"Le patron' Platini moet zich behelpen

LIDINGÖ, 10 JUNI. Michel Platini gaf halverwege de jaren tachtig als middenvelder van Juventus en het Franse nationale elftal (72 caps) gestalte aan de gouden eeuw van het Franse voetbal. Hij was de vooruitgeschoven architect en regisseur van de middenlinie, waar Alain Giresse en Jean Tigana de controleurs waren en de technisch beperkte Luis Fernandez het vuile verdedigende werk opknapte. Frankrijk, dat in 1984 in eigen land Europees kampioen werd, in 1986 in Mexico favoriet was voor de WK-titel maar door Duitsland in de halve finale werd uitgeschakeld, heeft nooit een geraffineerder en technisch verfijnder middenveld gekend. Het is derhalve als bondscoach een beetje behelpen voor "le patron' Platini, die na 41 doelpunten op 29 april 1987 zijn laatste wedstrijd voor zijn land speelde maar in de begeleidende sfeer werd teruggeroepen door technisch directeur Michel Hidalgo.

Hidalgo trok daarmee de lijn door van een internationale trend (Beckenbauer in Duitsland, Cruijff in de toekomst bij de KNVB) om een geboren voetballer die zijn spelers niet al te zeer vermoeit met theoretisch gezever de leiding te geven van het nationale elftal. “Tactiek is niet zo belangrijk, de spelers zijn belangrijk”, doceert Platini, die met zijn elftal in de kwalificatie ongeslagen bleef in het Frans, in vloeiend Italiaans en in staccato Engels. “Spelers krijgen bij mij de kans hun sterke kanten volledig te ontplooien omdat ik ze volledige vrijheid geef. Ik speel met drie aanvallers, Papin, Cantona en Vahirua omdat ik een voorstander ben van aanvallend voetbal. Dat betekent in mijn ogen de enige redding van het huidige voetbal als kijksport. Hoewel ik als coach ook wel weet dat het niet altijd zo werkt. Tegen Nederland moesten we ons noodgewdongen enigszins aanpassen. Misschien ook tegen Duitsland. Maar ik wil dat toch zoveel mogelijk tot uitzonderingen beperken.”

Platini raakt een gevoelige snaar bij de spelers. Zeker bij een kunstminner als Eric Cantona, die bij de kleuren van Vincent van Gogh in grotere extase raakt dan van de meest spectaculaire voetbalwedstrijd. Cantona houdt van poëzie, schilder- en beeldende kunst, het fluiten van de vogels in het bos en staat bepaald niet model voor de disco-cultuur van de gemiddelde voetballer. Nadat hij vorig jaar op 26-jarige leeftijd al was weggeschopt bij zijn achtste Franse club besloot hij de voetbalsport definitief voor gezien te houden om zijn leven als kunstschilder verder te wijden aan de schone kunsten. Maar via Platini, die het talent graag wilde behouden voor het Franse elftal, kwam hij in contact met Howard Wilkinson, manager van Leeds United, die Cantona ondanks zijn onafhankelijke en opvliegende aard een contract aanbood.

“Voetbal is tenslotte ook een vorm van kunst”, zegt Cantona, die blijk geeft van zijn hernieuwde interesse in de sport, waarin hij zijn meeste medespelers maar als boerenpummels zonder educatie beschouwde en overhoop lag met vrijwel iedere trainer. Een andere cultuur heeft hem volgens eigen zeggen ook goed gedaan. “In Engeland is er in het voetbal respect voor een collega”, verklaart Cantona in het Franse trainingskamp in Lidengö lichtelijk geïrriteerd de reden waarom hij Frankrijk de rug heeft toegekeerd. “Ik houd best van Frankrijk. Maar verandering van cultuur heeft nog nooit iemand kwaad gedaan.”

Platini is zielsgelukig met de terugkeer van de verloren zoon aan de zijde van Jean-Pierre Papin. Het sterduo moet in Zweden proberen de vijandelijke verdedigingen in de luren te leggen. Platini: “Ik weet dat het verwachtingspatroon in Frankrijk geweldig hoog is, maar we zitten hier in een competitie met acht goede elftallen, waarvan Nederland en Duitsland individueel de beste voetballers hebben. Door de kwalificatie waarin we alle ontmoetingen wonnen zijn we voor het thuisfront ook hier favoriet. Die druk is enorm. Temeer omdat iedereen maar doorzeurt over het gouden Franse elftal van '84 en '86. Vergelijk dat eens met een groot voetballand als Duitsland. Niemand zet de Duitse teams naast die van het verleden.”

Platini is lid van het zogeheten Task Force 2000, een FIFA-commissie die verniewingen van het spel bestudeert. Via aanpassing van onder meer de spelregels wil de commissie het noodlijdende voetbal dat als kijksport volledig op de verkeerde weg is, nieuw leven inblazen. Platini: “Met het Franse elftal probeer ik daar met een positieve speelwijze een bescheiden bijdrage aan te leveren. Als coach hoop ik ook op een geweldig toernooi. Maar het kan natuurlijk best weer tegenvallen. Dat we als een van de favorieten voor de titel worden beschouwd zegt me weinig. Ook niet dat we moeten beginnen tegen Zweden, het gastland. Los van het feit dat ik me afvraag of een nuchter publiek als het Zweedse als één man achter zijn elftal staat heb ik nog nooit de toeschouwers op de tribune een doelpunt zien maken.”