Besloten Stilteclub Hollands Maandblad 1992-5. ...

Besloten Stilteclub Hollands Maandblad 1992-5. Uitg.Veen, 46 blz.ƒ9,25

Overheerlijk surrogaat Biografie Bulletin, 1992/1. 58 blz.ƒ12,50. Transvaalkade 19', 1092 JK Amsterdam

Jüngers hoogverraad Magazine Littéraire 300. 130 blz., 30F

Besloten Stilteclub

Nieuwe gedichten van Jaap Harten. Het zijn er slechts twee, maar toch. Zijn Isherwoodiaanse Getatoeëerde Lorelei verscheen twee jaar geleden in een Duitse vertaling.

Je kan ook zeggen

steeds verdrinken we even

even langer dan we dachten

en het bovenkomen heeft iets postuums.

Het Hollands Maandblad begint met "Sonosofische bespiegelingen' van Peter Wesly over lawaai. “Gehamer, hondegeblaf en kindergeschreeuw zijn verschrikkelijk, maar de ware gedachtenmoordenaar is de zweepslag”, zei Schopenhauer ruim honderddertig jaar geleden over het verkeerslawaai. Alphons Diepenbrock klaagde in 1888 over het geluid van de 43 orgels op de markt van Den Bosch, en dat terwijl de geluidsoverlast sinds Schopenhauer en Diepenbrock onvoorstelbaar moet zijn toegenomen. Wesly in een voetnoot: “In 1900 was het aantal inwoners van Nederland één derde van het huidige aantal. Maar door het hefboomeffect is de geluidsproduktie niet met een factor 3 maar met een factor van naar ik schat tussen de 300 en de 3000 toegenomen”. Ergens tussen de 300 en de 3000 keer zo lawaaiig als toen het óók al zo'n herrie was - bij zulke astronomische getallen wordt Wesly's wat ruime marge irrelevant. “Van de stoommachine naar de ghettoblaster is het snel gegaan. (-) Sinds enkele decennia beschikt de grootste armoedzaaier over de middelen om met een lichte vingerdruk tot stand te brengen wat eertijds alleen een keizer of veldheer vermocht.” De auteur heeft het over een "uiterst besloten' en "peperdure' Stilteclub in Nederland. Last hebben van lawaai is niet voor iedereen weggelegd; de fijnbesnaarde mens heeft er volgens Wesly meer last van en hij heeft een taak als "akoestische snuffelpaal in dienst van de volksgezondheid'.

Er staan zes korte verhalen of fragmenten in dit nummer. Aat Ceelen stelt teleur met verbeeldingsloos proza over een mislukkende erotische ontmoeting. Kester Freriks is sensitivistisch en wat omslachtig in het fragment "Onder de balken': “Het opmonterende gespetter deed de oude vrouw naar het fornuis spoeden om water te koken voor de koffie, waarna ze het ontbijt voor Michael klaarmaakte, dat ze op een dienblad op een van de treden naar boven zette.” Maar let wel, het gaat hier om een jongeman die met een vouwbeen bladen van een boek lossnijdt, een dichter op een Amsterdamse zolderkamer met een pennehouder en een inktpot, terwijl toch de oorlog al voorbij is (Penthouse en Lui in knisterend cellofaan) - een vreemde sfeer.

Henry Sepers beschrijft zonder ook maar een enkele verrassing een medisch experiment waarbij een overledene rapporteert vanuit de hemel. Dana Constandse neemt de lezer even mee naar de Canadese wildernis; Vittorio Busato biedt slappe OV- jaarkaartromantiek van eenzame studenten; en Hennie Bekker is ziek, zielig en aanstekelijk chagrijnig.

Hollands Maandblad 1992-5. Uitg.Veen, 46 blz.ƒ9,25

Overheerlijk surrogaat

Het viermaandelijkse Biografie Bulletin begint zijn tweede jaargang met een uiterlijke verandering die duidt op succes: het goedkope kopieerwerk heeft plaatsgemaakt voor eenvoudig drukwerk op kleiner formaat met mooiere afbeeldingen. Het blad, in eerste instantie bedoeld voor (aankomende) biografen, is zeker ook boeiend voor gretige lezers van biografieën. Er wordt nu en dan getheoretiseerd over methodieken, maar niemand heeft zich tot dusver bezondigd aan onbegrijpelijk jargon of wetenschappelijke scherpslijperij. Evenmin wordt publiek getrokken met sappige voorpublikaties. Op één uitzonderingetje na (Van Woerden over Célinebiografen) is het Biografie Bulletin steeds binnen Nederland en Vlaanderen gebleven.

Bij een zo jong tijdschrift mogen koerswijzigingen verwacht worden, en inderdaad bevat het nieuwe nummer een voorpublikatie. Jan Meyers, biograaf van Anton Mussert en Vincent van Gogh, werkt aan een boek over Domela Nieuwenhuis. Het hier afgedrukte stuk gaat over het Jezus-imago van de socialistische voorman. Domela Nieuwenhuis leek niet alleen uiterlijk op Jezus, hij werd ook door velen als zodanig vereerd, waar hij nooit tegen protesteerde. Meyers wijst op allerlei overeenkomsten maar houdt zich door een zijdelingse opmerking uiteindelijk toch op de vlakte: “Of en zo ja in hoeverre hij zijns ondanks werd beïnvloed door het beeld dat de massa van hem had en daardoor gaandeweg toch verlossingsbevliegingen kreeg, onttrekt zich aan de waarneming”. Het lijkt wel of Meyers opeens van zijn zelfgeschilderde psychologische portret schrikt.

Onze nationale biografieënuitgever, Martin Ros van De Arbeiderspers, opent dit nummer met een heel geestig beginnend "Zelfportret van een verslaafde', waarin een kleine Martin knipsels verzamelt, levensfeiten aandikt of verzint, en ze zo vertelt dat zijn gehoor boos of ademloos luistert. Het is een wonder dat hij nog maar een stuk of drie biografieën schreef. Ros werkt bijna dertig jaar in de uitgeverij en zette onder andere de Privé-Domeinreeks van autobiografieën op poten. Er zijn op dit moment twintig nieuwe biografieën op komst in Open Domein, dankzij de verbeterde subsidieregelingen. “Het verzamelen van andere levens werd de mij altijd meeslepende en voortdrijvende compensatie voor de levens die ik zelf had gemist, zo meeslepend dat ik de andere levens nooit had willen missen voor wat onnozel extra spektakel dat ik in mijn eigen leven had kunnen verzamelen als ik het overheerlijke surrogaat van al die andere levens wat meer had laten liggen.” Bezetenheid blijkt bij Ros het sleutelwoord te zijn voor de geslaagde biograaf. Hijzelf leest nu vijf biografieën tegelijk.

Annette Portegies blikt terug op G. Kalffs omstreden, moralistische en psychologische biografie van Frederik van Eeden uit 1927; en Marian Janssen licht, vrolijk, haar begrijpelijke fascinatie toe voor de Amerikaanse dichteres Isabella Gardner (1915-1981): “ze had invloed uitgeoefend op het Amerikaanse literaire leven, er bestond een archief, ze had een interessant leven geleid, ze was vrouw en ze was dood”.

Biografie Bulletin, 1992/1. 58 blz.ƒ12,50. Transvaalkade 19', 1092 JK Amsterdam

Jüngers hoogverraad

Jan Ipema werkt aan een biografie van Ernst Jünger. Dat is een Duits auteur (1895) die zowel in de Eerste als de Tweede Wereldoorlog vocht, maar als hoog officier in Parijs in 1944 wegens "Wehrunwürdigkeit' ontslagen werd. Zijn uitvoerige Dagboeken zijn beroemd maar hij blijft als heuler met de nazi's zeer controversieel. Op zijn verjaardag komen Kohl én Mitterand. Zijn vereerders en bestrijders zijn even talrijk als verbeten.

Het Franse tijdschrift Magazine Littéraire wist de teruggetrokken levende Jünger - nog steeds schrijvend en kevers verzamelend - tot een vraaggesprek te bewegen. Zijn Franse vertaler Frédéric de Towarnicki sprak met hem over, vooral, zijn kritische boek Auf den Marmorklippen (de "bijbel van het antinazisme' uit september 1939), dat kort voor de capitulatie nog Hitlers ergernis wist te wekken. Uit een onlangs opgedoken brief blijkt dat Martin Bormann, Roland Freiser en Heinrich Himmler hem eigenlijk alsnog voor hoogverraad door het "Volksgericht' ter dood hadden willen laten veroordelen.

Dit is het driehonderdste nummer van Magazine Littéraire. Het bevat 15 van die bijzondere schrijversportretten van Raymond Moretti, en een "dossier' over het tijdperk van de Barok.

Magazine Littéraire 300. 130 blz., 30F