Recente composities van Isang Yun fletser en minder emotioneel

Concert door Rien de Reede en Thies Roorda (fluit), Gerda Ockers (harp), Johan Kracht (viool), Daniël Esser (cello) o.l.v. Ernst van Tiel. Werken van Isang Yun. Gehoord: 7/6 De IJsbreker, Amsterdam.

“Als kind hoorde ik 's nachts hoe vissers hun netten binnenhaalden”, zo herinnert zich de 75-jarige Zuidkoreaan Isang Yun. “Als ze vissen zagen spartelen, raakten ze zo opgewonden dat hun stemmen het ritme opvoerden.” Ook beschreef Yun hoe twee takjes, trillend in de wind, hem inspireerden tot een compositie. Vreemd, nachtelijke stemmen en broze takjes zijn nu juist niet de beelden die ik me voorstel bij Yuns hartstochtelijke muziek. Eerder denk ik dan aan woeste, gezwollen rivieren en omzwiepende boomstammen. Isang Yun, die sinds 1969 in Berlijn woont, voltooide zojuist ondanks een ziekte in een hoog tempo in opdracht van het Holland Festival een kort, eendelig Derde vioolconcert. Zondagmiddag in De IJsbreker was het gehele kamermuziekconcert aan hem gewijd.

Schreef Yun zo'n dertig jaar geleden emotioneel geladen muziek, in de meer recente periode van de hernieuwde tonaliteit die hem kennelijk minder ligt, weet zijn muziek minder te fascineren. De lyriek in een Duo voor cello en harp bij voorbeeld neemt in door zijn kwetsbaarheid, maar aan mij is deze verwaterde Debussy toch niet besteed.

Gelukkig klinkt in de Novelette uit 1980 weer de oude, vertrouwde Yun, daarin is van fletsheid geen sprake. Lenige fluitarabesken schieten als het ware als vuurpijlen omhoog en verlichten het hele firmament in kleurige, lang aangehouden tonen, waaruit de typisch Aziatische obsessie spreekt voor de enkele, detaillistisch uitgewerkte klank.

Yuns Novelette kan op vier manieren worden uitgevoerd: als kwartet voor fluit, harp, viool en cello, of de cello vervangen door altviool, als een duo voor fluit en harp, maar ook als kamerensemble met de strijkers koristisch bezet. Yuns stijl in onafhankelijke lagen maakt deze werkwijze mogelijk, het toevoegen of weglaten van contrapunterende of aanvullende lijnen is niet essentieel, het gaat steeds om de "verpakking' van de centraal geplaatste fluitsolo. Niet voor niets moeten de strijkers op drie meter afstand achter fluit en harp plaatsnemen. Zowel de solo (Thies Roorda met slanke en elegante, typisch Franse toonvorming) als de "verpakking' (leden van het Koninklijk Concertgebouworkest) voldeden aan de hoogste eisen.