Indonesië: winst partij Soeharto bij verkiezingen

JAKARTA, 10 JUNI. De Indonesische regeringspartij Golkar, tevens de partij van president Soeharto, heeft bij de parlementsverkiezingen van gisteren opnieuw een grote meerderheid behaald, maar is over haar electorale hoogtepunt heen.

Golkar heeft voor het eerst sinds haar verkiezingsdebuut in 1971 terrein moeten prijsgeven aan haar beide, veel kleinere uitdagers: aan de quasi-islamitische PPP, die in het orthodoxe Oost-Java een kwart van de stemmen haalde, en aan de populistische PDI, die het goed deed onder jonge stemmers in de grote steden.

Op basis van de voorlopige uitslagen, gebaseerd op 85 procent van de uitgebrachte stemmen, behoudt Golkar met 67 procent de absolute meerderheid in de Kamer van Volksafgevaardigden. In alle 27 provincies scoort ze meer dan vijftig procent van de stemmen. Maar in vergelijking met de vorige verkiezingen, vijf jaar geleden, heeft Golkar zes procent verloren. De PPP gaat landelijk van 16 naar 17,7 procent en de PDI klimt van 11 naar 15,3. In de hoofdstad Jakarta zou Golkar net de meerderheid halen en kregen PDI en PPP elk iets minder dan een kwart van de stemmen.

De eerste uitslagen van gisteravond suggereerden nog een monsterzege voor Golkar van 83 procent. Dat cijfer weerspiegelde het stemgedrag van kleine gemeenschappen buiten Java, die niet alleen snel klaar zijn met tellen, maar traditiegetrouw stevig in de greep zijn van dorps- en districtshoofden, uit hoofde van hun functie allen Golkar-lid. Zij proberen de gunst van Jakarta te verwerven met topscores voor de regeringspartij en bedienen zich daarbij van grove middelen. Zo meldde de PDI dat haar getuigen in delen van Sumatra niet werden toegelaten tot de telling.

Zodra de uitslagen van het verstedelijkte Java bekend werden veranderde het beeld. In Oost-Java, de provincie met de meeste stemgerechtigden, die doorgaat voor de electorale barometer van Indonesië, zakte Golkar van 73 naar 59 procent en klom de islamitisch getinte PPP van 17 naar 25 procent. De PDI verdubbelde haar stemmental in Oost-Java en haalde 16 procent.

Na de openbare telling in de stembureaus, die in Jakarta werd bijgewoond door getuigen van alle drie de partijen, gingen de verzegelde stembussen per koerier naar de kantoren van de districtshoofden en daar begon de ambtelijke verwerking. Omdat het ambtenarenapparaat een bolwerk is van Golkar, bestond daar weinig vertrouwen in. Het legerhoofdkwartier schakelde zijn eigen computers in, zogenaamd om de ambtenaren van Binnenlandse Zaken "bij te staan', maar in feite om toezicht te kunnen houden op de verwerking van de uitslagen.

De uitslag van Indonesische verkiezingen is een combinatie van feitelijk stemgedrag en touwtrekkerij tussen topambtenaren en generaals. In het verleden speelden leger en bureaucratie hetzelfde spel, wat Golkar almaar klimmende scores opleverde.

De strijdkrachten besloten deze keer Golkar niet langer de hand boven het hoofd te houden en de andere twee partijen - de "linkse' democraten en de "rechtse' islamieten - wat meer kans te geven, om zo een uitlaatklep te bieden aan de groeiende onvrede over Soeharto's Nieuwe Orde.