Lelievijver

Vier jaar lang observeerde Hope Ryden een beverfamilie in Harriman State Park, een mijl of veertig buiten New York. Daarna schreef ze er een boek over, "De Lelievijver'. In dit boek worden verstandige dingen gezegd over intelligentie.

Al in het begin wordt uitgelegd dat bevers kanalen graven om het transport van hout te vergemakkelijken. Ze verrichten handelingen met het oog op andere handelingen. Dan kom je algauw in de sfeer van bedoeling, beslissing, inzicht.

Toen eind vorige eeuw kanalen op Mars werden ontdekt, gonsde de wereld van geruchten over buitenaardse intelligentie. Ryden: “Er zijn heel wat wetenschappers die het bestaan van "intelligentie' elders in het universum voor zeer wel mogelijk houden, maar enig teken hiervan bij dieren op aarde niet willen zien.”

Zo is het, en nog erger, en niet alleen onder wetenschappers. De intelligentie die hardnekkig aan dieren wordt ontzegd, wordt met roekeloze gulheid toegekend aan dode materie. Men bewondert denkende apparaten en slimme bommen en stilaan wordt de machine tot maatstaf voor de mens.

Hope Ryden verkiest het dier. Ze beschrijft zichzelf in de bever, de bever in zichzelf. De intelligentie die ze bij bevers aantoont is haar eigen intelligentie en deze stelt leven boven dood, liefde boven vernuft, ontroering boven verbijstering.