Nederland vreest voor "War on drugs' in Europa; Europese Commissie poogt greep te krijgen op politie en justitie

BRUSSEL/DEN HAAG, 9 JUNI. De regeringsvertegenwoordiger van Nederland bij de EG, mr. P.C. Nieman, sloeg vorige week donderdag per telex (“Voorrang: immediate”) alarm bij de ministeries van buitenlandse zaken, justitie, WVC en financiën. Reden voor de opwinding was een nieuwe poging van de Europese Commissie om greep te krijgen op het terrein van politie en justitie.

Het ontbreekt de Commissie aan een eigen handhavingsapparaat maar daar is het streven wel op gericht. De afzonderlijke lidstaten zijn tegen dat idee om redenen van soevereiniteit en omdat er geen Europese rechtsbescherming bestaat tegen strafrechtelijk optreden van de Commissie.

Zo kwam het dat bij het sluiten van het nieuwe verdrag voor de Europese Unie eind vorig jaar in Maastricht het terrein van justitie, ondanks de wens van de Commissie, expliciet bleef voorbehouden aan de verschillende lidstaten. Mogelijk gezamenlijk beleid op dat terrein wordt geregeld via intergouvernementele platforms als Trevi, waarin alle EG-ministers van binnenlandse zaken en justitie zitting hebben. Europol, het onder Nederlands voorzitterschap uitgewerkte initiatief om op Europees niveau te komen tot gegevens verzameling en -uitwisseling op het gebied van drugs, bleef uit handen van de Commissie.

Alleen als het gaat om terreinen waarvan de Commissie kan aantonen dat het gemeenschapsbelang rechtstreeks wordt aangetast, zijn de lidstaten genegen bevoegdheden te verlenen. Zo is er sinds juni vorig jaar een EG-richtlijn over het tegengaan van het witwassen van gelden verkregen uit EG-fraude. Het vorig halfjaar werd, op 15 november in Brussel tijdens een vergadering van Justitie-ministers onder voorzitterschap van de Nederlandse minister Hirsch Ballin, ook schoorvoetend besloten een voorstel van de Europese Commissie uit 1976 om strafrechtelijk te kunnen optreden tegen EG-fraude opnieuw te bekijken.

Ook werd een Nederlands voorstel aangenomen om een netwerk tot stand te brengen tussen universiteiten en andere wetenschappelijke instellingen in Europa, met als doel de “grensoverschrijdende criminaliteit” beter zichtbaar te maken. Dat was een aanmerkelijke afzwakking van het oorspronkelijke Nederlandse plan, dat ten doel had in Brussel een afzonderlijk Europees onderzoeks- en documentatiecentrum op te richten over “transnationale criminaliteit”.

Ook nu vormt een onderzoekscentrum de aanleiding voor veel opwinding. In het vooroverleg van de permanente regeringsvertegenwoordigers in Brussel wordt sinds enige weken gesproken over het voorstel van de Europese Commissie om een Europees drugwaarnemingscentrum op te richten. De bedoeling daarvan is om eindelijk betrouwbare en uniforme gegevens te verkrijgen over druggebruik in de lidstaten van de EG, zodat een mogelijk drugbeleid daarop kan worden afgestemd.

Een eerder initiatief uit 1971 op dit terrein onder verantwoorlijkheid van de Raad van Europa in Straatsburg (de zogeheten Pompidou-groep) had weinig opgeleverd. Het plan om een Observatoir Européen des drogues et des toxicomanies op te richten dateert van 1989 toen de vergadering van EG-regeringsleiders, de Europese Raad, het Europese plan tegen de drugs liet opstellen. Toen begon ook in de Europese anti-drugs werkgroep (CELAD) de discussie over de vraag of het Observatoire werkte voor de lidstaten, voor het inter-gouvernementeel niveau of voor de Gemeenschap, lees: de Europese Commissie. Het werd dat laatste.

Maar het is niet zozeer het reglement van het drugwaarnemingscentrum zelf dat de Nederlandse vertegenwoordiger bracht tot zijn spoedtelex aan de betrokken departementen, maar een concept-verklaring van de lidstaten bij dit reglement. Deze verklaring komt er op neer dat lidstaten zich verplichten om het Observatoire alle relevante informatie te verschaffen.

Maar bovendien stemmen zij in met de mogelijkheid dat de Commissie in de toekomst richtlijnen zal verstrekken op het terrein van bestrijding van drugproduktie, handel in verdovende middelen en het witwassen van gelden. Daarbij wordt ook nog vastgesteld dat de onderzoeksactiviteiten van het Observatoire zich zullen uitstrekken over een breed scala van onderwerpen, die de afspraken in het nieuwe Unieverdrag verre te buiten gaan.

Opmerkelijk is ook dat expliciet wordt gemeld dat het drugwaarnemingscentrum zal gaan samenwerken met Europol, Interpol en de douane-autoriteiten: al die politieorganen waar de Commissie in Maastricht uitdrukkelijk van uitgesloten was.

Het Nederlandse verzet van Nieman zou direct verband houden met de vrees dat een positief besluit volgende week maandag van de EG-ministers van buitenlandse zaken over het Commissie-voorstel op termijn het einde betekent van het terughoudend Nederlands drugbeleid.

Een paper van het hoofd en een medewerker van de Drugs Unit van de Europese Commissie, Georges Estievenart en Jay Backstrand, geeft een extra dimensie aan het Commissievoorstel voor een drugwaarnemingscentrum. Uit dit stuk wordt duidelijk dat zo'n centrum niet slechts informatie verzameld, maar een eerste stap is in een verscherpt Europees anti-drugbeleid.

Estievenart en Backstrand, naar verluidt de beoogde leiders van het Observatoire, vergelijken het Europese optreden tegen verdovende middelen met de Amerikaanse War on drugs. In de VS zijn hierin meer dan vijftig overheidsdiensten actief. Dit jaar zijn de uitgaven op dat terrein begroot op meer dan 11 miljard dollar.

Estievenart en Backstrand betogen dat hoewel de Europese Commissie geen gezag heeft op het gebied van handhaving van wetgeving of aan drugs gerelateerde gezondheidsaspecten, er toch ruimte is voor initiatieven van de Commissie. Volgens Estievenart en Backstrand wordt actie van de Commissie noodzakelijk en gerechtvaardigd door het ontstaan in Europa van een gemeenschappelijke markt met open grenzen en door nauwe contacten met derde-landen. In Europa staat de anti-drugs campagne volgens hen nog in de kinderschoenen. Op basis van de informatie van het drugwaarnemingscentrum moet de Europese Gemeenschap deel gaan nemen aan een strijd tegen drugs op wereldschaal, van het terugbrengen van de vraag tot handel in drugs. Want, zo schrijven de mannen van de Drugs Unit: “Global management has begun”.