Conflict Fight For Life verder verscherpt; Onderhandeling met geschorst bestuurlid Kamp levert niets op

Oprichter W. Kamp van de enige particuliere aidskliniek in Nederland, Fight For Life, vocht gisteren voor de rechtbank van Amsterdam zijn verwijdering uit het bestuur van de kliniek aan. Al sinds eind vorig jaar rommelt het tussen Kamp en de artsen.

AMSTERDAM, 10 JUNI. Het bestuursconflict binnen de Amsterdamse stichting Fight for Life, beheerder van de enige particuliere aidskliniek in Nederland, is de afgelopen maanden verder verscherpt. Onderhandelingen tussen W. Kamp, de eerder dit jaar geschorste bestuursvoorzitter van Fight For Life (FFL) en de artsen van de kliniek zijn mislukt. Daarmee heeft de experimentele verstrekking van het mogelijk aidsremmende geneesmiddel PMEA, ook wel bekend als Compound R, nieuwe vertraging opgelopen.

Fight For Life werd eind 1990 opgericht uit onvrede met het "officiële aidscircuit' in Nederland. De stichting stelde zich tot doel potentiële geneesmiddelen tegen de ontwikkeling van het aidsvirus zo snel mogelijk - dus buiten de geëigende kanalen om - aan patiënten te verstrekken. Tevens zou onderzoek plaatsvinden naar de effectiviteit ervan.

De anarchistische aanpak deed FFL binnen een jaar tijd uitgroeien tot een kliniek met 200 patienten, waar - vooralsnog met weinig succes - werd geëxperimenteerd met middelen als Kemron, Compound Q, Levamisol en ddC. Na veel kritiek van buitenaf (onderzoekers, medici en de inspectie voor de volksgezondheid) bleek eind vorig jaar dat het eveneens intern rommelde binnen FFL. Bestuursvoorzitter Kamp beschuldigde de artsen van de kliniek van een onprofessionele aanpak van de onderzoeksactiviteiten, terwijl de artsen en medebestuurder F. van Dorp op hun beurt Kamp beschuldigden van eigenmachtig optreden en het creëren van een financiële en administratieve chaos. Ook tijdens de rechtzitting gisteren lieten beide partijen geen middel onbeproefd elkaar in een zo schril mogelijk licht te stellen.

Kamp, die als homo-activist bekendheid geniet, meent dat hij door een complot van de medewerkers van FFL doelbewust uit het bestuur is gewerkt, omdat hij orde op zaken wilde stellen. Daarbij zouden de behandelend artsen H.M. Laane en R. Eussen het op een akkoordje hebben gegooid met het “nauwelijks actieve” bestuurlid F.J.M. van Dorp. Ook werd het bestuur versterkt met M. van Zanten, aan wie een bemiddelende rol werd toegedacht, maar die zich al snel ontpopte als een belangrijke opponent van de bestuursvoorzitter. Kamp, in januari tijdelijk geschorst, eist zijn zetel terug ten koste van de laatstgenoemde bestuurders.

Kamp schetste het beeld van een artsenteam dat niet tegen zijn taak opgewassen bleek. Zo zou bij de registratie van de onderzoekgegevens door Laane ondermeer de patiënten met kleren en al op de weegschaal zijn gezet. Als gevolg hiervan werden gewichtsvermeerderingen geregistreerd die voor het grootste deel te wijten waren aan de seizoensinvloeden op de kleding.

Terugkeer van Kamp in het bestuur was volgens mr. G.A.C. Enkelaar, raadsheer van de gedaagde bestuursleden, “totaal ondenkbaar”. “Het gehele artsenteam zou er het bijltje bij neergooien”, aldus Enkelaar. In de strijd om de macht die vorig jaar bij FFL losbrandde zou volgens de advocaat Kamp geen middel hebben geschuwd. Hij zou misbruik hebben gemaakt van de doodzieke en praktisch blinde F. Michiels van Kessenich, naast Kamp en Van Dorp het derde bestuurslid. Door Michiels op zijn ziekbed een volmacht te laten tekenen, zou Kamp alle macht binnen FFL naar zich toe hebben willen trekken om vervolgens te kunnen afrekenen met zijn opponenten binnen de kliniek.

Michiels van Kessenich tekende anderhalve week later een verklaring dat de volmacht slechts bedoeld was om in zijn aftreden te voorzien en niet gebruikt mocht worden voor andere besluiten. Enkele weken later overleed hij aan aids. “Je hoeft geen emotioneel mens te zijn om te zien dat hier ronduit misbruik is gemaakt van iemand die bijna aan zijn einde was”, aldus Enkelaar.

Volgens Kamp en zijn advocate mr. A. Bierenbroodspot, beide goede vrienden van Michiels van Kessenich, is echter geen sprake van misbruik. Michiels, ondermeer bekend als homo-activist binnen de katholieke kerk, zou er eveneens nooit mee akkoord zijn gegaan dat FFL zou worden ingekapseld “door een artsenkliekje en de inspecteur voor de volksgezondheid”, aldus de advocaat.

Met de verwijdering van Kamp uit het bestuur zou FFL volgens de advocate niet langer haar rol als “luis in de pels” vervullen. Aanwijzing daarvoor zou ondermeer zijn de recente toenaderingspoging van FFL tot het Natec, het door de overheid gesubsidiëerde coördinatiecentrum voor aidsonderzoek in Nederland. Het Natec wil wel samenwerken, mits Kamp definitief het veld ruimt.

Opmerkelijk negatief over de rol van Kamp toonde zich gisteren de in januari door rechtbank tijdelijk aangestelde, onafhankelijke FFL-bestuurder, mr. R. Hulkenberg. Hulkenberg, die volgens eigen zeggen een “ongelofelijk verziekte sfeer” binnen de kliniek aantrof, bleek in zijn rapportage vooral de vertolker van de bestaande kritiek tegen Kamp. Zonder daarbij het principe van de wederhoor toe te passen, aldus de advocate van Kamp. Haar cliënt zou slechts eenmaal met de tijdelijk bestuurder over de gang van zaken hebben gesproken.

De onderhandelingen tussen de artsen, het huidige FFL-bestuur en Kamp hebben de afgelopen maanden geen resultaten opgeleverd. Gesproken is over de mogelijkheid dat Kamp zich vrijwillig terugtrekt en op eigen gelegenheid een nieuwe organisatie begint die gaat experimenteren met PMEA. Het middel, dat bij dierproeven een aidsremmende werking bleek te hebben, werd vorig jaar reeds door de Universiteit van Amsterdam op grotere schaal voor FFL geproduceerd.

De onderhandelingen liepen tot nu toe stuk op de vergoeding van de tot nu toe gemaakte kosten voor de aanmaak van PMEA. Bovendien behoudt FFL zich het recht voor zelf met PMEA te gaan experimenteren. “Mijn cliënt is bereid een ton te betalen voor het middel maar wil dan niet dat bij hem op de hoek een zelfde soort onderzoek wordt uitgevoerd”, aldus Bierenbroodspot.