Liberale Egyptische schrijver vermoord

KAIRO, 9 JUNI. De liberale Egyptische schrijver Farag Fouda, een scherp criticus van het moslim-fundamentalisme, is gisteren bij een aanslag bij zijn kantoor in Kairo dodelijk gewond. Een 15-jarige zoon en een vriend werden door kogels gewond.

Fouda, die door zeven kogels in de buik werd getroffen, overleed enkele uren later in een ziekenhuis. Een van de twee daders werd door Fouda's chauffeur, geholpen door enkele passanten, overmeesterd. Het bleek te gaan om een lid van een moslim-fundamentalistische groep. De identiteit van de tweede is bekend, zo hebben de autoriteiten meegedeeld.

Farag Fouda stond bekend om zijn publikaties ten gunste van secularisme en persvrijheid en tegen fundamentalisme. In het blad Oktober schreef hij elke week een sarcastisch artikel, dat altijd een uithaal bevatte naar islamitische extremisten, bekend als de Gamaat Islamiya ofwel Islamitische groepen. Fouda noemde ze de Gamaat Zalamiya, groepen van de duisternis.

In verband daarmee was Fouda regelmatig vanuit fundamentalistische hoek met de dood bedreigd, en hij was de afgelopen maanden onder bescherming van de politie geplaatst. Volgens de politie had hij onlangs echter om stopzetting van die bescherming gevraagd, welk verzoek door de autoriteiten was ingewilligd.

Volgens de semi-officiële krant Al-Ahram heeft de gevangen dader bekend leider te zijn van een factie van de verboden, gewelddadige Jihad-beweging, die in 1981 president Anwar Sadat vermoordde. Zijn groep had een maand geleden besloten voorvechters van het secularisme te vermoorden.

De moord volgde op een opzienbarende verharding van het Egyptische regeringsoptreden tegen het fundamentalisme. De afgelopen weken zijn bijna dagelijks aanhangers van de Jihad gearresteerd. Nieuw was vrijdag de arrestatie van 50 leden van de Moslimbroederschap, een organisatie die hoewel niet toegestaan, lange tijd door de regering was getolereerd. Volgens een Egyptische commentator heeft Kairo zijn beleid gewijzigd in verband met de gebeurtenissen van het afgelopen jaar in Algerije. (Reuter, AFP, AP)