Verzet tegen plan dat honderd NOB-musici baan kost; NOS: 10 mln korten op orkesten

HILVERSUM, 9 MEI. De NOS wil dat tien miljoen gulden wordt bezuinigd op de omroeporkesten van het NOB door tachtig tot honderd van de 280 arbeidsplaatsen te schrappen. Dat staat in een concept-notitie die het NOS-bestuur op 3 juli zal bespreken. Het plan is opgesteld op verzoek van minister d'Ancona (WVC) die - overeenkomstig haar voorkeuren in het ontwerp-Kunstenplan - wil dat vijf miljoen van het kijk- en luistergeld dat nu nog wordt besteed aan het Muziekcentrum van de omroep wordt gebruikt voor film en drama op tv. Edo de Waart, artistiek leider van het Muziekcentrum, noemt de plannen “onaanvaardbaar”. De Kunstenbond FNV heeft een actiecomité tegen de bezuinigingen op de omroeporkesten gevormd.

Het Muziekcentrum van de omroep, dat 50 miljoen per jaar kost, heeft 360 musici in dienst: naast de in totaal 280 leden van het Radio Filharmonisch Orkest, het Radio Symfonie Orkest, het Radio Kamerorkest en het Metropole Orkest is er nog het Groot Omroepkoor met 79 zangers. Dit koor mag van de NOS blijven bestaan.

Er zijn verschillende varianten voor de bezuiniging: verkleining van de bezetting van de drie klassieke orkesten, opheffing van het Radio Symfonie Orkest of vorming van nieuwe ensembles na een proefspel. Vice-voorzitter A. van den Heuvel van de NOS typeerde zaterdag het plan voor de bezuinigingen op de omroeporkesten als “een versterking van het symfonisch bestand, die zou kunnen betekenen dat er minder orkesten overblijven.”

Edo de Waart, naast artistiek leider van het Muziekcentrum ook chef-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest, zei zaterdag “onthutst” te zijn over de bezuinigingen. Volgens hem zijn die absoluut onaanvaardbaar als er niet tegelijkertijd een consistente afstemming komt van de activiteiten van het Muziekcentrum en de programmering van de klassieke zender Radio 4. De Waart vindt dat er een eind moet komen aan “het gehannes tussen de omroepen, die maar voortmodderen bij het vormen van een autonome zenderredactie voor Radio 4.”

De Waart: “Ik verlaat niet snel een zinkend schip, waarin ik de laatste jaren bloed, zweet en tranen heb geïnvesteerd. Maar als er alleen maar geld wordt weggehaald zonder dat er werkelijk iets verbetert, dat kan niet waar zijn, dan hoeft het voor mij niet meer. Dit plan leidt naar verarming en verschraling van de Nederlandse muziekcultuur.”

Net als De Waart vindt Jan Zekveld, hoofd klassieke muziek van de Vara en organisator van de Varamatinee, dat er nu wordt gesneden in de verkeerde posten. Volgens hem kan zeker 20 tot 30 miljoen gulden worden bezuinigd op de 80 miljoen gulden die nu, inclusief het Muziekcentrum, aan Radio 4 wordt besteed. Dan zou moeten worden bezuinigd op de programmastaven voor klassieke muziek die elk van de omroepen nu heeft. Vanaf 1 oktober moeten zij, net als op de tv het geval is, gezamenlijk op Radio 4 een beter gestructureerd programma brengen.

Zekveld pleit daarbij voor kwaliteit, het dienen van een zo breed mogelijk publiek met een grote diversiteit aan programma's en een artistiek coherente programmering, met een gemeenschappelijke doelstelling. Maar die uitgangspunten zijn volgens de meeste omroepverenigingen niet te verenigen met het streven zich van de concurrenten te onderscheiden. Zekveld: “Het verspreiden van die nestgeur is nu al een verouderd idee. Ik denk dat over tien jaar het hele systeem van omroepverenigingen niet meer bestaat.”

Volgens De Waart en Zekveld zouden besparingen en efficiencyverbeteringen mogelijk zijn als het Muziekcentrum zich zou concentreren op de taak vooral een aanvulling op het overige muziekleven te verschaffen, zoals het geval was met het uitvoeren van series met muziek van Messiaen en Sjostakowitsj. De omroepen zouden er dan vanaf moeten zien om het ijzeren repertoire, dat al in ruime mate in de concertzalen is te horen en voor uitzending op te nemen, nog eens door het Muziekcentrum te laten uitvoeren. Zekveld: “Het spelen van dat standaardrepertoire is de achilleshiel van de omroeporkesten.”

Een andere oplossing voor de financiële problemen ziet Zekveld, die geheel voor zichzelf spreekt, in een verplichting voor de omroepen om het bedrag van 6800 gulden dat zij ten behoeve van elk uur radio ontvangen, op Radio 4 ook werkelijk besteed zou worden. “De Vara zelf doet dat overigens ook niet en geeft een deel van dat geld uit aan andere programma's. Maar we zouden de Varamatinee, die nu wordt gesubsidieerd door het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepprodukties, daarvan gewoon kunnen betalen.”