Een concert met stilte en flageoletten

Concert: Gidon Kremer (viool), Thomas Demenga (cello) en Elsbeth Moser (bajan). Werken van Goebaidoelina, Schnittke en Nono. Gehoord: 9/6 Beurs van Berlage, Amsterdam. Uitzending NOS Radio 4, 12/6, 20.15 uur.

Een tijdlang zijn dubbele titels in de mode geweest, zoals Liefde en Hoge Hakken. Dinsdagavond in de bomvolle Beurs van Berlage - en dat bij moeilijk toegankelijke avantgarde-muziek! - was het Holland Festival-concert samen te vatten in: stilte en flageoletten. Drie van de werken verwezen er zelfs naar in de titel: Silenzio voor viool cello en bajan uit 1991 van Sofia Goebaidoelina, Stille Musik voor viool en cello uit 1979 van Alfred Schnittke en La lontananza nostalgica utopica futura voor viool en tape (1988) van Luigi Nono.

Vooral de utopische nostalgische verte van Nono ontpopte zich als een wonderlijke ervaring: veertig minuten zachte klankflarden, live uitgevoerd door Gidon Kremer, die over het hoge podium schreed zoals CDA-fractievoorzitter Elco Brinkman dat tegenwoordig doet: iets achterover leunend, als het ware klaar voor onmiddellijk contact met het hogere.

Deze compositie van Nono uitzenden door de radio lijkt mij een onmogelijkheid. Trouwens: Nono ontsnapt geheel aan de categorie "muziek', deze act hoort eigenlijk thuis in het Stedelijk Museum: een residu van muziek, waarbij het tastend zoekende van Nono's speurtocht een doel op zichzelf is geworden. Alles wat de muziek lijfelijk maakt heeft Nono weten te bannen: er is geen ritme, geen motoriek, geen speelplezier, geen mooie harmonie, alleen maar stilte en flageoletten.

De hakken van Kremer op het podium, het zachte ronken van een vliegtuig, één knallende hoest: stiltes en botsingen van bedoeld en onbedoeld geluid, voortdurende onrust (Nono's grondhouding in deze akoestische verkenning), maar voor alles: Kremers liefde voor Nono, in een luisteren naar vervliegende vibraties die ten slotte uitlopen op één lange toon...

Vergeleken met deze Nono zijn Goebaidoelina's klankverkenningen veel gewoner, vaak terug te voeren op soms wat voorspelbare quasi-cadenza's, op tumultueuze effecten zoals in het duet voor cello en bajan In croce uit 1979. Maar het slot is weer prachtig: een spel van louter boventonen, klanksuizelingen, weer meer een residu van muziek dan muziek zelf. Dit is de handtekening van Goebaidoelina, want bij voorbeeld een werk als Garten von Freuden und Traurigkeiten voor fluit, harp en altviool, uitgevoerd op het Holland Festival 1989 is er zelfs geheel van doortrokken.

Het sterkst vind ik het begin van Silenzio, in het midden zakt de compositie met jaren '70-effecten wat in. Maar die lange strakke flageoletten in viool en cello (later wordt de kleine Russische trekharmonica actief en deze blijkt verrassenderwijze over ongeveer dezelfde kleuren te beschikken): wat een controle over de stokvoering wordt hier verlangd! Kremer wordt verweten dat hij soms krasserig speelt, hij doet niet aan een zinloos “mooi spelen” en hij laat nog wel eens zijn temperament vrij spel. Maar als het voorgeschreven staat, toont hij over wel degelijk een ijzeren discipline te beschikken: schuurpapier of fluweel, hij beheerst alle daartussen denkbare gradaties. Uiteindelijk is het natuurlijk ook zijn charisma dat het mogelijk maakt dat het publiek hem bijna drie kwartier wil volgen in één groot schimmenspel.

Speelt in het werk van de Russen de kinetische orde wel degelijk mee - de dubbelslagfiguur bij Schnittke geeft een licht zwiepende impuls aan de muziek; als Wagner het niet meer zo goed wist bracht hij daarmee zijn muziek op gang - in Nono's werk spelen muzikale bewegingen nauwelijks een rol. Maar verdwenen zijn ze toch niet helemaal, ja: expressionistische elementen zijn in flarden te herkennen! Nono maakt de indruk alsof hij zijn grote liefde uit het verleden (zijn muziek stamt immers regelrecht uit de expressionistische Schönberg-school) wil vertrappen, uitvegen, ontkennen. Daarom voert zijn weg niet naar een soort van spanningsloze new age-muziek, want bij alle stiltes en meditatieve flageolet-flardes heerst er ook conflictstof. Nono kon immers zijn verleden niet uitbannen.

Foto: Violist Gidon Kremer en bajaniste Elsbeth Moser in "Silenzio' van Sofia Goebaidoelina (foto Co Broerse)