts twee dochterondernemingen: een voor satellietdiensten en een voor de zakelijke klanten. Binnenkort komt er waarschijnlijk ook een aparte dochter voor mobiele telefonie in Europa.

De directies van de moedermaatschappijen wilden niet prijsgeven welke investeringen met Unisource gemoeid zijn. Ieder knooppunt in het nieuwe netwerk kost ongeveer 1 miljoen gulden. Worden de verbindingen tussen die centra meegerekend, dan gaat het om een investering van enkele tientallen miljoenen. Waar mogelijk zal Unisource gebruik maken van bestaande infrastructuur. Als het lokale telefoonnet niet aan de eisen voldoet zal Unisource zelf lijnen aanleggen.

G. J. van Velzen, vice president PTT Telecom, noemde de doelstelling om binnen vier jaar éénvijfde van de Europese markt binnen te halen zeer ambitieus. In Groot-Brittannië, aldus Van Velzen, heeft het tweede telecombedrijf dat naast British Telecom mag opereren, Mercury, acht jaar nodig gehad om een marktaandeel van tussen 5 en 10 procent van BT los te weken.

PTT Telecom heeft met Televerket gekozen voor een partner die moeilijke tijden doormaakt. Het netto-inkomen van de Zweedse onderneming bedroeg met 57 miljoen Zweedse kronen, 17 miljoen gulden, in 1991 nog maar eenderde van het jaar ervoor. Hoewel het lage inkomen gedeeltelijk te wijten was aan eenmalige tegenvallers zoals de invoering van BTW, noemde Televerket-directeur T. Hagström de ontwikkeling van de onderneming in het jaarverslag onvoldoende. De financiële ontwikkeling van Televerket is voor PTT Telecom van groot belang, omdat de twee bedrijven afkoersen op een volledige fusie tegen de tijd dat gewijzigde wetgeving dat mogelijk maakt.

Sprint is in de Verenigde Staten de derde telefoonmaatschappij voor interlokale gesprekken na MCI en AT&T. Om zijn marktpositie te versterken heeft Sprint onlangs een vriendschappelijk bod uitgebracht op het Amerikaanse Centel, dat een verzameling van lokale telefoonnetten beheert.