Fraters op de bres voor asielzoekers

De gemeenteraad van het Twentse Ambt-Delden besloot onlangs dat er in het gehucht Azelo geen asielzoekerscentrum mag komen. Een beslissing die vooraf ging door commotie en ook nu nog de tongen losmaakt.

AZELO, 10 JUNI. Er zijn plekken waar je graag met gasten van over de grens naar toe gaat om te laten zien hoe mooi en typisch ons land kan zijn: Nederland voor buitenlanders. Azelo hoort daar zeker bij. Een Twents boerengehucht van 300 zielen, een paar koeien en schapen in de weilanden rond verdwaalde boerderijen met nette tuinen. Af en toe een miniatuurmolen, een gerestaureerde dorpsschool, een tractor die langs de opkomende maïs tuft op een landweggetje waar een bord vraagt "om onze kinderen' te denken.

Het is wrang dat dit stukje "buitenlanders-Nederland' sinds kort ook thuishoort in een ander rijtje, met even pittoreske namen als Staphorst, Ruinen en Marum: plaatsen waar de bevolking besloot dat er geen ruimte is voor een asielzoekerscentrum.

In Azelo had het centrum moeten komen in het roomskatholieke internaat voor MAVO van de Fraters Maristen, dat in juli sluit. Een grotendeels ommuurd gebouwencomplex, bestaande uit een school, een internaat, sportterreinen en andere voorzieningen, gelegen tussen de landerijen. “Als je er voor staat denk je: ideaal, geschikter kan het niet”, zegt CDA-burgemeester A.H. van der Vegt van Ambt-Delden. Hij was in december vorig jaar meteen bereid de fraters te steunen bij de onderhandelingen met het ministerie van WVC dat er 275 asielzoekers wilde onderbrengen. In januari bracht hij de raad op de hoogte van het voornemen. Enkele uren later werd een bijeenkomst in Azelo gehouden. “Het liep meteen mis”, vertelt Van der Vegt, “er zijn harde dingen gezegd. Men was kwaad.”

Er werd gescholden en ter plekke werd een actiecomité opgericht. De argumenten werden verwoord door fractieleidster G.M.E. Goselink-Leferink van het CDA - met 7 van de 11 zetels de grootste partij in de raad: “We zijn niet tegen de komst van een asielzoekerscentrum, maar wel tegen een op deze plaats. In een gehucht met 300 inwoners is 275 asielzoekers heel veel. Het is een kern waar geen buitenlanders wonen. Men is er niet aan gewend.”

“We hebben in heel Ambt-Delden niet één Turk wonen”, weet ook burgemeester Van der Vegt. Voor hem echter geen reden na de slechte ontvangst in Azelo bij de pakken neer te zitten. Er werden werkgroepen geformeerd uit de politiek en de inwoners van het gehucht, die bezoeken aflegden bij andere centra in het land om te kijken hoe het daar toe gaat.

Volgens Van der Vegt waren alle commissieleden er na enkele bezoeken van overtuigd dat de centra geen overlast voor hun omgeving opleverden. Maar het pleit was daarmee niet beslecht. In Azelo nam de actiegroep een enquête af waarvoor de burgemeester zich nog schaamt: “suggestieve vragen en conclusies die zweemden naar angst voor het onbekende en het vreemde. En dan druk ik me nog netjes uit”, zegt Van der Vegt.

Een politiek steekspel begon waarin ook WVC als toekomstig koper een rol speelde. De tegenstanders van het centrum wilden als een compromis eerst een kleiner aantal van 150 asielzoekers en na een jaar een evaluatie. Maar WVC wilde daar niet aan.

De burgemeester stond alleen binnen het college, dat hij met twee CDA-wethouders vormt. Ook in de raad wist hij slechts een PvdA-gemeenteraadslid achter zijn voorstel te krijgen. Een grote meerderheid wilde slechts aan het "compromis' dat op voorhand door WVC was afgewezen.

“Een zeer onverkwikkelijke zaak”, zegt frater J.G. Scholte namens zijn congregatie. Dat het internaat nu (nog) niet verkocht kan worden is wel zijn laatste zorg. “Er is maar een groep die hiervan echt de dupe is geworden en dat zijn de asielzoekers.” De fraters zijn zeer teleurgesteld in de reactie van de gemeenschap, waar zij toch 40 jaar hebben geleefd.

Vreemdelingenhaat, verkapt racisme, Goselink wil er niet van weten: “Wij vinden het ook heel vervelend. Iedereen in Azelo.” Ook de boer op zijn land houdt de boot af: “Vreemdelingenhaat? Nee, zo moet je dat niet zien. Als je daar 275 Nederlanders had neergezet, was het ook een rotzooitje geworden.” En een bewoonster van middelbare leeftijd een boerderij verderop blijkt slechts belang te stellen in "wat er nu komt'. “Ze zeggen een jeugdgevangenis.”

Is er een smet geworpen op het dorp? Van der Vegt haalt zijn schouders op. “We moeten verder”, zegt hij, “al zal het nog een tijd blijven doorzeuren.” Dat ook de tegenstanders beseffen dat de kwestie gevoelig ligt, is hem duidelijk. “Ik was bang voor de reacties na het raadsbesluit. Als er toen gejuicht was, zou dat een kras op mijn ziel zijn geweest. Het was afgeladen vol in de raadszaal, mensen stonden tot in de gang. Maar het was doodstil toen het gebeurd was.”