Kleinbedrijf telt 65.000 "latente' vacatures

DEN HAAG, 10 JUNI. Behalve de ruim 40.000 geregistreerde vacatures zijn er in het midden- en kleinbedrijf nog eens 65.000 arbeidsplaatsen te vervullen die niet als vacatures zijn genoteerd. Dit blijkt uit een onderzoek van het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (EIM), waarvan de resultaten vanochtend bekend zijn gemaakt.

Deze zogenoemde latente vacatures worden dikwijls niet gemeld, omdat de ondernemer denkt dat er geen personeel voor te vinden is. Het omzetverlies dat hiervan het gevolg is nemen ondernemers voor lief en “dat is een ongewenste situatie”, zo schreef minister De Vries (sociale zaken) in het voorwoord bij de EIM-publikatie. De meeste van de latente vacatures zijn te vinden bij bedrijven met vijf tot twintig werknemers.

Het EIM-onderzoek geeft ook cijfermatig het belang van het midden- en kleinbedrijf voor de werkgelegenheid weer. Van de 857.000 nieuwe banen die er in de periode 1985-1991 zijn gekomen betrof bijna de helft het midden- en kleinbedrijf en alleen over het jaar 1991 was deze sector zelfs voor drie kwart verantwoordelijk voor de groei van de werkgelegenheid. Van de 78.200 vacatures die vorig jaar werden geregistreerd, betrof meer dan de helft deze sector. Bovendien was het aandeel van de vraag naar produktiepersoneel - meestal lager geschoold - het grootst: 29,7 procent.

Dr. P.A. Boot van het ministerie van sociale zaken, die namens de minister het onderzoeksrapport in ontvangst nam, voorspelde vanochtend dat de komende jaren door toenemende schaarste de “strijd om de werknemer” steeds intensiever zal worden en stelde dat het midden- en kleinbedrijf zich meer moet oriënteren op allochtonen, gedeeltelijk arbeidsongeschikten, langdurig werklozen en herintredende vrouwen om vacatures te vervullen. EIM-directeur P.H.M. van Hoesel signaleerde dat deze groepen een potentieel arbeidsaanbod van 1 miljoen werkzoekenden betekenen en stelde dat arbeidsbureaus hen nog te weinig actief begeleiden voor een baan in het midden- en kleinbedrijf. Voorzitter drs. R. de Boer van het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening stelde daar tegenover dat veel kleinere bedrijven een personeelsfunctionaris missen en dat het midden- en kleinbedrijf onder werkzoekenden een vrij slecht imago heeft.

In het EIM-rapport signaleerde Boot twee aanbevelingen die hem (en dus ook De Vries) aanspreken: een betere doorstroming in de bedrijven zelf, waardoor banen voor laaggeschoold personeel vrijkomen en het splitsen van taken in de bedrijven al “mogen daardoor geen functies ontstaan die louter uit eentonige en routinematige handelingen bestaan”.

Volgens berekeningen in het EIM-rapport kan er de komende jaren nog een extra werkgelegenheidsgroei ontstaan van 11.000 banen door de BTW met 2 procent te verlagen. Een groei van de export met 0,5 procent levert in 2000 7500 extra banen op in het midden- en kleinbedrijf.