De spanning loopt op in Rio

De onderhandelingen op de UNCED-conferentie in Rio de Janeiro bevinden zich in het laatste stadium. Vrijdag zou alles klaar moeten zijn voor de ceremonies met de staatshoofden. Vandaag en morgen moeten de hardste noten worden gekraakt.

RIO DE JANEIRO, 10 JUNI. De dagen lengen in Rio. De onderhandelaars lunchen niet langer aan gedekte tafels, maar met een milieu-onvriendelijke pizzapunt tussen hun vergaderpapieren. De VN-conferentie voor milieu en ontwikkeling (UNCED) heeft tot nu toe maar enkele tastbare resultaten opgeleverd: twee verdragen - een klimaatverdrag en een verdrag ter bescherming van plante- en diersoorten - die nu beide door enkele tientallen landen zijn getekend. Ook is er een akkoord bereikt over het instellen van een internationale Commissie voor Duurzame Ontwikkeling, die moet gaan opereren in het niemandsland achter de mijlpaal die "Rio' beoogt te zijn. De hoofdrolspelers betrekken de stellingen voor de laatste slag.

EG

Terwijl hij even de schijn tegen had, heeft de Nederlandse minister van milieu, Alders, in Rio een belangrijk succes geboekt: de EG zal naast een wereldklimaatverdrag een aparte verklaring aannemen waarin de lidstaten zich vastleggen op scherpere CO2-reducties en een serieuze studie naar een "ecotax' op brandstof en energie. Het is moeilijk vast te stellen of dit rechtstreeks de verdienste is van Alders. Aanvankelijk werd hij in EG-verband fel gekritiseerd wegens zijn pogingen om, samen met onder andere Oostenrijk en Zwitserland, het klimaatverdrag aan te scherpen. Maar de Nederlandse minister werd vervolgens "gered' door een brief van de Amerikaanse regering waarin Nederland werd gesommeerd op te houden met dergelijke solo-acties. De brief had een averechts effect: de woede in EG-kringen over deze "buitenlandse inmenging' was groot en prompt waren de lidstaten het toch eens over CO2 en "ecotax', wat in de dagen vlak voor "Rio' niet was gelukt. (Hetgeen voor milieucommissaris Ripa de Meana reden was de UNCED te boycotten.) Achteraf kan Alders aanvoeren dat zijn actie was bedoeld als "breekijzer' om de EG weer op één lijn te krijgen.

Alle EG-landen hebben inmiddels de verdragen over klimaat en biologische soorten ondertekend of aangekondigd dit te zullen doen. De EG lijkt, meer dan vroeger, gegrepen door het gedachtengoed van de duurzame ontwikkeling. “Een gemeenschap die op een milieuvriendelijke wijze heeft geïnvesteerd in zijn eigen toekomst is uiteindelijk in de beste concurrentiepositie”, zei de hoogste EG-ambtenaar in Rio, directeur-generaal milieuzaken Laurens-Jan Brinkhorst, gisteren.

VS

De conferentie heeft - terecht of niet - in elk geval een zondebok opgeleverd: de Verenigde Staten van Amerika. Het land dat een kwart van alle kooldioxyde ter wereld uitademt heeft zich uiterst onbemind gemaakt, ten eerste door de klimaatonderhandelingen te traineren en ten tweede door het intimideren van landen die verder op CO2-uitstoot wilden besparen dan waartoe het huidige akkoord hen verplicht. En ook de weigering van de VS - uit welgemeend commercieel eigenbelang - om het verdrag ter bescherming van plante- en diersoorten te tekenen is slecht gevallen.

Japan

Japan heeft zich tijdens de UNCED gepresenteerd als een samenleving die bewijst dat economische en milieu-belangen elkaar niet hoeven te bijten. “Het compenseren van de schade door milieuvervuilende processen is op termijn vele malen duurder dan het investeren in technologie die milieuvervuiling helpt voorkomen”, zo beleed de Japanse minister voor mondiale milieuzaken, Shozaburo Nakamura, het nieuwe geloof.

Maar de VS hebben tot nu toe niet in het aas gehapt door zich te laten verleiden tot een nieuwe wedloop - dit keer met Japan, in "mondiale milieuveiligheid', zoals de strategie van het UNCED-secretariaat tot nu toe is geweest. En omgekeerd heeft Japan het tot nog toe bij woorden gelaten. Voor het grote gebaar - bijvoorbeeld een verdubbeling van de Japanse ontwikkelingsbijdrage, zoals wordt gefluisterd - ziet men nu verwachtingsvol uit naar de toespraak van premier Miyazawa, aanstaande vrijdag. Maar anderen vestigen hun hoop alvast op de bijeenkomst van de G-7 in juli.

Arme landen

De groep van 128 arme landen (de G77) onder aanvoering van Pakistan onderhandelt weliswaar of zijn leven ervan afhangt - bijvoorbeeld over de vraag of bossen gezien moeten worden als nationale handelswaar of als het onvervangbare familiezilver van de planeet als geheel - maar tot de openlijke confrontatie tussen Noord en Zuid die velen gevreesd hadden is het nog niet gekomen. Zo lijkt de G77 vooralsnog geen koppeling te willen maken tussen afzonderlijke onderwerpen, bijvoorbeeld door te weigeren een bossenverklaring te tekenen om de VS er alsnog toe te brengen het biodiversiteitsverdrag te signeren.

Bovendien lijkt een akkoord over de financiering van Agenda 21 nabij. Deze "hoofdschotel' van de UNCED - een strategie om te komen tot een wereld waarin economische groei en eerbied voor het milieu hand in hand gaan - vraagt een forse aderlating van de rijke landen (gesuggereerd is 125 miljard gulden per jaar). Bedragen hoeven op korte termijn niet verwacht te worden, maar wel lijkt zich langzamerhand een formule af te tekenen voor het beheer van de extra middelen, waarbij de arme landen grote zeggenschap zullen hebben in de manier waarop dat geld precies wordt aangewend.

Bossengroep

De meeste werkgroepen die vergaderen over de moeilijke punten van Agenda 21 zullen vandaag hun werk hebben afgerond en een defintief voorstel voor een tekst hebben ingediend bij het Main Committee. De "bossengroep' en de financiële werkgroep zijn dan waarschijnlijk nog niet uit alle problemen, die het Main Committee dan moet zien op te lossen.

Vannacht om twaalf uur zal de voorzitter van het Main Committee, de Singaporees Tommy Koh, naar verwachting de klok stilzetten. Niemand de deur uit tot voor alles een oplossing is, luidt dan het consigne. En vermoedelijk worden de laatste compromissen pas gesloten als boven de lagune van Japarépagua de tropenzon om stipt half zes tevoorschijnkomt. Vandaag wordt de langste dag.

Verklaring van Rio

De onderhandelingen kunnen vandaag nog een extra dimensie krijgen wanneer landen of groepen landen onderwerpen met elkaar in verband brengen en hun steun voor het ene punt afhankelijk maken van de steun van andere landen voor een ander punt. Vandaag zal ook duidelijk worden of de Verenigde Staten hun laatste troefkaart zullen uitspelen: het openbreken van de zogeheten "Verklaring van Rio de Janeiro over milieu en ontwikkeling' (voorheen het "Handvest voor de Aarde'), een manifest waarin het begrip duurzame ontwikkeling in 27 principes is vastgelegd.

De Verklaring van Rio is nog geen officieel VN-document, maar een zogeheten "stuk van de voorzitter', en het enige document waarover tijdens de laatste voorbereidende conferentie in New York na eindeloos passen en meten overeenstemming werd bereikt. De meerderheid van alle landen wenst niet opnieuw aan deze tekst te sleutelen. De VS, die zich in New York met de tekst akkoord verklaard hebben, houden vol dat de verklaring “per definitie” nog ter discussie staat.

De Amerikaanse onderhandelaar Michael Young, onderminister van buitenlandse zaken voor economie en landbouw, bevestigde gisteren dat de VS moeite hebben met enkele punten van de Verklaring: Een passage waarin de (economische) rechten worden vastgelegd van volkeren die onder een bezetting leven. De VS maken zich daarmee sterk voor Israel, dat de zeggenschap over hulpbronnen en watervoorraden wil geven aan Palestijnen in de bezette gebieden. Een passage waarin verband wordt gelegd tussen de vervuilende aspecten van internationale handel en het principe dat "de vervuiler betaalt'. Een passage over het "soevereine recht op ontwikkeling' voor alle landen. Volgens de VS zouden sommige landen met een beroep op een dergelijk beginsel aanspraak kunnen maken op ontwikkelingsgelden, ook wanneer zij bijvoorbeeld de mensenrechten schenden.

Diplomaten noemen het “onwaarschijnlijk” dat de VS deze verklaring daadwerkelijk willen openbreken omdat de tijd voor onderhandelen ontbreekt. Binnen één dag zou dan namelijk een groot deel van de voorbereidende conferentie in New York overgedaan moeten worden, want op vrijdag moet iedereen gekamd en gesteven aantreden voor de conferentie van ruim 100 staatshoofden, die - elk met een onverbiddelijke zeven minuten spreektijd - niet veel meer kunnen zeggen dan hoe blij ze zijn dat Brazilië deze conferentie onderdak heeft willen verlenen; hoe ernstig het probleem van de mondiale milieudruk is; en hoeveel zij zelf reeds hebben bijgedragen aan een duurzame oplossing ervan.

De Amerikaanse delegatie houdt echter een slag om de arm: dezelfde principes zijn namelijk verwoord in de inmiddels ruim 800 pagina's dikke Agenda 21. Bronnen binnen de Amerikaanse delegatie bevestigen dat de VS de "Verklaring' intact zouden willen laten, wanneer dezelfde passages in Agenda 21 ten gunste van de VS zouden worden gewijzigd. Omdat de onderhandelingen over Agenda 21 tot nu toe echter voor de VS moeizaam zijn verlopen, loopt die opzet gevaar en daarmee de "Verklaring'. Het mes snijdt echter aan twee kanten: want ook de andere onderhandelaars werken tegen de klok.

Woestijnvorming en bossen

Dit onderwerp bleek gisteren nog steeds een struikelblok. De VS willen een verklaring ter bescherming van de bossen op aarde, die bovendien uitmondt in een - na de UNCED te sluiten - verdrag. Veel arme landen beschouwen de bossen als een bron van inkomsten (houtexport) die men niet zomaar kan wegnemen zonder er iets tegenover te stellen. Die bereidheid is er, maar niet om de volledige zeggenschap over de besteding van die gelden uit handen te geven. Eveneens lastig is de mogelijke koppeling van een bossenverklaring met een verklaring tegen woestijnvorming, die vooral Afrikaanse landen tot een eigen standpunt dwingt.

Financiën

Deze moeilijkste werkgroep buigt zich over de volgende onderwerpen: opvoering van de ontwikkelingshulp tot een bedrag van 0,7 procent van het Bruto Nationaal Produkt door alle rijke landen; de inrichting van een fonds dat de nieuwe gelden voor mondiale milieuproblemen moet gaan beheren (de zogeheten Global Environmental Facility); het optuigen van het fonds voor de armste landen (IDA) met extra geld voor milieuprojecten (het zogeheten "Earth Increment'), en een Frans voorstel om zich in Rio te beperken tot het geven van een niet nader genoemd bedrag-ineens.

Struikelblokken zijn voor de arme landen vooral de invloed op het "milieufonds' GEF, een stiefdochter van de Wereldbank. De rijke landen zijn onderling verdeeld over de vraag wanneer hun ontwikkelingsbijdrage het niveau van 0,7 procent BNP zou moeten bereiken. De tekst lijkt nu te zullen uitgaan van “het jaar 2000 of zo spoedig mogelijk daarna”. Ook het voorstel een bedrag ineens te geven stuit bij sommige landen - waaronder Nederland - op bezwaren, omdat het “op een afkoopsom” zou kunnen neerkomen, zoals de Nederlandse minister voor ontwikkelingssamenwerking, Pronk, zei.