Jeu voor het milieu op Roland Garros

Het is er drukker dan in Eurodisney. Althans twee weken lang en per vierkante meter. De eerste week persen zo'n kleine dertigduizend bezoekers zich dagelijks door de nauwe laantjes langs de tennisbanen. De boutiques, die hun waar met het groen-rode Roland Garros logo aan de man moeten brengen doen goede zaken en al na de eerste week zijn gewilde artikelen als T-shirts voor kinderen, de ouderlijke afkoopsom voor weer een dagje weg van huis, even uitverkocht als de plaatsen voor het stadion.

Roland Garros is te klein. Dat is al jaren zo en daarom besloot de Franse tennisfederatie in 1986 een uitbreidingsplan te maken. Het tennispark heeft een oppervlakte van zes hectare. Wimbledon is driemaal zo groot, Flushing Meadow in New York heeft een uitbreidingsplan liggen om van acht naar vijftien hectare te gaan.

Deelnemers klagen al jaren over de faciliteiten in Parijs. In vergelijking met de drie andere grote tennisevenementen is de infrastrcutuur matig. Het ontbreekt aan trainingsbanen, recreatieruimten, een medisch centrum en een crêche.

Maar ook het publiek is een zorg voor de organisatie. Baan 1 is met zijn 4500 zitplaatsen te klein om er belangrijke partijen te laten spelen. Het court central heeft zestienduizend plaatsen. Dat verschil moet kleiner worden. Voor de pers, en met name de televisie, zijn de voorzieningen op baan 1 ook te gering.

Dus kwam het plan er. Aan Roland Garros grensde een terrein met wat voetbalvelden, dat dankzij de haveloze tribune erlangs de toch nog ietwat pretentieuze naam Stade de Fond des Princes droeg. De gemeente Parijs wilde dat wel ter beschikking stellen aan de Franse tennisfederatie. De maquettes werd onmiddellijk in vitrines uitgestald: een gedeeltelijk in de bodem verzonken stadion met een capaciteit van tienduizend toeschouwers. Daaronder een parkeergarage.

Alle vergunningen, van gemeente Parijs tot ministerie van bouwzaken, waren binnen. Er waren hoorzittingen geweest, overleg met het gemeentebestuur van Boulogne dat nog wat aanpassingen liet aanbrengen om overlast te voorkomen en de spa kon 16 december 1991 in de grond.

Hoe ver men daarmee gevorderd is valt te aanschouwen vanaf de tribune die haaks staat op baan vijftien, de uiterste grens van Roland Garros. Achter de groene omheining ligt een gigantische bouwput, als een enorme wond in de bodem op de grens van Parijs en Boulogne. Volgend jaar al had het gerealiseerd kunnen zijn. Maar half februari trokken de bulldozers en graafmachines zich terug. Op commando van de administratieve rechtbank van Parijs, die tot de conclusie kwam dat er onreglementair was gehandeld.

Of het nu Arnhem is of Boulogne-Bilancourt, het sportstadion boezemt omwonenden schrik in. De drukte, mogelijk vandalisme of zorg voor het milieu: zodra er een accommodatie komt of wordt uitgebreid is er altijd wel een argument om in opstand te komen. Natuurlijk wist de Franse bond van de klachten die een handvol omwonenden had gedeponeerd bij de administratieve rechtbank en in oktober 1991 kwam ook ineens de milieugroep Boulogne-Environnement op de proppen met een brief op poten aan Philippe Chatrier, de voorzitter van de FFT. Wat nu de exacte bestemming zou zijn van het nieuwe stadion en of er echt alleen maar in getennist zou worden? Maar het antwoord dat slechts het getik van de ballen en het gejuich van het publiek zou klinken kon de groenen uit Boulogne niet overtuigen. De expansiedrift van Roland Garros past niet in het bestemmingsplan dat juist voor die 2,6 hectare groene ideeën had. En geen steenklomp. De toekomst van het open Franse kampioenschap staat op het spel, werpt de tennisfederatie in de beroepszaak tegen. Maar die werden ook dit jaar in de te krappe omgeving gewoon en ondanks de regen volgens schema afgewerkt.