Hypnotherapie

Midden in een saaie nieuwbouwwijk in Nijmegen rijst zij op gelijk een oase in een dorre woestijn: de School der Universele Wijsheid. Op de gevel het felgele symbool van de School: een driehoek in een cirkel. De driehoek symboliseert de wijsheid, zo verklaart directeur Harry Rump, en de cirkel de universaliteit. De School voor Universele Wijsheid (SUW) organiseert workshops (Sjamanisme, Gnostiek-Kabbalah, Alpha Training), maar ook de zware driejarige opleiding tot hypnotherapeut. Voor een bedrag van 7100 gulden worden de cursisten onderwezen in de "paradoxale interventies', het "neuro-linguistisch programmeren' en in de "openleggingstechnieken'.

Docente Lenneke Witteveen: “Een hypnotherapeut kan in principe alle klachten behandelen. In mijn praktijk heb ik mensen met faalangst, bedplassers en incestslachtoffers. Als deze mensen onder hypnose worden gebracht, blijken ze veel ontvankelijker voor therapie. Zo kunnen we patiënten onder hypnose terugvoeren naar de angst die aan bij voorbeeld bedplassen ten grondslag ligt. Deze angst kan in de jeugd liggen, maar ook best in een vorig leven. Door de patiënt terug te voeren, geven we hem de gelegenheid om deze onverwerkte angsten alsnog te verwerken.”

Het derde cursusjaar wordt afgesloten met een zwaar examen. De zes examinandi, onder wie een pedagoge, een fysiotherapeut en een maatschappelijk werker, worden niet alleen theoretisch en praktisch getoetst, maar moeten ook een scriptie schrijven. Het examen geeft geen extra privileges. Hypnotherapeut is nog altijd een onbeschermd beroep en de meeste examinandi hebben al een eigen praktijk. Zo ook Luc uit Antwerpen, maar zijn praktijk is illegaal. Luc: “België is het enige land waar hypnotherapie nog is verboden. Er wordt ook werkelijk opgetreden. Daarom vluchten vele Belgische hypnotherapeuten de grens over.”

Luc is bijna drie uur bezig geweest met het theoretisch examen, waarin hij twee casussen voorgeschoteld kreeg. De eerste ging over een impotente vijftiger met rugklachten, die affectief zwaar in de kou staat. Luc heeft bij deze casus gekozen voor de "regressie-benadering': “Je kijkt hoe hij is opgegroeid. Hij kan bijvoorbeeld mishandeld zijn en dat nu nog voelen in zijn rug, omdat hij de pijn nooit heeft kunnen verwerken.” Iris volgde dezelfde strategie. Anton heeft zich niet op het verleden geconcentreerd, maar op de angst: “Direct terug naar het verleden vond ik bij deze casus een te grote stap.”

Twee weken later komt men terug voor het praktijkexamen. De examinandi dienen ten overstaan van drie "gecommitteerden' van de SUW een hypnotherapeutische sessie uit te voeren met een eigen cliënt. Anton komt met een meisje van 25 dat kampt met besluiteloosheid, eenzaamheid en onvermogen in de relatiesfeer. Anton: “Na vier sessies met haar blijkt dat de problemen vooral in de opvoeding liggen en in de relatie met de ouders.”

Het meisje is snel in trance. Ze loopt in een tunnel, alleen. Haar angst vertaalt zich in pijn in haar hals en nek. Anton: “Ga terug met dat gevoel naar vroeger. Waar ben je dan?” Het meisje zit thuis. Ze is 15 en hoort de brommers van haar vrienden die naar de disco gaan, maar zij mag niet. Ze zit voor de tv, maar ziet niets. Voor haar ouders bestaat het leven alleen uit werken, eten en slapen. Maar zij kan zo niet leven. Ze moet naar de kerk, maar ze wil niet. Ze heeft schijt aan de kerk. Anton: “Zeg het dan tegen je moeder, dat je vandaag niet naar de kerk gaat!” Maar het meisje in trance durft niet: “Ach, voor die paar uur.” Ze wil haar moeder niet teleurstellen. Otto: “Hoe krijg je een betere band met je moeder?” Zij: “Als mijn vader dood is, denk ik.”

Dan komt het meisje bij. De sessie heeft drie kwartier geduurd. De gecommitteerden zijn zeer te spreken over de aanpak van Otto, die dan ook met vlag en wimpel slaagt. Het meisje is nog enige tijd hevig geëmotioneerd.

Over Iris is men niet zo te spreken. Op alles wat haar cliënt zei in zijn trance, antwoordde ze met de vraag: “Maar hoe voelt dat dan?” Iris zakt dan ook. Volgens de gecommitteerden gaf zij de cliënt veel te weinig sturing. Iris is woedend: “Ik weet zeker: als ik hem aan het janken had gebracht, was ik wel geslaagd.”