TH. J. A. M. VAN LIER 1916-1992; Doorbraak-katholiek

Op 76-jarige leeftijd is afgelopen zaterdag in Den Haag mr. Th.J.A.M. van Lier overleden. Theo Johan Antoine Marie van Lier, die op 11 mei 1916 in Heerlen was geboren, hoorde na de Tweede Wereldoorlog tot de rooms katholieke werkgemeenschap in de PvdA, de groepering van "doorbraak-katholieken' uit die tijd. Bovendien zat hij in de redactie van het partijblad Socialisme en Democratie. Van 1952 tot 1973 was hij Tweede-Kamerlid voor de PvdA.

Onder voorzitterschap van Den Uyl was hij secretaris van de PvdA-fractie. Toen hij genoeg van het parlementaire werk had, werd hij lid van de Raad van State. Op zijn zeventigste trok hij zich daaruit terug.

Van Liers leven heeft in het teken gestaan van het verzet in de jaren 1940-1945. In de jaren dertig studeerde hij rechten in Leiden, vervolgens kwam hij te werken bij het Gewestelijk Arbeidsbureau in Nijmegen (1941-1942). In 1943 kwam hij in contact met de spionage- en inlichtingengroep "Albrecht', waarover hij eind dat jaar de leiding kreeg. Bij een mislukte poging in 1944 om vanuit Zeeland met een bootje naar Engeland over te steken, viel hij in Duitse handen. Omdat de bezettingsmacht niet in staat bleek zijn contacten met het georganiseerde verzet te bewijzen, werd hij niet ter dood maar tot levenslang veroordeeld.

Na de oorlog werd Van Lier als een van de weinige burgers onderscheiden met het ridderschap vierde klasse van de Militaire Willemsorde. Van 1980 tot 1986 trad Van Lier, die van mening was dat velen in Nederland zich de oorlogstijd onvoldoende herinnerden, op als voorzitter van het Comité Nationale Viering Bevrijding.

In 1989 was hij één van de initiatiefnemers van de omstreden vrijlating van de Twee van Breda, de Duitse oorlogsmisdadigers die toen al meer dan veertig jaar in Nederlandse gevangenschap zaten. Van Lier meende dat de Nederlandse geloofwaardigheid op het gebied van de mensenrechten een ernstige knauw zou krijgen als ze nog langer zouden worden vastgehouden.

Als Tweede-Kamerlid was Van Lier onder meer actief op het gebied van het bejaardenwerk en de opvang van Surinamers en Antillianen. Zeer veel aandacht besteedde hij aan het vluchtelingenwerk; eerst bij de opvang van Oosteuropese vluchtelingen in de jaren vijftig en twee decennia later bij de selectie en begeleiding van politieke asielzoekers uit Chili, Argentinië en andere landen. Van Lier placht daartoe zelf naar Zuid-Amerika te reizen waar hij persoonlijk de selectie van politieke vluchtelingen ter hand nam.