Real Madrid laat in slotduel titel glippen ten gunste van Barcelona; Alsnog triomf voor attractiefste elftal; In Barcelona was geen feestprogramma voorzien; Real won in tweede helft competitie maar één uitwedstrijd

MADRID, 9 JUNI. Het spannendste moment voor FC Barcelona kwam na het laatste fluitsignaal. In het vrijwel uitverkochte Nou Camp-stadion bleven de honderdduizend toeschouwers op de tribunes zitten en stonden de spelers op het veld met radiootjes tegen het oor gedrukt. De 2-0 overwinning op Athletic de Bilbao was betrekkelijk eenvoudig geweest, maar een kleine tweeduizend kilometer naar het zuiden, op het eiland Tenerife, bleef de scheidsrechter maar tijd bijtrekken in de wedstrijd tussen de thuisclub en Real Madrid. Twee, drie, vier, zeven minuten minuten duurde het tot ook daar de uitslag vaststond: 3-2 voor de FC Tenerife.

Toen kwamen de honderdduizend Barcelona-fans als één man overeind om in juichen en zingen uit te barsten, stond het bestuur van de club voor de tweede keer in twee weken te snikken en kwam de Europa Cup die op Wembley was veroverd het veld op om nog maar een keer in triomf te worden rondgedragen. Barcelona was landskampioen geworden in het laatste kwartier van de spannendste competitiefinale die Spanje sinds mensenheugenis heeft beleefd.

Ook op de Canarische eilanden werd er gehuild, zaterdagavond. Fernando Hierro en Emilio Butragueño, de sterren van Real Madrid, konden hun tranen niet bedwingen na afloop van een wedstrijd waarin ze tot de vijfenzeventigste minuut nog kampioen van Spanje waren geweest. Leo Beenhakker sloot zich geruime tijd met zijn spelers op in de kleedkamer en verscheen daarna met rode ogen voor de verzamelde pers om te zeggen dat Barcelona verdiend kampioen was geworden omdat de ploeg minder fouten heeft gemaakt dan het elftal van Madrid. “We hebben de competitie niet verloren in Tenerife; je wint of verliest de competitie in 38 wedstrijden, niet in één,” noteerden de verslaggevers uit zijn mond.

Ook Johan Cruijff liet op zich wachten. Hij was door zijn ploeg onder de douche gezet en moest eerst droge kleren vinden voor hij kon komen vertellen dat er die avond dingen waren gebeurd “waar je alleen maar van kan dromen”. De honderdzestig flessen champagne die vanuit Madrid mee naar Tenerife waren gevlogen, bleven onaangeroerd. In Barcelona was geen feestprogramma voorzien en moest zondag inderhaast een ceremonie voor de huldiging van de landskampioenen worden bedacht.

Al lang voor om zeven uur 's avonds in Barcelona en Tenerife de beslissende wedstrijden werden afgetrapt, was de psychologische oorlogsvoering tussen de nummers één en twee begonnen. Voorzitter Nuñez van Barcelona presteerde het om, vlak na het Europa-Cuptoernooi, zijn ploeg weer in de traditionele Catalaanse slachtofferrol te dwingen door wat betreft de wedstrijd van Real in het openbaar twijfel te uiten aan de eerlijkheid van de scheidsrechter en van de ontvangende ploeg. Hij wees er op, dat keeper Augustin van Tenerife tien jaar lang in het doel van Real Madrid heeft gestaan en dat ook trainer Jorge Valdano voor de Koninklijke heeft gespeeld en een boezemvriend van midvoor Butragueño is.

Uiteraard reageerden Augustin, die de wedstrijd zaterdag niet uitspeelde en onder gefluit het veld verliet, en Valdano, die de winst van zijn ploeg niet kon aanzien en de laatste minuten in de kleedkamer doorbracht, verontwaardigd op de verdachtmakingen. Ze konden echter niet voorkomen dat er een openbaar debat op gang kwam over de wenselijkheid van premies die door andere dan de eigen club worden uitgedeeld. Cruijff zei daar niets slechts in te zien, zolang er maar geen geld verdiend wordt met het verliezen van een wedstrijd.

Met andere woorden: een premie van Barcelona bij winst van Tenerife op Real Madrid is best toegestaan om de spanning te verhogen. Pas wanneer Madrid aan Tenerife een beloning in het vooruitzicht stelt bij verlies, is er sprake van vals spel. Of Nuñez nu inderdaad een aardigheidje naar de mannen van Valdano stuurt, is overigens niet bekend. Voorlopig heeft hij alleen aangeboden een vriendschappelijke wedstrijd op het eiland te komen spelen.

Zeker is, dat Tenerife zichzelf ook al een flink financieel voordeel heeft verschaft. Met deze overwinning is het elftal van de vijftiende naar de veertiende plaats in de liga gestegen en daardoor niet verplicht een bedrag van zestig miljoen peseta's (ruim een miljoen gulden) aan vooruitbetaalde premies in de clubkas terug te storten.

Geheel los van deze polemiek had Cruijff tevoren koeltjes laten weten dat zijn rivaal de beslissende wedstrijd niet zou gaan winnen - en gezien het betere doelsaldo van Barcelona was een gelijkspel voor Real Madrid nu eenmaal niet genoeg. Terwijl half Spanje aan de beeldbuis gekluisterd zat, leek het er gedurende het eerste half uur van beide partijen op dat hij ongelijk zou krijgen. Na dertig minuten stond Madrid al met 2-O voor, terwijl Hristo Stoitsjkov de eerste van zijn twee doelpunten nog moest maken.

De Barcelona-spelers waren met hun hoofd meer bij Tenerife waren dan in hun eigen wedstrijd. En voor hun publiek gold hetzelfde. Toen de Canariërs om negen minuten over half acht voor het eerst scoorden werd er in Barcelona harder gejuicht dan voor de eerste treffer van hun eigen Bulgaar, nauwelijks een minuut later.

In de tweede helft werd de ploeg van Beenhakker door pech achtervolgd. Een doelpunt van Milla werd ten onrechte afgekeurd wegens buitenspel, verdediger Villaroya werd het veld uitgestuurd, Alfonso moest geblesseerd de wedstrijd verlaten, Rocha schoot in eigen doel en een minuut later bracht een ingevallen jeugdspeler van Tenerife de eindstand op 3-2. Een ongeluk komt nooit alleen en de verliezer heeft altijd ongelijk. Beenhakker zei na afloop dat hij “nu meer dan ooit” bereid is om als trainer op de bank te blijven zitten. Maar de verbitterde aanhang eist zijn hoofd en eigenlijk ook dat van voorzitter Ramon Mendoza, die voor het debâcle van het afgelopen jaar verantwoordelijk wordt gesteld.

Het was immers Mendoza die Beenhakker halverwege het seizoen tegen een salaris van 200 miljoen peseta's per jaar bij Ajax loswrikte en hem "technisch directeur' maakte in afwachting van het vertrek van Radomir Antic. De Joegoslavische trainer behaalde een recordaantal overwinningen in de eerste helft van de competitie, maar vriend en vijand klaagde over de fantasieloze manier waarop hij het elftal liet spelen. Na een (gewonnen) wedstrijd tegen Tenerife moest hij het veld ruimen voor Beenhakker, die “spektakel” zou gaan brengen. Dat spektakel speelde zich echter vooral af in de kleedkamer en tijdens de trainingen, met als hoogtepunt het vertrek-met-slaande-deuren van de voormalige vedette Hugo Sanchez.

In de tweede helft van de competitie wist Real Madrid nog maar één uitwedstrijd te winnen en raakte het, al experimenterend met steeds nieuwe basisopstellingen, alle zelfvertrouwen kwijt. De voorsprong op Barcelona, in het najaar acht punten en bij het aantreden van Beenhakker drie, slonk zienderogen. Niemand had het vertrek van Antic betreurd, maar al snel kon ook Beenhakker geen goed meer doen.

In de Spaanse pers wordt de verrassende ontknoping van de competitie allerwegen beschouwd als een triomf van het attractieve, aanvallende voetbal van de ene Nederlandse trainer over de angstige, behoudende speelwijze die een andere Hollander Real zou hebben opgelegd. Voor het gemak wordt vergeten dat Cruijff al een paar jaar aan zijn elftal heeft gebouwd, terwijl zijn collega halverwege het seizoen de brokken moest proberen te lijmen, en dat de nu zo bejubelde Barcelona-trainer vorig jaar nog heftig werd gekritiseerd om de wisselvalligheid van een ploeg die regelmatig van onbeduidende tegenstanders verloor.

“Ik heb bewezen dat je met vrolijk voetbal ook resultaten kunt behalen,” zei Cruijff het afgelopen weekeinde. Een enkeling ging zelfs zo ver zijn kampioenschap te zien als een bewijs voor het bestaan van goddelijke gerechtigheid. De kunst had het immers gewonnen van de doelmatigheid, de schoonheid van de kracht. “Barcelona heeft ons onze jeugd teruggegeven, toen we allemaal nog midvoor wilden zijn om doelpunten te maken,” schreef het dagblad El Mundo in een lyrisch commentaar.

Real Madrid verliest voor het tweede jaar de landstitel aan Barcelona, maar de crisis in de club is nog aanzienlijk groter dan in 1991. Na dit seizoen is duidelijk dat de “generatie van Butragueño” is opgebrand. Maar de kas is leeg, de laatste dure aankoop, Robert Prosinecki, is al meer dan dertig weken geblesseerd en de voorlopige contracten met Klinsmann (Inter Milaan) en Mihajlovic (Rode Ster) zijn opgeschort.

Volgens sommige bestuursleden zou Beenhakker, die voor vier jaar is gecontracteerd, ook als manager niet meer welkom zijn. Hoewel de finale van de beker pas eind deze maand wordt gespeeld, is de moraal in en om het eerste elftal tot een absoluut dieptepunt gezakt. Allerwegen wordt het bestuur dan ook aangeraden om nu radicale maatregelen te nemen, schoon schip te maken en “een type zoals Cruijff” als trainer aan te stellen. Een kandidaat is er ook al: de jonge Jorge Valdano, van Tenerife.