Verkiezingen in Italië: kloof tussen noord en zuid wordt nog groter

ROME, 9 JUNI. De politieke kloof tussen Noord- en Zuid-Italië wordt steeds groter, zo blijkt uit de uitslag van tussentijdse lokale verkiezingen die zondag en gisteren in 156 gemeentes zijn gehouden.

De twee grootste steden waar werd gekozen waren Napels en Triëst en de verschillen hier zijn tekenend. In Napels gingen de twee grootste regeringspartijen, de christen-democraten en de socialisten, licht vooruit: zij hadden hun politieke stemmenmachine op volle toeren laten draaien, en bovendien worden zij in het zuiden niet bedreigd door een protestpartij als de Lega Nord. Maar in Triëst verloren deze twee partijen terrein ten gunste van de Lega Nord en andere groepen die streven naar autonomie. De achteruitgang gold zowel de lokale verkiezingen van vijf jaar geleden als de parlementsverkiezingen van twee maanden geleden: het zich nog steeds uitbreidende corruptieschandaal in Milaan, de aanslag op mafia-bestrijder Giovanni Falcone en de politieke schermutselingen rondom de verkiezing van een nieuwe president hebben in ieder geval in Noord-Italië het protest tegen de regeringspartijen verder doen groeien.

De traditionele oppositiepartij, de ex-communistische Democratische Partij van Links (PDS), heeft opnieuw terrein verloren. Zowel in Napels als in Triëst ging de PDS een paar procent achteruit. De crisis in deze partij, die ook zwaar is getroffen door het corruptieschandaal in Milaan, is nu volkomen. Er wordt steeds openlijker gesproken over een opvolger voor partijleider Achille Occhetto.

Opvallend is dat de neo-fascistische Sociale Beweging (MSI) in Triëst ook tot de winnaars behoort en dertien procent van de stemmen kreeg. Deze partij presenteert zich ook als een protestpartij. In Napels ging zij iets achteruit, ondanks het feit dat Alessandra Mussolini, kleindochter van de dictator, daar lijsttrekker was.

In dit verwarrende politieke panorama gaat president Scalfaro verder met de consultaties voor de vorming van een nieuw kabinet. Vandaag zouden de leiders van de drie grootste partijen komen, maar Scalfaro heeft die gesprekken doorgeschoven naar morgen, vooral om de christen-democraten meer tijd te geven. Deze partij is zonder leider sinds Arnaldo Forlani twee weken geleden zijn functie als partijsecretaris neerlegde nadat een groot aantal parlementariërs de stemdiscipline had doorbroken bij de verkiezing van een president.

De belangrijkste kandidaat-premier is nog steeds de socialistische leider Bettino Craxi. Hij is politiek enigszins beschadigd doordat zijn naam is gevallen in het corruptieschandaal in Milaan. Maar de hoogste prioriteit voor het nieuwe kabinet ligt nu niet bij de aanpak van corruptie, maar bij de economie en de mafia. Craxi geldt als een van weinige politici met genoeg daadkracht en doorzettingsvermogen om te beginnen aan een serieuze sanering van de overheidsfinanciën. Woordvoerders van Craxi praten over een nieuw soort kabinet dat betrekkelijk los staat van de politieke partijen en waarin technici zitten die in brede kring worden gesteund.

Het Italiaanse kabinet heeft gisteren een aantal nieuwe maatregelen tegen de mafia goedgekeurd waarvan sommige zijn geïnspireerd op de strijd tegen het terrorisme in het begin van de jaren tachtig. Er komt een betere bescherming voor mafiosi die met de politie willen samenwerken, en de arrestatiebevoegdheden van de politie zijn vergroot.

Op basis van deze nieuwe maatregelen zijn vannacht en vanmorgen honderden arrestaties verricht. In Napels werden ongeveer 250 mensen aangehouden. In veel gevallen ging het om veroordeelde mafiosi wier gevangenisstraf was omgezet in huisarrest. Volgens de nieuwe maatregelen kunnen mafiosi geen beroep meer doen op de algemene mogelijkheden voor strafvermindering- en verlichting. In Palermo heeft de politie een vijftigtal mensen gearresteerd.