Kiezers brengen Tsjechoslowakije dichtbij opdeling

PRAAG/BRATISLAVA, 9 JUNI. Het federale Tsjechoslowakije nadert, na de verkiezingen van afgelopen week die een overwinning voor rechtse Tsjechen en linkse Slowaken opleverden, met grote snelheid het punt waarop het land in twee delen uiteenvalt. Na een treffen met de Slowaakse nationalistische partijleider Vladimir Meciar in de buurt van de Moravische hoofdstad Brno liet Václav Klaus, die zondag van president Havel opdracht had gekregen een regering te vormen, weten dat er “diepe meningsverschillen” tussen de twee leiders bestaan.

Asgrauw teruggekeerd in Praag, na besprekingen die zes uur hadden geduurd, zei de leider van de ODS, die tevens minister van financiën is en ontwerper van het succesvolle economische hervormingsplan: “De federatie is verloren”. Uit wat hij van Meciar had gehoord maakte Klaus op dat diens partij, de HZDS, de beweging voor een democratisch Slowakije, zelfs niet meer is geïnteresseerd in een “gemeenschappelijke staat” van Tsjechen en Slowaken, een losser samenwerkingsverband zoals bijvoorbeeld een confederatie of een statenbond. Overigens zullen de besprekingen vandaag in Praag worden voortgezet.

Afgelopen zondag was al gebleken dat Meciar, wiens partij ongeveer eenderde van het Slowaakse electoraat achter zich had gekregen, het maximum uit de winst zou halen. Op een overvolle persconferentie in het vakbondsgebouw in Bratislava zinspeelde de HZDS-leider er al op dat de dagen van president Havel waren geteld: zijn parlementsleden zou hij sterk afraden op Havel te stemmen als diens herverkiezing volgende maand aan de orde is.

Gisteren heeft Meciar overleg gevoerd met twee andere overwinnaars uit het Slowaakse kamp, de leider van de linkse SDL, Peter Weiss, en Jozef Prokes, de leider van de SNS, de Slowaakse nationale partij, die voorstander is van een zo snel mogelijke afscheiding van Slowakije. HZDS, SNS en SDL hebben nu een overheersende positie in de Slowaakse nationale raad waar de bij de verkiezingen zeer verzwakte christen-democraten tot dusver hebben weten te verhinderen dat de soevereiniteit van Slowakije werd uitgeroepen. Naar in Praag verluidt zou Meciar uit zijn op een snel referendum in Slowakije.

Prokes liet gisteren weten dat hij alleen bereid is tot samenwerking met Meciar als zo snel mogelijk de soevereiniteit wordt uitgeroepen. Tot dusver heeft Meciar zich steeds wat tweeslachtig uitgelaten over totale onafhankelijkheid en leek hij, net als Peter Weiss, voorstander van twee sterke, naast elkaar staande republieken die bepaalde taken aan een federale regering zouden overlaten.

Pag 5: Het geduld van de Slowaken is helemaal op

Maar vermoedelijk zijn die taken zozeer uitgehold dat Klaus het onmogelijk acht een federale staat in stand te houden. Klaus heeft eerder gezegd dat voor een “functionerende federatie” behalve één buitenlandse politiek en één defensiepolitiek ook één belastingstelsel en één monetaire politiek nodig is. Bovendien zou de stringente economische hervormingspolitiek moeten worden gehandhaafd.

De partij van Meciar is er echter op uit om controle te krijgen over de monetaire politiek door het oprichten van een Slowaakse tak van de centrale bank. Ook wil de partij dat de staat bemoeienis houdt met de grote staatsbedrijven die volgens Klaus' plannen moeten worden geprivatiseerd.

Gaven de verkiezingen in Slowakije het beeld te zien van een ruk naar links, die in de Tsjechische landen lieten zien dat de kiezer daar meer vertrouwen heeft in de no-nonsense-politiek van Klaus. Diens partij kreeg eveneens ongeveer een derde van het electoraat. Vroegere communisten, verenigd in het Links Blok, behaalden, net als Weiss' SDL in Slowakije, ongeveer 14 procent. Het meest opzienbarende aan de uitslag in de Tsjechische landen was echter dat het politieke midden, dat zich bij de verkiezingen van 1990 mocht beschouwen als de meest populaire vertegenwoordigers van de volkswil, bij deze verkiezingen vrijwel is weggevaagd. OH, de burgerbeweging van minister van buitenlandse zaken Jiri Dienstbier, wist de kiesdrempel niet te halen, evenmin als de ODA en de ODU, afsplitsingen van het oorspronkelijke Burgerforum. Ook de christen-democraten deden het slecht, hoewel ze wel een aantal zetels in het federale parlement bemachtigden.

Zowel de Tsjechische als de Slowaakse sociaal-democraten (de laatsten onder Alexander Dubcek, leider en symbool van de mislukte Praagse lente van 1968) wisten zich ternauwernood te handhaven: de Tsjechen haalden ongeveer zeven procent voor de Tsjechische Kamer der volkeren, de Slowaken niet meer dan zes procent in de Slowaakse Kamer der naties. De ruk naar rechts in de Tsjechische republiek werd ook duidelijk uit de verkiezingsresultaten voor de Republikeinse partij van de ultra-rechtse Miroslav Sládek, die voor het eerst boven de kiesdrempel kwam.

De ongeveer 600.000 leden tellende Hongaarse minderheid in Slowakije heeft massaal op de Hongaarse partij Egyuttélés gestemd: zeven procent wist ze in de drie vertegenwoordigende organen te behalen. De Hongaarse minderheid, die streeft naar meer rechten in Slowakije op het gebied van het gebruik van haar taal, zal zich echter grote zorgen moeten maken over de toekomst wanneer Slowakije een onafhankelijke staat zou worden.