"Pretoria treedtniet op tegengeweld politie'

JOHANNESBURG, 10 JUNI. De Zuidafrikaanse regering doet te weinig om de actieve rol van leger en politie in het politieke geweld te bestrijden. Door deze nalatigheid kunnen de politieke hervormingen en de verbetering van de mensenrechtensituatie in het land stagneren.

Dit zegt Amnesty International in een vandaag verschenen rapport over het geweld in Zuid-Afrika. Volgens de mensenrechtenorganisatie is de betrokkenheid van leger en politie bij politieke moorden in de zwarte woongebieden niet veranderd, ondanks de hervormingen die president De Klerk de afgelopen twee jaar heeft teweeggebracht.

Onafhankelijke onderzoeken naar het gedrag van agenten en militairen worden belemmerd of lopen vast. De politie heeft getuigen en waarnemers van mensenrechtenonderzoekers lastiggevallen, bedreigd en beschoten, aldus Amnesty. Doordat de regering zo weinig optreedt tegen agenten en militairen die mensenrechten schenden, hebben de veiligheidstroepen volgens Amnesty het idee dat er in werkelijkheid politiek niets is veranderd.

De bevindingen van Amnesty komen overeen met die van mensenrechtenorganisaties in Zuid-Afrika en het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), dat de regering beschuldigt van een dubbele agenda: onderhandelen met het ANC en tegelijk op grote schaal activisten (laten) vermoorden. Tot de onderzoeksgroep van Amnesty die het land bezocht behoorde de voormalige directeur van de Nederlandse politie-academie, P. van Reenen.

De regering-De Klerk acht het politieke geweld, dat sinds de aankondigen van politieke hervormingen in februari 1990 aan 7.000 mensen het leven kostte, een gevolg van de politieke machtsstrijd tussen Inkatha en ANC. Tegen individuele leden van de veiligheidstroepen die de wet overtreden, zijn stappen ondernomen, meent de regering. Een woordvoerder van de regering noemde het rapport in een eerste reactie “bevooroordeeld en eenzijdig”.

Volgens Amnesty bestaat er een grote kloof tussen de bedoelingen van de regering en het gedrag van leger en politie in de zwarte woongebieden. Het rapport beschrijft voorvallen van politiek geweld, waarbij de politie een directe rol speelde of toekeek hoe politieke tegenstanders elkaar te lijf gingen. Slachtoffers zijn van alle politieke partijen, maar “de overweldigende meerderheid van hen was lid of aanhanger van het ANC en andere voormalige verbannen organisaties, vakbondsleden en mensenrechten- en vredesgroeperingen”. Het rapport noemt als voorbeeld van doodlopende onderzoeken dat van de Harms-commissie naar de doodseskaders in Zuid-Afrika, dat mislukte doordat bewijs was vernietigd en getuigen meineed pleegden.

Amnesty doet een groot aantal aanbevelingen om het gedrag van politie en leger en de rechtsgang te verbeteren. De regering moet duidelijk laten blijken dat alle overtredingen van de mensenrechten voor de rechter worden gebracht. Er moeten duidelijke instructies komen voor het gebruik van wapens door de politie. Ieder lid van de veiligheidstroepen dat het uitvoeren van executies suggereert of dat executies uitvoert, moet onmiddellijk worden geschorst, in afwachting van de uitslag van een onderzoek. Individuen die zich bedreigd voelen, moeten worden beschermd. Martelingen door politie en leger moeten worden stopgezet, aldus Amnesty.