"Onderwijs op toneelacademie te ambachtelijk'

DEN HAAG, 10 JUNI. De drie Nederlandse opleidingen tot acteur en leraar drama leggen te veel nadruk op het ambachtelijke. De theoretische verdieping is soms mager en de opleidingen zijn te weinig avontuurlijk, te “bravig”.

Dat zegt de visitatiecommissie die de kwaliteit van de hbo-studies drama heeft onderzocht in een rapport dat vandaag is aangeboden aan de voorzitter van de hbo-raad. De kern van haar bezwaar legt de commissie vast in de titel: “Het ambacht der vernieuwing”, want die twee aspecten kunnen volgens de commissie goed samengaan.

De studenten aan de drie drama-opleidingen, in Arnhem, Amsterdam en Maastricht, wordt volgens het rapport te weinig geleerd dat zij een vernieuwende bijdrage moeten leveren aan hun vak. Dat komt ook door de houding van de directies, die nauwelijks een rol spelen in het publieke debat over het theater. De opleidingen treden ook te weinig naar buiten, oordeelt de commissie. Ze zouden zich vaker aan het publiek moeten tonen en veel meer aandacht moeten besteden aan internationale contacten. Het Amsterdamse Theaterschoolfestival is een goed voorbeeld, maar een festival is veel te weinig.

De drama-opleidingen hebben veel te lijden gehad van bezuinigingen, zo blijkt uit het rapport. Vooral de Amsterdamse opleiding is daardoor nogal in het ongerede geraakt. De afstand tussen directie en docenten is veel te groot en de materiële omstandigheden zijn slecht. De kwaliteit van de opleiding blijft alleen goed door de hoge kwaliteit van de docenten. Wat het materiële ongerief betreft waarschuwt de commissie voor een “cultivering van het primitieve”.

Een omgekeerde situatie trof de commissie in Maastricht aan, waar de materiële omstandigheden “optimaal” zijn. De combinatie van goed ambachtelijk drama-onderwijs en te weinig avontuurlijke aanpak vond de commissie hier het grootst. In Arnhem was het grootste bezwaar een gebrek aan theoretische onderbouwing in de opleiding en een wat achterhaalde visie op de rol van de acteur binnen het gezelschap.

De drama-opleidingen kennen een zeer strenge selectie en de opleidingen proberen zelfs nog strenger te worden, omdat de bezuinigingen hen dwingen minder studenten aan te nemen. In Amsterdam bij voorbeeld wordt elk jaar minder dan tien procent van de aspirant-studenten aangenomen en in Arnhem koos men dit jaar acht studenten uit 200 aanmeldingen. De geselecteerde studenten maken daarna de opleiding wel bijna altijd af. Alleen bij de docent-opleidingen besluit vaak nog een groot deel na een of twee jaar weer te vertrekken.

Aan de drie opleidingen staan 450 studenten ingeschreven; 55 procent wil uitvoerend kunstenaar worden en 45 procent leraar. Wat de lerarenopleidingen betreft pleit de commissie ervoor, de mime-opleiding in Amsterdam tot een full-timestudie te maken.

De visitatiecommissie stond onder voorzitterschap van de Utrechtse wethouder J. van Lidth de Jeude; verder maakten onder andere deel uit de regisseur Berend Boudewijn en de acteurs Ton Lutz en Viviane de Muynck. De visitaties in hbo worden georganiseerd door de vereniging van hogescholen, de hbo-raad.