Schrekers Schatzgräber mist persoonlijk stempel

Concert: Der Schatzgräber van F. Schreker door het Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Edo de Waart. Met oa.: George Gray, Sophia Larson, Eric Hafvarson, Alexander Oliver, Henk Smit, Jan Alofs en Urban Malmberg. Gehoord: 6/6 Concertgebouw Amsterdam.

De Nederlandse Schrekertraditie is bescheiden maar consistent: na een concertante uitvoering van Die Gezeichneten in maart 1990 tijdens een Varamatinee dirigeerde Edo de Waart zaterdag opnieuw een concertante opera van Schreker in de bijdrage van de Varamatinee aan het Holland Festival: de Nederlandse première van Der Schatzgräber, geschreven in de jaren 1915-'18, na Die Gezeichneten.

Schreker kan zeker geen vakmanschap van formaat worden ontzegd, maar wat hier op hinderlijke wijze ontbreekt is een overtuigende individualiteit. Men hoort muziek die afkomstig is uit de driehoek tussen Wagner, Strauss en Schönberg, maar nergens typisch Schrekeriaans is, of het moest zijn in het verschijnsel dat hij de toenmalige recente muziekgeschiedenis wist samen te vatten.

Gezien zijn succes deed Schreker dat kennelijk in Der Schatzgräber op een voor het publiek prettige wijze. Hij buitte het overweldigende laat-romantische idoom van de Gurrelieder van de vroege Schönberg ten volle uit. En Schreker verzachtte de voor velen toen nog onaangenaam expressieve extremen die zijn tijdgenoot Strauss presenteerde in Salome (1906) en Elektra (1909).

Terwijl Strauss met Der Rosenkavalier (1911) en Ariadne auf Naxos (1913) alweer op de terugweg leek, kon Schreker een paar jaar later nog worden aangezien voor redelijk modern. Tegelijkertijd citeerde hij nog wat uit Der Ring des Nibelungen - zo kent Der Schatzgräber een Morgendämmerung! Net als Wagner schreef Schreker zijn eigen libretto waarin een zingende Orpheus (Elis) wordt geconfronteerd met Els in een verhaal dat enigzins lijkt op Strauss' Die Frau ohne Schatten (1919). Verder luisterde Schreker ook nog wat over de grens naar Puccini.

Mij irriteert zo'n waterval van al te herkenbare stijlcitaten nu bovenmatig: het lijkt vooral een quiz voor muziekliefhebbers en de ergernis daarover deed de muziek mij meestal als gevoelloos, afstandelijk, hol en pathetisch in de oren klinken. Geef mij in de sector "miskend' maar Zemlinsky in plaats van deze Schreker.

Der Schatzgräber is in zijn rusteloze opstapeling van effecten vaak hinderlijk lawaaiig maar uiteindelijk vooral braaf: de schrille vocale uitbarstingen van Els worden in de warme en ronde begeleiding nogal vergoelijkt. Of zong Sophia Larson met haar volumineuze stem haar rol veel te expressief? Zo schel als zij het slaapliedje zong kan toch niet Schrekers bedoeling zijn geweest.

George Gray (hij zong Tristan in de beruchte Amsterdamse enscenering van Jürgen Gosch) klonk door een gebrek aan enthousiaste lyriek mat en erg onpersoonlijk. Eric Halfvarson, Henk Smit, Jan Alofs en Urban Malmberg leverden prestaties op niveau. Alexander Oliver was als Narr voor mij verreweg de beste: een gevoelige en overtuigende vertolking die als enige emoties opriep. Edo de Waart en zijn Radio Filharmonisch Orkest leverden voortreffelijk werk. Maar de herinnering aan recente, artistiek zoveel ambitieuzer projecten als de concertante uitvoering van Der Ring des Nibelungen en Die Frau ohne Schatten kon niet worden verdrongen.