Trio P.J. Harvey verrassing van de dag; Pinkpopfestival succes ondanks hevige regenval

Concert: Pinkpop 1992. Gehoord: 8/6 Renbaan, Landgraaf.

“Wááter”, riep Polly Harvey om 12.45 uur smekend. De rest van de dag stroomde de regen. Zangeres Sandra St.Victor van The Family Stand voelde met een arm buiten het podium en zong toepasselijk The sky is falling, David Byrne ging bij het betreden van het podium bijna onderuit en Pearl Jams Eddie Vedder voorspelde dat iedereen vandaag ziek zou worden. Toen het bij Lou Reed eindelijk weer droog was, zei de oude man met staart: “Wow, I made it stop raining, that's how big I am!”.

Afgezien van het weer was deze 23ste aflevering van Pinkpop een topeditie. De programmering volgde alert de muzikale ontwikkelingen van het afgelopen jaar met bands die dit seizoen in Nederland debuteerden in uitverkochte zalen (Pearl Jam, The Family Stand), twee Nederlandse groepen die zich een groter publiek verworven hadden (Hallo Venray, Rowwen Hèze), twee ook muzikaal nog interessante oudgedienden (Lou Reed en David Byrne) en twee bands uit Seattle om de groep te vervangen die in de Engelse pers alleen nog wordt aangeduid met "het N-woord' -Nirvana dus-, Pearl Jam en Soundgarden.

In de ochtend, voor de regenval, speelde het Bostonse trio Buffalo Tom. Deze groep toerde onlangs al door het land. Maar hun sfeer van verbeten melancholie kwam op het reusachtige -oorspronkelijk voor de Dire Straits ontworpen- podium, waar de in uitstraling en gestalte toch al niet zo grote zanger Bill Janovitz tot een soort Pinkeltje werd, sterker over dan in een kleine zaal.

Hierna volgde het Nederlandse debuut voor wat de verrassing van de dag zou worden, P.J. Harvey, het Engelse trio onder leiding van de beminnelijke Polly Harvey. Met een bij ieder nummer breder wordende grijns op haar gezicht zong Harvey afwisselend schor en fel haar persoonlijke teksten, onderwijl verwrongen gitaarloopjes spelend. Van haar twee bescheiden begeleiders viel vooral de drummer op door zijn "authentieke' vrouwestem bij de koortjes.

Het festival was geopend met de simpele, oer-Hollandse maar in het Engels gezongen muziek van Hallo Venray, waarbij zanger Henk Koorn het publiek op zijn hand kreeg met een beschaafde striptease. Voor de Limburgers van Rowwen Hèze was de publieke bijval gezien de lokatie een vaststaand feit. Hun moordende hoempa-ritmes appelleren aan een nog iets primitievere feestlust dan die van de Engelse Pogues.

De Amerikaanse groep The Family Stand daarentegen maakt dansmuziek met soul. De nummers worden gedragen door de stem van Sandra St.Victor, die diep uit haar keel komt kolken, terwijl de muzikanten funk-ritmes combineren met het grommende gitaargeluid van de hardrock. Dergelijke creativiteit viel van het kwartet Soundgarden niet te verwachten. De groep heeft een energieke act maar de zanger gilt zijn teksten volgens de slechtste hardrocktraditie. Het inmiddels doorweekte publiek betuigde zijn bijval met het mee mimen van de teksten en omhoog gestoken vuisten. Maar even makkelijk werd er daarna overgeschakeld naar de tropische ritmes van David Byrne, die aantrad met een gezelschap degelijke Zuidamerikaanse muzikanten. Ze speelden een selectie nummers van de Talking Heads in nieuwe arrangementen (Life during wartime) en nummers van Byrne's solo-lp's, zoals het wezenloze Girls on my mind. Waarschijnlijk vanwege de gladde vloer bewoog Byrne zich nauwelijks en hij vertoonde ook niet meer de nervositeit van de vroegere Talking Heads-concerten.

David Byrne ververste zijn oeuvre met een nieuwe instrumentatie. Lou Reed, die voor deze gelegenheid ook teruggreep op zijn legendarische verleden, dat van The Velvet Underground, vervlakte de nummers. Sweet Jane, Rock 'n Roll en Walk on the Wild Side werden mat uitgevoerd, in tegenstelling tot de songs van de laatst verschenen lp's. Muisstil was het veld dan ook toen Reed een dramatisch nummer als Sword of Damocles, van de lp Magic and Loss, speelde. Of Nobody but you, over Andy Warhol, in een dromerig arrangement.

Een tegenpool van de koele, gereserveerde Reed is Eddie Vedder van de eigentijdse hardrockgroep Pearl Jam. Deze zanger doet letterlijk alles om het publiek te bereiken. Via een lift van een televisie camera kwam hij uit boven de mensenmassa, daar dook hij van drie meter hoogte naar beneden en klauterde vervolgens weer naar het podium. Het is deze fysieke presentatie die Vedder een ster maakt.

Zijn roekeloze gedrag sloot gisteren bovendien perfect aan bij de sfeer van dit Pinkpopfestival, waar de mensen lagen te slapen in plassen bier en regen, waar deze keer slachtoffers vielen van de handel in "slechte' XTC-pillen, en waar het festivalterrein aan het eind van de dag veranderd was in een modderig moeras met hier en daar een hoopje vergeten slaapzakken.

Foto: De groep Pearl Jam uit Seattle in actie tijdens een druk bezocht Pinkpop 92 (foto Lex van Rossen)