Toezegging d'Ancona lost heftig conflict met de kunstwereld niet op

AMSTERDAM, 9 MEI. Minister d'Ancona (WVC) is bereid na te gaan of een deel van de bezuinigingen op de podiumkunsten niet ineens behoeft te worden uitgevoerd, zoals de regeringspartijen CDA en PvdA willen. Ze zei dat zaterdag in het Vara-radioprogramma Spijkers met koppen, maar ze voegde eraan toe niet te zien hoe het idee van de Tweede Kamer om de voorgenomen korting op de subsidies te halveren zou kunnen worden verwezenlijkt. “Dan moet de Kamer wel begrijpen dat je weer anderen moet duperen.”

De in de beweging Kunsten '92 verenigde 105 kunstinstellingen zien een basis om verder te praten met de minister na haar toezegging om de inkomstenverhogende maatregel bij de kunstinstellingen “getemporiseerd en genuanceerd” in te voeren, zei woordvoerder Martijn Sanders, directeur van het Amsterdamse Concertgebouw, na een “lang en vriendelijk” gesprek dat een delegatie van Kunsten '92 zaterdagmiddag had met de minister.

Maar de beweging blijft volledig staan achter de eerdere conclusie dat de minister de kunstwereld niet langer representeert en handhaaft de gestelde eisen: geen algemene vermindering van subsidies en een verhoging van het kunstbudget met 40 miljoen gulden. Dat standpunt van Kunsten '92 zal deze week worden aangeboden aan de Tweede Kamer en worden bekendgemaakt in advertenties. Kunsten '92 keert zich ook sterk tegen de door minister d'Ancona gewenste inkrimping van de omroeporkesten. De beweging wil na de definitieve vaststelling van het nieuwe Kunstenplan doorgaan als een permanente belangenbehartigingsorganisatie.

Kunsten '92 vindt ook dat de Raad voor de Kunst een juridische procedure zou moeten beginnen tegen minister d'Ancona, omdat ze niet vooraf advies heeft gevraagd over principiële wijzigingen in het kunstbeleid. Volgens Atzo Nicolaï, algemeen secretaris van de Raad voor de Kunst, is dat voor het adviescollege niet mogelijk en zou de Tweede Kamer de minister daarover ter verantwoording moeten roepen.

Een omschakeling van het hoge naar het lage BTW-tarief op cultuuruitingen zal stimulerend zijn voor film, musea en podiumkunsten, concludeert onderzoeksbureau Moret, Ernst en Young na een onderzoek in opdracht van minister d'Ancona. De podiumkunsten zouden door de verlaging van 18 tot 6 procent er 7,5 miljoen gulden vooruitgaan, de musea ongeveer 3 miljoen. Minister d'Ancona moet daarover nog een standpunt innemen, in overleg met de staatssecretaris van financiën.

Handhaving van het hoge BTW-tarief brengt volgens het onderzoek de Nederlandse cultuur in een nadelige positie ten opzichte van het buitenland. Een tariefsverlaging ligt ook in de rede, zeggen de onderzoekers, nu op korte termijn Europese richtlijnen zullen worden opgesteld die het verlaagde tarief voor cultuuruitingen toestaan.