Nationalisten winnen ruim in Azerbajdzjan

MOSKOU, 9 JUNI. De groot-Turkse nationalisten hebben in de voormalige Sovjet-republiek Azerbajdzjan de tussentijdse presidentsverkiezingen gewonnen.

Volgens de eerste uitslagen heeft voorzitter Abulfez Elçibey van het Volksfront eergisteren ruim zestig procent van de stemmen verworven. Zijn naaste concurrent kreeg niet meer dan twintig procent.

De verkiezingen in Azerbajdzjan waren nodig omdat de politieke verhoudingen in Bakoe dit voorjaar waren vastgelopen. Onder druk van het Volksfront was de ex-communist Ajaz Moetalibov als president afgetreden. Een maand geleden probeerde diezelfde Moetalibov via zijn aanhangers in het parlement weer terug te komen. Het Volksfront greep toen gewapenderhand de macht in Azerbajdzjan en verdreef Moetalibov in één moeite door.

Met de verkiezing van Elçibey heeft het volk van Azerbajdzjan gekozen voor een radicale politieke koers los van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS). In zijn verkiezingscampagne heeft Elçibey, die in Bakoe als "gematigd' wordt gezien, beloofd dat hij Azerbajdzjan net als de Baltische landen volledig uit het gemenebest zal terugtrekken. Een oplossing van het militaire conflict om de Armeense enclave Nagorny Karabach lijkt hiermee tevens moeilijker te worden.

Elçibey is een representant van het pan-Turkse denken. Volgens Elçibey, een oriëntalist die in de jaren zestig enige tijd in Egypte heeft gewerkt en slecht Russisch spreekt, dient het politieke bestuur zo veel mogelijk een seculiere aangelegenheid te zijn. Religie en staat moeten in zijn ogen conform het Turkse model gescheiden worden.

Tegelijkertijd staat Elçibey een bundeling van alle Turkse volkeren in de Centraalaziatische regio voor. De Azeri's voelen zich nauw verbonden met de Turken. Ze hebben niet alleen dezelfde godsdienst, maar menen ook exact dezelfde taal te spreken. Elçibey ontleent daaraan de ambitie om Azerbajdzjan om te bouwen tot de brug tussen Turkije en de andere Turkse naties in de voormalige Sovjet-Unie (Oezbekistan, Toerkmenistan en in mindere mate Tadzjikistan alsmede Kirgizië). In Iran is gisteren daarom al licht geïrriteerd gereageerd op de plannen van Elçibey.