Ongeduld werkt averechts voor allochtonenbeleid; Arbeidsplaatsen voor minderheden zijn niet af te dwingen met centrale afspraken

Het lukt niet om allochtone werkzoekenden in voldoende mate in het arbeidsproces op te nemen. Daaruit wordt veelal de conclusie getrokken dat het in 1990 in de Stichting van de Arbeid gesloten akkoord om zestigduizend allochtonen aan werk te helpen, gedoemd is te mislukken.

Het was voor minister De Vries bijvoorbeeld reden om te dreigen met een quota-regeling. VVD, D66 en Groen Links hebben een initiatiefwetsontwerp ingediend om bedrijven en overheidsorganen te verplichten jaarlijks openbaar te rapporteren over het aantal allochtonen dat ze in dienst hebben. En het kabinet heeft ingestemd met een een voorstel van De Vries om werkgevers te verplichten te rapporteren (niet openbaar) welke maatregelen ze nemen om allochtonen in dienst te nemen.

Maar de sombere conclusie over de uitwerking van het akkoord van de Stichting van de Arbeid is niet juist. Het is te begrijpen dat men ongeduldig uitziet naar resultaten in het arbeidsmarktbeleid voor allochtonen. Voor de doelgroep zelf dringt de tijd, want elke maand van werkloosheid verkleint hun kans op werk verder en de groep wordt groter door nieuwe aanwas. Allochtonen-organisaties willen resultaten boeken voor hun achterban en ook de overheid wil resultaten zien, omdat het activerend arbeidsmarktbeleid moet slagen.

De ervaringen met het gevoerde doelgroepenbeleid tonen echter dat in één of twee jaar tijd niet veel is veranderd in het wervings- en aannamebeleid van ondernemingen. Hiervoor zijn wel redenen te geven; ondernemingen hebben tijd nodig om vertrouwd te raken met nieuwe afspraken. Bovendien hebben afspraken die op centraal niveau zijn gemaakt geen effect, die moeten eerst naar sector-, bedrijfstak- en bedrijfsniveau worden "vertaald'. Ondernemingen veranderen hun gedrag niet op stel en sprong omdat het gevolgen kan hebben voor de bedrijfsvoering of omdat gewoonweg de vacatures ontbreken. Centrale afspraken zijn gedragsvoornemens, het werkelijke gedrag hangt af van meer dan alleen een afspraak.

Een vertragende factor kan overigens ook optreden aan de aanbodkant. De werkzoekenden moeten bijvoorbeeld via her- en bijscholing geschikt worden gemaakt voor een plaats op de arbeidsmarkt, zij moeten hun voorkeuren geleidelijk aanpassen aan de mogelijkheden van de markt.

Het omzetten van voornemens in actieve inspanningen met resultaat, laat staan het overhalen van werkgevers, (of werkzoekenden), die de voornemens van het doelgroepenbeleid niet delen, kost veel tijd. Het is de vraag of dreigen met strafmaatregelen onder deze omstandigheden zin heeft.

De dreiging zal de angstigen doen schrikken. Zij zullen waar mogelijk hun gedrag aanpassen, maar niet van harte en waar mogelijk zullen zij proberen onder een straf uit te komen zonder hun gedrag aan te passen. Dat zal ook gebeuren bij degenen die zich niet laten imponeren door dreigementen.

Het resultaat van strafmaatregelen of dreigementen, bijvoorbeeld quota-regelingen, is dat het opnemen van allochtonen in het arbeidsproces niet als iets vanzelfsprekends gaat gebeuren, maar alleen zolang de dwang er is èn voor zover niet onder die dwang kan worden uitgekomen. Quota-regelingen in het buitenland hebben een te verwaarlozen positief effect gehad.

Een succesvol allochtonenbeleid is niet gebaat bij gekissebis en getouwtrek op centraal niveau tussen werkgevers- en werknemersorganisaties en de overheid. Individuele ondernemers zullen overtuigd moeten worden van het nut voor het betreffende bedrijf om allochtonen (of leden van andere doelgroepen) in dienst te nemen. Arbeidsplaatsen voor leden van doelgroepen worden niet gecreëerd door op centraal niveau afspraken te maken.

Bij individuele ondernemers worden arbeidsplaatsen gecreëerd of vrijgemaakt die eventueel voor allochtonen, herintredende vrouwen, of langdurig werklozen, geschikt zijn. Onder bepaalde omstandigheden is een ondernemer bereid om leden van dergelijke groepen aan te nemen, bijvoorbeeld bij moeilijk vervulbare vacatures, als het bedrijf de opleidingskosten niet hoeft te betalen en als begeleiding wordt geboden. Ook het sluiten van bedrijfs-cao's werkt stimulerend. Aan welke voorwaarden voldaan moet worden om de inspanningen te doen slagen, is per bedrijf, per bedrijfsklasse, per regio verschillend. Het gedecentraliseerde arbeidsvoorzieningsbeleid biedt daarom goede mogelijkheden voor individuele benadering en ondersteuning van ondernemers. Kortom: niet alleen maatwerk voor de werklozen, maar ook voor de werkgevers.

Daarnaast ontstaan er steeds meer initiatieven van stichtingen en commerciële bedrijven die ondernemingen helpen bij specifieke problemen, bij het nakomen van cao-afspraken en tegelijkertijd leden van doelgroepen aan werk helpen. Knelpunten in de bedrijfsvoering worden opgelost door een herverdeling van taken, of door het creëren van functies, waarvoor allochtonen speciaal worden opgeleid. Allochtonen krijgen een opleiding, cursussen arbeidsgewenning, terwijl in het bedrijf de organisatie- of functiestructuur wordt aangepast en de werknemers worden voorbereid op de komst van allochtonen. Daarbij wordt vaak veel aandacht besteed aan het creëren van een draagvlak bij de direct bij het project betrokkenen - werkgevers en werklozen. Ook kunnen dergelijke projecten leiden tot netwerk-vorming tussen relevante organisaties en instellingen in de betreffende regio. Betaling gebeurt vaak voor een deel op basis van de behaalde resultaten.

Niet bekend

Als dan blijkt dat werklozen en ondernemers nog niet bereid zijn werk te aanvaarden respectievelijk een allochtone werknemer aan te nemen, kunnen altijd nog straffen worden opgelegd. Maar eerst moet iedereen een reële kans worden geboden om de bereidheid te tonen een maatschappelijk probleem op te lossen. Op de arbeidsmarkt is het gedrag ten aanzien van allochtone werknemers in beweging, zij het langzaam. Een langzame maar tegelijk structurele verandering ten goede, is beter dan proberen successen af te dwingen op de korte termijn en daarmee de kansen op een structurele verbetering van de arbeidsmarktpositie van allochtonen op lange termijn te verspelen.

Foto: "Een succesvol allochtonenbeleid is niet gebaat bij gekissebis en getouwtrek op centraal niveau'. (Foto NRC Handelsblad/Freddy Rikken)