Werk van Milhaud met verve uitgevoerd

Concert: Schönberg Ensemble onder leiding van Reinbert de Leeuw, met Anne-Marie Rodde, sopraan, Didier Henry, bariton. Vocaal ensemble: Ellen van Lier, Joke de Vin, Caren van Oijen, James Doing, Harry van der Kamp. Programma: Darius Milhaud: Trois Rag Caprice; Saudades do Brazil; l'Homme et son Désir; Les Malheurs d'Orphée. Gehoord: 8/6, Paradiso, Amsterdam.

Met het werk van de honderd jaar geleden geboren componist Darius Milhaud zou met gemak het hele Holland Festival te vullen zijn: meer dan 400 werken die bijna allemaal tijdens zijn leven werden uitgevoerd. Milhauds autobiografie, twee jaar voor zijn dood voltooid, draagt dan ook de zonnige titel: Ma vie heureuse. De stukken die nu nog tot het gangbare repertoire behoren zijn echter op de vingers van één hand te tellen en het eerbetoon dat het Schönberg Ensemble gisteravond in Paradiso aan hem bracht was dan ook geheel op zijn plaats. Wie van Milhauds muziek de uitbundige kolder van Le boeuf sur le tot of de zwoele poëzie van La création du monde verwachtte, die kwam aan zijn trekken in de Trois rag caprice en de Saudades do Brazil. In de bewerking die Elmer Schönberger voor het Schönberg Ensemble maakte, klonken de Saudades weliswaar minder kleurrijk dan in de versie voor groot orkest, maar daar stond een grote scherpte van ritme en lijnenspel tegenover. Er werd gemusiceerd met een aanstekelijk élan en uiterste precisie die het verlies aan sensualiteit ruimschoots vergoedden.

Ronduit meesterlijk was het programma opgebouwd: na de twee lichte voorgerechten bleek het soortelijk gewicht toe te nemen. L'Homme et son désir maakte grote indruk door de afwisseling van open en dichte episoden, waarmee Milhaud het Braziliaanse oerwoud verbeeldde. De grootste verrassing kwam echter na de pauze met de uitvoering van de korte opera Les malheurs d'Orphée. Dit was heldere en krachtige taal, waarmee Milhaud het compacte libretto van Armand Lunel onderstreepte, ver verwijderd van ballroomachtige feestvreugde. In beknopte en contrastrijke scènes werden Orpheus en Eurydice, hier een Provençaalse wonderdokter en een zigeunerin, geplaatst in een omgeving van wantrouwige dorpsgenoten en wraakzuchtige familieleden. Hun liefde is gedoemd, want volgens de burgerlijke moraal is dat wat van ver komt nu eenmaal niet pluis.

Een klagend motief dat alsmaar om zijn as wentelt, een naar boven glijdend pizzicato in de cello, het zijn simpele middelen waarmee de componist je kippevel bezorgt. Binnen een beknopte vorm werd hier door het Schönberg Ensemble en de vocale solisten voor Darius Milhaud een klein monumentje opgericht.