Lauwe sfeer bij de Zweden doet onwezenlijk aan

SOLLENTUNA, 10 JUNI. Lars-Ake Lagrell, secretaris-generaal van de Zweedse voetbalfederatie, is één van de 8,6 miljoen Zweden bij wie het Europese kampioenschap geen enkele emotie lijkt los te maken. Ingewikkelde discussies binnen de UEFA over de vraag of een land dat een EK organiseert aan eigentijdse normen dient te voldoen met een goede voetbal-infrastructuur, uitstekend geoutilleerde accommodaties en een optimale beveiliging, zijn aan hem niet besteed. Hij is het eigenlijk wel eens met de Ajacied Stefan Petterson die zich in een onbewaakt moment liet ontvallen: “Je denkt toch niet dat wanneer Lennart Johansson geen voorzitter van de UEFA was geweest, Zweden het EK had mogen organiseren?”

Ten opzichte van vorige EK's in Italië ('80), Frankrijk ('84) en Duitsland ('88) doet de lauwe sfeer in Zweden niet alleen enigszins onwezenlijk aan, ze plaatst ook de gangbare opvatting dat een land als Nederland wegens een gebrekkige voetbal-infrastructuur nooit een EK zou kunnen organiseren in een wat merkwaardig daglicht. “Lennart Johansson is eigenlijk te groot voor ons. Hij denkt Europees”, bagatelliseert Lars-Ake Lagrell de inbreng van zijn eigen federatie wat betreft de organsatie van het grootste voetbalevenement in Zweden sinds het WK in 1958.

Johansson heeft namens de UEFA ook de belangrijkste onderhandelingen met de Zweedse overheid gevoerd. Bij voorbeeld met het ministerie van justitie dat volgens Lagrell 150 miljoen kronen extra wilde hebben voor de beveiliging van het EK. Het is uiteindelijk 100 miljoen (ongeveer 31 miljoen gulden) geworden omdat ook Lagrell meent: “Ik denk dat het met eventuele rellen in en rond de stadions wel zal loslopen. Die verplaatsen zich hooguit naar de binnenstad. Daar is ook de beveiliging op geconcentreerd. We zijn goed voorbereid.”

Niettemin blijft het Rasunda-Stadion, waar vanavond de openingswedstrijd tussen Zweden en Frankrijk wordt gespeeld, een tamelijk gedateerde accommodatie waar sinds de WK-finale van 1958 alleen de staanplaatsen zijn veranderd in zitplaatsen. Maar grote stadions - dat in Gothenburg waar Nederland zijn groepswedstrijden speelt is met 35.000 toeschouwers de grootste van de vier - zijn al helemaal uit den boze in Zweden. Voor dit EK zijn ten opzichte van Duitsland in 1988 dan ook twee keer minder bezoekers gepland. Desondanks is de totale opbrengst van het toernooi twee keer groter. Slechts dertig miljpoen gulden komt uit de kaartverkoop, de rest komt binnen via sponsoring, reclame en televisie-inkomsten.

In totaal gokt de UEFA op een nettowinst van 30 miljoen gulden. “Als Zweedse bond denken we ongeveer acht miljoen gulden netto aan het toernooi over te houden”, zegt Lagrell, die daarmee nogmaals het kleinschalige karakter onderkent van het voetbal in Zweden. Dat leeft in de schaduw van sporten als tennis en ijshockey. Maar evenals in het ijshockey, waar de beste Zweedse profs in de Amerikaanse league emplooi hebben gevonden, wordt de voetbalbond, die ongeveer een half miljoen leden heeft, permanent geplaagd door een exodus van de beste spelers.

Lagrell: “Misschien zou het invoeren van volledig profvoetbal in Zweden de oplossing zijn. Maar dat zie ik niet zo snel gebeuren. Bovendien zit er ook een goede kant aan ons semi-profvoetbal. Vrijwel alle spelers die in het buitenland onder contract staan en deel uitmaken van de nationale ploeg komen beter terug dan ze zijn weggegaan. Maar volledig betaald voetbal heeft voornamelijk met geld te maken. Door de extreme belastingen in ons land is het onmogelijk een voetballer zelfs bij invoering van een full-profsysteem hetzelfde te betalen als wat hij elders kan verdienen.”

Dat laatste wordt bevestigd door Martin Dahlin. Hij is een zwarte speler van 1.85 meter, die met zijn ouders als politiek vluchteling uit Afrika asiel heeft gekregen en er als kleurling in het Zweedse gezelschap onmiddellijk uitspringt. Dahlin verdient zijn brood als prof bij Borussia Mönchengladbach en is één van de tien spelers in de Zweedse selectie die in het buitenland voetbalt. “Mijn ogen zijn geopend toen ik op 20-jarige leeftijd al een voorcontract kon tekenen bij Fiorentina. Daar in Italië kon ik een veelvoud verdienen van wat ik bij Malmö kreeg. Het is tenslotte Duitsland geworden. Maar ik had wel twintig aanbiedingen uit Europa die stuk voor stuk beter waren dan het beste contract uit Zweden.”

Hetzelfde geldt voor de andere "buitenlanders'. De vraag is wat de voetbalwereld op het EK kan verwachten van een dergelijk heterogeen Zweeds gezelschap. Dahlin: “Zweden zijn zeer sociaal. De teamprestatie staat altijd centraal. De grootste individualist maakt zich daar ondergeschikt aan. Zelfs een man als Tomas Brolin, de enige die na het WK in 1990 niet door de pers is afgekraakt en daar een goed contract aan over heeft gehouden bij Parma. “Misschien wordt het wat, misschien niks. Want ik denk dat niemand precies weet wat dit elftal precies kan. Er is de afgelopen winter een oefenstage geweest in Australië, maar daar waren de buitenlanders afwezig. Met ons echte team hebben we in de voorbereiding Tunesië, Polen en Hongarije verslagen. Maar of dat iets zegt moet dit toernooi nog blijken.”