Liefde voor watertorens

In Nederland is het Project Bureau Industrieel Erfgoed sinds januari dit jaar bezig met de inventarisatie, waardering, selectie, bescherming en het hergebruik van watertorens. Dit alles op grond van een recente ministeriële nota en handleiding over "Selectie en Registratie van Jongere Stedebouw en Bouwkunst (1850-1940)'. Pek van Andel bezocht er een aantal.

“Hier word jij altijd verliefd hè?” vroeg mijn zoontje. Toen ik hem verrast aankeek, wees hij naar de gerestaureerde watertoren op stalen poten in de stad Groningen, de eerste in deze stijl in Nederland.

Inmiddels is er een club voor watertorenliefhebbers: de Nederlandse Watertoren Stichting. Deze kwam onlangs bijeen in Utrecht, zij het helaas niet in een watertoren. Wel werden er drie Utrechtse watertorens bezocht. De eerste toren, van baksteen, aan de Amsterdamsestraatweg, was al gekocht en verbouwd als kantoor door een tengere systeemanalist. Helaas was op elke ingerichte verdieping de monumentale ronde ruimte verknipt in meerdere vertrekken.

Ik zag een zaklantaarn liggen. Nieuwsgierig als ik ben, pakte ik die werktuiglijk op en sloop ermee naar boven in de enorme penis. Op zoek naar het zoveelste moment suprême als beloning voor een hijgende klimpartij, de voorspelbare ontdekkingslust van het ogenblik waarop je over de rand van de gigantische open watertank kunt gluren. Een lege "miskelk' van staalplaten, die één voor één waterdicht op elkaar zijn geklonken, met een inhoud van duizend kubieke meter. Mijn vreugdekreet echoot-echoot rond. Een laddertje loopt uitnodigend over de binnenkant naar het laagste punt van de duizelingwekkend diepe "hangbodem' van dit ongebruikte geheime orgaan van de stad Utrecht. Ik trek me terug uit angst de glanzende bus met industrieel-erfgoedtoeristen niet te missen.

Op naar de volgende, de "Penis van Overvecht', zoals hij in de volksmond heet. De ruimte onder de tank met een skelet van gewapend beton heeft de allure en de koelte van een kathedraal. We mogen niet naar boven. De laatste toren in de binnenstad blijkt ingericht als waterleidingmuseum met onder meer foto's over vrouwenarbeid: wassen en strijken. De bodem van de tank in deze toren heeft een ziel, zoals een wijnfles.

Er zijn in Nederland ongeveer vierhonderd watertorens gebouwd, waaronder slechts één identieke tweeling. De nieuwbouw is gestopt, er worden nog wel hydrofoorinstallaties gebouwd, dat zijn bodemreservoirs. Er staan nu nog tweehonderd watertorens overeind, waarvan er honderd in gebruik zijn, al daalt dat laatste aantal snel. De esthetische levensduur van de torens is duidelijk groter dan de gebruikscyclus. Maar een toren die buiten gebruik komt verkommert snel. Zo'n twintig torens hebben nu al een andere functie, of er een functie bijgekregen, als woning, kantoor of museum. De Rotterdamse watertoren aan de Honingerdijk met het Moorse torentje heeft een kantoor op de verdieping waar vroeger de tank zat en is het beste voorbeeld van tweede gebruik. Deze toren heeft ook een spilfunctie voor de gebouwen van het waterleidingcomplex er omheen, waarvan het specifieke karakter ook behouden is gebleven. In de filterbakken wordt nu gespeeld en geschaatst. En de filtergebouwen staan er nog. Toen ik de redactie van Utopia, een blad van Delftse bouwkundestudenten, ooit op deze lege toren had gewezen, kroop ze er vlug in.

Er is ook een "ontwerpende' benadering voor hergebruik, waarbij het uiterlijk wél wordt aangetast. In Frankrijk is er al een toren met gaas omspannen om hem te laten begroeien.

Als u bij u in de buurt een afdankertje weet te staan waar u ook in wilt kruipen kunt u het beste uw waterbedrijf bellen met de vraag of dat nog zu haben is. Zo ja, dan maakt u een afspraak om de toren van binnen te bezichtigen en meteen verliefd te worden op het uitzicht. De meeste zijn voor een krats te koop, soms hebben ze zelfs een negatieve waarde. De kans is groot dat u bij gemeente, provincie of rijksoverheid subsidie lospeutert als het een monument wordt of is, al krijgt u er dan wat verplichtingen bij. U hoeft hem heus niet als graansilo te gebruiken, zoals een boer reeds deed.

De schilder Matthijs Röling heeft me ooit voorgesteld om samen met zijn collega Wout Muller de binnenkant van de tank van de watertoren in Groningen te beschilderen met alle ondeugden van de mens. Wat een subliem idee! En het laat de toren, die nu voor een klein half miljoen is opgeknapt, ook nog geheel intact, zowel uitwendig als inwendig. De watertank heeft de vorm van een halve bol met daarop een drie meter hoge cilinder met een diameter van 13 meter. Als er onder in de tank een vlakke bodem komt met een diameter van 7 meter, dan blijft er 350 m2 rondom over voor een wandschildering. Het panorama Muller-Röling zou dan een oppervlakte krijgen van ongeveer een vijfde van het Haagse panorama Mesdag, dat een doek van 1680 vierkante meter heeft.

Met het hoofd van de monumentenzorg van de stad Groningen hebben we de tank bezocht. De twee schilders, die samen meer fraaie wandschilderingen gemaakt hebben, onder andere in de aula van universiteit in Groningen, zeiden: geef ons beiden een tweetal winters en het is gefikst. Eén poel des verderfs tegenover die vele koepels met hemelse voorstellingen. Het plan getuigt van een voorname eenvoud: zo'n stadsjuweel zou als wereldprimeur een aanstekelijk voorbeeld zijn voor de honderden, duizenden watertorens die er in de hele wereld leegstaan of komen.

Maar wie neemt het initiatief tot dit magnifieke plan? Van de gemeente Groningen heb ik nooit meer een reactie gehad. En ook op mijn voorstel om deze "duiventil' te gebruiken voor de (seizoens)opslag van zonnewarmte heb ik nog nooit antwoord gekregen. Alleen de schriftelijke belofte dat ik een antwoord tegemoet kon zien. Dus als u wat met een toren wilt zult u er hard aan moeten trekken.

Wie te vroeg gelijk heeft, krijgt ongelijk.

P.S. Kan een van deze tweehonderd Nederlandse minaretten niet een echte minaret worden? Dan mag Bolkestein haar openen met een brandende bolknak tussen de lippen.