Papin gaat altijd recht op doel af; Dzjie Pie Pie is geen talent. Hij heeft zichzelf gemaakt. Papin is nu een doelpuntenmachine

Jean-Pierre Papin (28) is een Nordiste, geboren aan de Noordfranse kust, getogen aan de Franse grens met België. Hij mist de kunstzinnige inslag van de mediterrane voetballers. Maar als hij scoort, dan scoort hij spectaculair, als een circusartiest. Harde strakke schoten, volleys en bicycle-kicks - zoals Pele, Uwe Seeler, Zico en Klaus Fischer dat plachten te doen - behoren tot zijn handelsmerk. Bekijk de video's "Mes plus beaux buts' en "Mes secrets pour marquer' en je weet dat Papin zich maar één ding in het leven tot doel heeft gesteld: doelpunten maken.

Dzjie Pie Pie, de Fransman die eigenlijk altijd scoort, kent maar één weg naar doel, rechtdoor - en zo snel mogelijk. Van hem komt het Franse gevaar tijdens het Europese kampioenschap. Van zijn scoringsdrift hangt af of bondscoach Michel Platini met zijn elftal de vooral in Frankrijk verwachte titel behaalt.

Sinds hij in 1986 door Bernard Tapie bij Olympique Marseille werd binnengehaald scoorde Papin achtereenvolgens 13, 19, 22, 30, 23 en 27 keer per competitie. Twee maal maakte hij in een wedstrijd vier doelpunten, in zeven ontmoetingen drie, in 22 duels twee. In 33 duels met het Franse elftal trof hij 19 maal doel. Voldoende reden voor Silvio Berlusconi, de vermogende voorzitter van AC Milan, Papin voor 18 miljard lires (bijna 28 miljoen gulden) een plaats toe te bedelen in de toch al talentrijke selectie van zijn sterrenteam.

Bevreesd voor de kritiek van de Olympique-supporters, vermengd met weemoed, maakte Papin op 25 april en plein public, in het Stade Vélodrome van Marseille, zijn overgang naar Milan definitief wereldkundig. Met de microfoon in de hand toog hij voor zijn afscheidsduel tegen Cannes naar de middencirkel en sprak de volgende woorden tot de 48.000 toeschouwers. “Ik wil niet langer wachten, anders ga ik huilen. Ik heb nooit tegen jullie gelogen, we hebben elkaar altijd de waarheid gezegd. Ik wilde jullie zeggen dat ik naar Milan ga. Ik wil jullie bedanken uit de grond van mijn hart, en dat ik jullie nooit zal vergeten. Daarom zullen we vanavond alles doen om voor de vierde maal in successie kampioen te worden.”

Het werd een emotionele avond. Olympique won met 2-0, Papin scoorde natuurlijk, eenmaal. Na afloop viel hij eerst scheidsrechter Bouillet in de armen en vervolgens Waddle, zijn Engelse medespeler en vriend, bij wie hij enige tijd in huis woonde. En om de sfeer te accentueren, besloot Tapie de afscheidsavond met een sentimentele verklaring “Ik voel dezelfde blues als bij het afscheid van Hinault. Daarna heb ik nooit meer van wielrennen gehouden.”

Een week later werd Papin door Berlusconi ontvangen in zijn Villa d'Este aan het Comomeer, dineerde hij met de Milan-staf in het exquise Milanese restaurant Assassino om vervolgens een bezoek te brengen aan een ander buitenverblijf van Berlusconi, in Arcore, even buiten Milaan, waar de wanden zijn gedecoreerd met werken van Rembrandt en Rubens. Het paradijs van Papin.

Het was slechts het voorspel op de reis per helikopter naar het Giuseppe Meazza-stadion, waar Milan zijn domicilie heeft. Even voor het duel Milan-Lazio betrad Papin aan de zijde van Berlusconi het ereterras. De orkaan van geluid die de tifosi als blijk van hun enthousiasme over de komst van de nieuwe ster produceerden, deed de zoon van een visser uit Boulogne-sur-Mer rillen van ontroering. “JPP, con te vinceremo tutto”, stond op een kolossaal spandoek geschreven. (JPP, met jou zullen we alles winnen). En Jean-Pierre genoot.

Jean-Pierre Papin is geen talent. Hij heeft zichzelf gemaakt. Tot een doelpuntenmachine. Zijn vader was profvoetballer bij Boulogne. Maar veel heeft hij niet van de man kunnen opsteken. Hij zag hem nooit spelen. Nog geen jaar na zijn geboorte scheidden zijn ouders. Hij verhuisde naar zijn grootmoeder in Jeumont, bij Maubeuge aan de Belgisch-Franse grens. Zijn vader was in de gevangenis beland, zijn moeder kon Jean-Pierre niet in haar eentje opvoeden. Pas toen hij elf was, kon hij weer bij haar gaan wonen, in het dorpje Trith-St.Léger, aan de rand van Valenciennes.

Wat er ook waar is van de talloze verhalen die over Papins jeugd zijn geschreven, zeker is dat hij wilde voetballen - net als zijn vader. Hij dacht eraan veearts te worden. Op het lyceum was hij volgens zijn wiskundeleraar Demarez een aandachtige leerling, die altijd vooraan, op de tweede of derde rij zat. Maar toen bleek dat de wiskundelessen Jean-Pierre te saai waren en hij op het voetbalveld zijn energie beter kwijt kon, was de interesse snel geluwd.

Als pupil al bij AS Jeumont hadden de jeugdleiders geconstateerd dat de jonge Papin een produktieve aanvaller was. Nog voordat de jonge voetballer het in zijn hoofd haalde profvoetballer te willen worden, werd hij geconfronteerd met een zware tegenslag. Hij stak een straat over, werd aangereden door een automobilist en liep een gecompliceerde beenbreuk op. Bijna negen maanden moest hij in het ziekenhuis liggen. Hij moet er zijn doorzettingsvermogen aan te danken hebben, wordt gezegd.

Bij de voetbalclub Trith-St.Léger ontpopte hij zich als een topscorer, meer dan honderd doelpunten in twee jaar tijd. Voor Michel Morneau, récruteur van US Valenciennes en ex-voetballer van Trith-St.Léger, was dat aanleiding hem naar de Franse tweede-divisieclub te halen. Maar Valenciennes kon hem geen jeugdcontract beloven en liet hem na een jaar vertrekken naar het Institut National de Football in Vichy. Op zeventienjarige leeftijd maakte hij zijn debuut bij INF Vichy. Hij scoorde nauwelijks in de drie jaar bij de club in de Auvergne.

Toen in 1984 Léon Desmenez, sinds twee jaar trainer van Valenciennes, een bezoek bracht aan de wedstrijd Dijon-Vichy, had hij zich voorgenomen speciaal op nummer 9 te letten. Dat er ene Jean-Pierre Papin speelde, ex-Valenciennes, wist hij niet. Desmenez stapte na de wedstrijd op de voorzitter van Vichy toe en vertelde hem dat die nummer 9 hem wel beviel, maar dat nummer 10 toch beter was. “10? Dat is Papin”, was het antwoord volgens Desmenez. Een paar weken later speelde Papin weer bij Valenciennes.

Als derdejaars stagiair bij Vichy verdiende hij 5000 franc per maand, waarvan hij samen met zijn vrouw (sinds 1980) die in verwachting was moest rondkomen. In France Football, le Ballon d'Or 1991, zegt Papin: “Onze maaltijd bestond vaak slechts uit een bord bouillon.” Een Valenciennes-bestuurder werd met zijn vrouw door de Papins eens uitgenodigd om te komen eten. “Als dessert was er een chocoladepuddinkje. Maar er waren maar drie lepels. Jean-Pierre moest wachten tot zijn vrouw klaar was”, herinnert de man zich.

Op het voetbalveld is Papin eigenwijs en snel op zijn tenen getrapt. Trainer Desmenez herinnert zich nog zijn eerste aanvaring met Papin. “We trainden hard. Het was erg heet. Papin zei dat het nog erger was dan in Vichy. Ik antwoordde toen dat, als het hem niet beviel, hij kon vertrekken. Papin ging onmiddellijk weg.” Michel Morneau, de man die hem ontdekte, speelde wel eens een partijtje tennis met hem. “Als hij een bal miste gooide hij zijn racket in het net. Jean-Pierre wilde altijd onmogelijke dingen realiseren. Lukte hem dat niet, dan werd hij kwaad. Maar hij gaf nooit op.”

Papin scoorde in zijn eerste seizoen bij US Valenciennes vijftien maal. Slechts. Want Desmenez had op meer gerekend teneinde zijn plannen om kampioen van de tweede divisie te worden te kunnen verwezenlijken. De club verkeerde in financiële nood. Toen Club Brugge naar Papin informeerde en 1,2 miljoen franc (ongeveer vier ton) voor hem bood, probeerde Valenciennes de spits voor meer geld aan Lille en Lens te slijten. Vergeefs. De eerste-divisieclubs waren niet geïnteresseerd in Papin.

Bij Club Brugge werd de Franse spits enthousiast ontvangen. Hij vormde een elftal met Hugo Broos, Leo en Frankie van der Elst, Birger Jensen, Marc Degryse, Willy Wellens en René Vandereycken. Trainer was Henk Houwaart. Papin blonk niet uit door subtiele balvaardigheid, was geen teamspeler, maar scoorde 21 keer voor de Belgen en won met Club Brugge de Belgische beker. “Ik heb de beste tijd in België gehad”, zei Papin onlangs. “De mensen waren blij en hebben me gestimuleerd. Door hen ben ik gaan geloven in mijn succes.”

Toen hij in de Europa-Cupwedstrijd tegen Boavista driemaal scoorde, raakte Frankrijk geïnteresseerd in Jean-Pierre Papin. Een halfjaar na zijn komst naar Brugge maakte hij zijn debuut in het Franse nationale elftal tegen Noord-Ierland. Hij werd opgenomen in de selectie voor het WK in Mexico, waar hij slechts tweemaal scoorde. Frankrijk (met Platini, Giressse en Bossis) stelde teleur. De helden waren vermoeid. Maar de beste Franse clubs stonden in de rij voor Papin. Hij ging naar Olympique omdat Tapie via een handigheidje Monaco te snel af was. Tapie legde drie miljoen gulden neer voor Papin.

Het begin bij Olympique werd voor alle partijen een catastrofe. Papin had problemen in zijn huwelijk, ging tenslotte scheiden en scoorde slechts dertien keer. Maar hij vocht terug, trouwde met een stewardess, trainde dagelijks op schieten als de rest van de selectie al in de kleedkamer zat en ontpopte zich als een leider. Hij maakte zich sterk voor de komst van Beckenbauer als trainer en dreigde met een spelersstaking nadat Tapie voor een jaar geschorst dreigde te worden door kritische uitlatingen over scheidsrechters en clubvoorzitters. De vechtjas van Jeumont kwam weer in hem boven.

Frankrijk is de crisis na het wegvallen van de glorieuze generatie Platini-Giresse te boven. Met Papin, zijn recalcitrante vriend Cantona van Leeds United en libero Blanc van Napoli, net naar Olympique Marseille vertrokken, plaatsten de haantjes van Platini zich ongeslagen voor het Europees kampioenschap in Zweden. In de acht wedstrijden van de voorronde maakte Papin negen van de twintig Franse doelpunten. Een swingende ploeg van typische gekke Franse spelers. Monsieur Plus slaat weer toe. Maar hij kan niet zonder zijn kanonnier Jean-Pierre Papin.

Foto: Jean-Pierre Papin met Bernard Tapie, voorzitter van Olympique Marseille.

Foto: Jean-Pierre Papin in de Moulin Rouge van Parijs nadat hij de Gouden Bal had ontvangen. (Foto's Transworld)