Jim Courier, een keurige machine

ROTTERDAM/PARIJS, 9 JUNI. Heinz Günthardt haalde begin dit jaar in het Zwitserse weekblad Sport een voorval op uit zijn herinnering dat hem vier jaar geleden was overkomen. Voor een training bij het indoortoernooi in Stockholm voegde zich ineens een roodharige jongeman bij hem. Tot hun stomme verbazing bleek hij voor dezelfde trainingsbaan ingeschreven. “Ik ben Jim Courier, nummer 89 van de wereldranglijst op weg naar de top en niemand kan me tegenhouden”, was zijn introductie.

Günthardt, inmiddels ex-speler en trainer van Steffi Graf, had erom geglimlacht. Er worden in het circuit onderling wel meer flauwe grappen gemaakt en grootspraak van zeventienjarigen is er ook meer dan genoeg te horen. De eerste kennismaking zou ook al lang en breed uit zijn geheugen gewist zijn als Courier vorig jaar in de finale van de open Franse tenniskampioenschappen niet zijn landgenoot Andre Agassi in vijf sets had verslagen. Hij bleek, na Andres Gomez en Michael Chang, niet de derde winnaar voor wie na Roland Garros de neergang inzette. Niemand kon hem tegenhouden, had Courier gezegd. “En ik vrees dat hij gelijk heeft”, concludeerde Günthardt.

Roland Garros luidde vorig jaar het Courier-tijdperk in. Een periode in het tennis waarin iedereen zich vertwijfeld afvraagt wat er te beginnen valt tegen de "hardhitters', die onverzettelijk als een muur de creatieve slagen van hun opponenten terugkaatsen. Courier is er zo één, al verdient hij na de reeks successen sinds vorig jaar meer waardering dan alleen te worden betiteld als een machine, zoals de Tsjechoslowaak Petr Korda zondag deed nadat hij in één uur en 59 minuten met 7-5, 6-2 en 6-1 verpletterd was in de Parijse tennisfinale.

“Ik zal het maar als een compliment opvatten”, reageerde Courier die in zijn loopbaan al meer verwijten dan bewondering voor zijn spel heeft geoogst. Een sterke service, krachtige slagen en een ongelooflijke lichamelijke kracht vormen de basis van zijn spel. Zo hij het al zou beheersen, hij heeft geen frivoliteiten nodig om zijn triomfenreeks voort te zetten. Met inbegrip van de finale is hij nu al 23 partijen ongeslagen en vanzelfsprekend nog onaantastbaar nummer één van de wereld. Met de open Australische titelstrijd en die van Frankrijk op zak is hij halverwege de echte Grand Slam: de vier toernooien (Melbourne, Roland Garros, Wimbledon en US Open) in één jaar winnen.

Met licht satanische interesse kijkt de tenniswereld uit naar de ontmoeting op het Londense gras, waar Courier het moet opnemen tegen de serve-volleyers die op de snelle ondergrond in het voordeel zijn. Vorig jaar had hij er in de kwartfinale weinig in te brengen tegen de latere winnaar Michael Stich. Nu is hij desondanks weer vol vertrouwen. “De baan daar heeft dezelfde afmetingen. Ik denk niet dat ik mijn instelling hoeft te veranderen”, zei Courier er nu over.

Zijn commentaren geven weinig stof tot overpeinzing. Hij spreekt zoals hij speelt. Zo kort mogelijk, duidelijk en veelal zonder dat een weerwoord mogelijk is. Björn Borg was een ondoorgrondelijke zwijger, John McEnroe geselde de tennistradities met zijn statements, Courier zegt in eenvoudige bewoordingen wat hij denkt. Zo wordt men in het tennis niet gauw een held.

Maar met alleen zijn zelfbewustzijn redt hij het ook. Een instelling die hem vorig jaar, kort voor Roland Garros, werd ingepeperd in Rome waar hij de open Italiaanse titelstrijd speelde als voorbereiding. Nadat hij daar in de derde ronde van Andreï Tsjerkasov had verloren, gaf hij even zijn gevoelens bloot: “Ik ben de nummer negen van de wereld, twintig jaar oud en ik haat mijn leven”, riep hij zo hard dat de hele wereld het kon horen. Coach Brad Stine greep hem in een parkeergarage bij zijn kraag, schudde hem door elkaar en zei: “Word eens volwassen. Je kunt nu twee dingen doen: zes maanden vakantie nemen en naar de twintigste of dertigste plaats van de ranglijst zakken. Het zal niemand interesseren. Je kunt daarna zonder enige druk spelen en een goede boterham verdienen. Maar als je bij de top vijf van de wereld wilt horen, wilt uitvinden hoe ver je kunt komen, zul je op een positieve manier met druk moeten omgaan.”

Sindsdien is het alleen maar beter met hem gegaan. Is hij een gevreesde tegenstander aan wie je maar moeilijk kunt zien hoe hij zich voelt. Onder zijn onafscheidelijke honkbalpet kijken vanuit een granieten masker twee emotieloze ogen naar de andere kant van de court, waar de man staat die hij moet verpulveren. Waar het serveervak is dat hij moet zien te deuken, waar de baseline ligt die hij met zijn krachtige forehand of zijn tweehandige backhand in de uiterste hoek moet proberen te bereiken. Een jongen van 21 uit Florida die traint als een bezetene, precies doet van zijn trainers hem opdragen, zich netjes gedraagt op de baan en in keurig Frans na afloop van een gewonnen finale nog een grapje maakt over zijn uitspraak. Keurige kampioenen, daar kan niemand iets mee.

De vraag is alleen wie het antwoord vindt op zijn tennis. Korda lukte het in elk geval niet. Het bij vlagen briljante spel van de 24-jarige inwoner van Praag in de eerste set wakkerde de hoop aan op een interessante finale op het court central. Want nadat Courier zijn service bij een 4-3-stand met een love-game brak, kwam de Tsjechoslowaak door een break en het winnen van de eigen servicegame terug tot 5-5. Kennelijk schrok Korda, zoals elke underdog de favoriet van het Parijse publiek, vooral van het idee te kunnen winnen. Trillend als een espeblad zag hij de klappen van Courier op zich afkomen. Negen dubbele fouten maakte hij in de partij. Negenenveertig missers ("unforced errors'), Courier maar zeventien.

Misschien was de weg voor Korda, zeker niet ten onrechte nummer acht van de wereld, naar de eindstrijd wel iets te gemakkelijk geweest. Hij kwam niet één geplaatste speler tegen omdat die in het onderste helft van het speelschema allemaal werd uitgeschakeld. In alle eenvoud vatte de bescheiden Korda - tot Parijs in geen enkel Grand-Slamtoernooi verder gekomen dan de derde ronde - de twee weken op het rode gravel nog maar eens samen. “Jim heeft het beste gespeeld... Hij heeft ons allemaal verslagen. We zullen allemaal harder moeten trainen en de volgende keer verder moeten zien.”

Foto: "Ik ben Jim Courier en niemand kan me tegenhouden" (Foto AP)