Abu Nidal wel en niet achter Parijse moord

PARIJS, 10 JUNI. Fatah Revolutionaire Raad, de Palestijnse guerrillagroep van Abu Nidal, heeft gisteren eerst in een schriftelijke verklaring de verantwoordelijkheid opgeëist voor de moord in Parijs op een Palestijnse leider, en dat vervolgens mondeling tegengesproken. In de schriftelijke verklaring, die in Tunis werd verspreid, werd het slachtoffer als een verrader betiteld, die de laatste jaren herhaaldelijk informatie over Palestijnse groepen aan Westerse inlichtingendiensten had gegeven.

In PLO-kringen werd de verklaring gebrandmerkt als een Israelische vervalsing. De PLO heeft Israel officieel beschuldigd van de moord op Atef Bseiso, die sinds de moord op Abu Iyad, bijna anderhalf jaar geleden, de leiding over de Palestijnse veiligheidsdiensten waarnam. PLO-functionarissen beschuldigden gisteren de Franse inlichtingendiensten ervan de Israelische Mossad van Bseiso's verblijfplaats op de hoogte te hebben gesteld. Bseiso werd in de nacht van zondag op maandag bij een hotel in Parijs doodgeschoten. Volgens Franse bronnen waren de moordenaars “van top tot teen vaklieden”.

De Franse politie echter neemt de verklaring van Fatah Revolutionaire Raad wel degelijk serieus, hoewel zij ook rekening blijft houden met de mogelijkheid van Israelische betrokkenheid.

Franse zegslieden wezen er met nadruk op dat Atef Bseiso in contact stond met de Franse contraspionage, waarmee hij gisteren in de Franse hoofdstad een onderhoud zou hebben. Bseiso, aldus de bronnen, had al eerder “inlichtingen” over Abu Nidal aan de DST verschaft. (Reuter, AFP)